Courtney Barnett :: Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit

Eigenlijk is het leven zo moeilijk niet: elke dag doen we voornamelijk dezelfde kleine dingen, en ondertussen kuieren we onoplettend verder, en dat heeft ook Courtney Barnett goed begrepen. Meer zelfs: ze plaatst juist de bescheidenheid van het leven in het licht, en dat levert vooral parels van songs op.

” De nieuwe Bob Dylan” riep een website onlangs uit over het debuut van deze sympathieke Australische. Lichtelijk overdreven, maar zeggen dat Barnett de laatste tijd nogal populair geworden is (herinner u indiehitjes “Avant Gardener” en “History Eraser”), is een even groot understatement als zeggen dat IS het nu toch een beetje bont aan het maken is. Hipheid is nochtans niet meteen iets wat je zou verbinden met de in lichtelijk sjofele t-shirts en hemden gehulde zangeres die bovendien voornamelijk morsige, in de jaren ’90 verankerde indierock maakt. Dat haar songs niet opgebouwd zijn uit ingewikkelde akkoordenschema’s wil echter zeker niet zeggen dat het losse flodders zijn, integendeel.

De ervaringen waar u dagelijks overheen kijkt of meteen uit het oog verliest: dat is het terrein waar Courtney Barnett haar inspiratie haalt. Daar komen haar ironische verhalen vandaan, die ze vervolgens met een monkellachje zingt. Dat laatste moet misschien wel gerelativeerd worden, want even vaak haalt de zangeres haar stacato spreekstem boven. Ondertussen sloft ze door haar twintiger jaren, duidelijk zonder veel haast de volwassenheid te bereiken. In het openingsnummer “Elevator Operator” vertelt ze het simpele maar mooie verhaal van een man die een wolkenkrabber opklimt om te weten hoe Sim City in het echt zou voelen, terwijl omstaanders hem toeschreeuwen dat hij niet moet springen en vooral dat hij nog een heel leven voor hem heeft liggen. Ondertussen dramt de gitaar stevig door. Diezelfde gitaar mag ook in “Pedestrian At Best” blijven doorrazen, terwijl Barnett “Put me on a pedestal and I’ll only disappoint you/ Tell me I’m exceptional and I promise to exploit you” briest. Het nummer toont ook mooi dat de Australische wel degelijk meer kan dan alleen komische verhalen schrijven. Het refrein bijtelt zich meteen in het hoofd en na een tijdje begin je het vanzelf met plezier mee te brullen.

Daarna neemt de plaat wat gas terug en toont ze een kant van Barnett die we nog niet kenden van haar vorige ep’s: die van de bedaarde, melancholisch pijnzende mid-twintiger die op huizenjacht moet (het bloedmooie, in een pakkende galmende gitaar gezwachtelde “Depreston”) of die gewoon haar geliefde mist (“An Illustration of Loneliness”). Daarin bewijst de zangeres dat ze zeker ook het gevoeligere kalmere werk aankan, én toont ze opnieuw dat ze een oor heeft voor pakkende melodieën. Dat ze hier en daar een wat rustiger moment inlast, zorgt er ook voor dat de plaat veel gevarieerder is dan haar debuut-ep’s, die soms een beetje te veel opeenstapelingen van drammerige rocknummers waren.

Uiteindelijk zou je kunnen blijven citeren uit de innemende situatieschetsen en verhalen van Barnett: over hoe ze probeert indruk te maken op de persoon die naast haar baantjes zit te trekken in het zwembad (“Aqua Profunda!”), over het kopen van organische groenten (“Dead Fox”: ” I was a little skeptical at first/A little pesticide can’t hurt”), of over de twijfel van uitgaan of niet (het heerlijk energieke “Nobody Really Cares If You Don’t Go To The Party”). “Kim’s Caravan” brengt daarna de twee kanten van Barnett mooi samen: het nummer begint bedaard, waarna de song langzaam opbouwt tot een epische uitbarsting, terwijl de zangeres uitroept dat ze het eigenlijk ook allemaal niet weet (“Don’t ask me what I really mean/ I am just a reflection/Of what you really wanne see/So take what you want from me”). Enkel “Small Popies” is echt wel te slepend en lijzig om lang te blijven boeien.

Onder het ongecompliceerde van de figuren en verhalen waar Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit mee bevolkt is, stroomt echter ook een zekere tragiek: dat het leven misschien toch niet zo spannend is als je had gedacht en dat het eigenlijk vooral een fantasieloos zootje is; dat er zoveel boven je hoofd gebeurt waar je geen greep op hebt; dat je niet meer van op een dak van het uitzicht kunt genieten, zonder dat mensen denken dat je er dan ook automatisch af gaat springen. Het enige wat je dan kan doen, is proberen plezier te halen uit wat je hebt, en als het even kan daar een prachtige plaat over maken, en dat heeft Courtney Barnett in ieder geval goed begrepen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 6 =