Les Sins :: Michael

Chazwick Bradley Bundick (Toro y Moi) raakt er alweer mee weg: alle foute synthesizerklanken uit de jaren 90 en platte housebeats die vanaf hun eerste voorkomen officieus verbannen waren, zijn te horen op Michael, het debuut van zijn dansproject Les Sins, én ze passen.

Chaz Bundick staat als brein achter Toro Y Moi al langer bekend als beïnvloed door 90’s-geluiden, deep house en chillwave. Waar die groep echter gericht is op live elektronische muziek, horen we bij Les Sins eerder echte housemuziek, bedoeld voor een dansend publiek. De bassige beats met synthaccentjes wordden gelukkig bijgestaan door sterke staaltjes productiewerk, waardoor Michael geen saaie plaat is die enkel en alleen teruggrijpt naar de jaren 90.

Simpele drumsamples worden hier en daar verrijkt met verschillende lagen aan complexere ritmes, terwijl de diepe beat steevast blijft doorlopen. Ook de oppervlakkigere synthgeluiden worden afgewisseld door subtiel geproduceerde klanken, of heerlijk vervormd met de analoge Moog die een vaste plek in zijn opstelling heeft verdiend. Ook de vocals worden vooral gebruikt en vervormd in de vorm van samples, buiten in het nummer waar gastartiest Nate Salman de zang voor zich neemt. De rest van het album bevat heel weinig zang, aangezien Bundick niet live zingt bij Les Sins, maar enkel op samples.

Dat is een van de weinig verschillen tussen Les Sins en Toro Y Moi, waar Bundick ook dansbare muziek brengt, maar eerder songgericht werkt en elektronica doet afwisselen met catchy zanglijnen. Michael voelt niet aan als een plaat die niet van Toro Y Moi zou kunnen komen, maar het ontbreekt toch ietwat aan zanglijnen en dynamiek. De meeste nummers klinken in hun geheel nogal vlak en werken zo misschien wel op een dansvloer, maar minder voor een publiek dat de muziek thuis beluistert. Af en toe wordt het album door de ‘het-is-dansmuziek-afvlakking’ zelfs enerverend. “Call” herhaalt één en dezelfde lokroep het hele nummer lang en wordt verder bijgestaan door de foutste geluiden uit de geschiedenis van de modulaire synthesizer. We tasten snel naar de skipknop.

Andere hoogvliegers zoals “Talk About”, “Bother” en “Drop” doen deze momenten dan weer vergeten. Hier komen de sterke kanten van Bundick boven. Als geen ander slaagt hij erin house te creëren met een goede snuif J Dilla en Dam Funk. Er zijn dus zeker nummers vol spanning en onverwachtse klanken te vinden op dit album, die bewijzen dat dance nog verschillende richtingen uitkan. Het zijn er enkel iets te weinig om de spanningsboog van het volledige album strak te houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − twaalf =