William Elliott Whitmore :: Song Of The Blackbird

"Waar men niet over spreken kan, daarover moet men zwijgen", zei ooit een slimmerd die het beter wist dan ons. Het zijn woorden die we maar al te graag herhalen, en we hebben dan ook een boontje voor artiesten die, hoe nauw hun belevingswereld ook is, maximale resultaten weten te bereiken met die beperkte middelen. William Elliott Whitmore is onze held van de week.

Het leven van Whitmore laat zich lezen als een boek van John Steinbeck: grootgebracht op een boerderij in Iowa, naast de oevers van de Mississippi. In z’n tienerjaren verloor hij beide ouders, een slag die wordt verwerkt op een aantal rootsalbums met de knoestigheid van een verweerde knotwilg die zich al generaties staande weet te houden. Na Hymns For The Hopeless en Ashes To Dust is Song Of The Blackbird het derde en laatste deel van een trilogie. Stilistisch en thematisch sluit het album aan bij de vorige volumes, wat opnieuw resulteert in kale, maar taaie songs die de gevolgen van hard labeur en een tumultueus bestaan in zich lijken te dragen. Met een schamele negen songs (waarvan een dan nog een instrumental) en 31 minuten is Song Of The Blackbird een kort album geworden (voor één keer had het echt langer gemogen), maar geloof ons vrij: de beperkte lengte wordt gecompenseerd door het indrukwekkend robuuste karakter van de plaat.

Wat als eerste opvalt, is Whitmore’s rauwe stem, een instrument dat ’s mans werkelijke leeftijd verloochent en decennia geleden een plaats had verdiend op Harry Smiths folk anthology. In het met donderpiano en orgel opgesmukte "The Chariot" haalt hij uit met een schuurpapieren stem die zowel de gospelpassie van Otis Redding als de blues belt van de jonge Don Van Vliet oproept. Zelden zong een twintiger met zoveel autoriteit, ook al handelen de teksten voornamelijk over het land, het weer, en de mate waarin ze een mensenleven kunnen beïnvloeden. Zo is Song Of The Blackbird niet enkel via de talloze verwijzingen naar seizoenen, dieren en natuurfenomenen een klassiek rootsalbum, het gaat verder dan dat: de eerste helft van het werk is gesitueerd in het droge seizoen, terwijl het toepasselijk getitelde "And Then The Rains Came", dat het album doormidden klieft, het regenseizoen aankondigt.

"Red Buds" is naast "The Chariot" een song waarop Whitmore wordt bijgestaan op drums en toetsen, maar elders blijft het beperkt tot gitaar en (vooral) banjo. Het zijn ook die songs die meest indruk maken. Opener "Dry" is niet meer dan wat rudimentair getokkel, maar het is de combinatie met Whitmores gloedvolle stem die het nummer haast doet klinken als een verloren traditional. Nog beter is "One Man’s Shame", onheil voortgestuwd door een hoekig banjogepluk en slimme tekstuele tegenstellingen: "Don’t alter my altar / Don’t desecrate my shrine / My church is the water / My home is underneath the shady pines". De song is doordrongen van fatalistische weemoed ("I ain’t bound for glory, I’m bound for flames") en de voortdurende dreiging van de dood, het best uitgebeeld door het contrasteren van het aardse en religieuze: "Ain’t no hell below / Ain’t no heaven above / And I came for the drinks / But I stayed for the love".

Bijna even sterk zijn het vlotte "Lee County Flood", dat zonder twijfel de goedkeuring van countrymeester Johnny Cash zou meekrijgen, en het stampende "Take It On The Chin", waarin Whitmore nog eens enkele zuurverdiende levenslessen herhaalt: "Stand your ground and don’t back down / That’s the only way to win / When life throws a punch, son / You gotta take it on the chin". Met dergelijke verhalen en uitgepuurde songs (alles klinkt theatraal na dit plaatje) is Whitmore mijlenver verwijderd van zijn leeftijdsgenoten met hun zorgen, gekoketteer en geparadeer, maar net daardoor is het ook een persoonlijk album geworden dat moeiteloos z’n schijnbaar gebrek aan ambitie overstijgt. Less was zelden zoveel more en dankzij de vlam van deze Song Of The Blackbird zijn we gewapend tegen de ellende van het najaar. Bring it on!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 10 =