Colin Webster & Mark Holub :: Viscera

Je zou kunnen denken dat de mogelijkheden van het sax/drums-formaat intussen compleet uitgeput zijn. Kan je na een halve eeuw exploreren immers nog iets nieuws bedenken? Onzinnige vraag natuurlijk. Persoonlijkheden verschillen. Al is het een kunst om er een te hebben. Vermenigvuldig ze dan nog eens met tijdstippen van inspiratie en je belandt bij een schier oneindig aantal variaties. Een paar indrukwekkende daarvan vallen te horen bij de Britten Colin Webster en Mark Holub.

Het is niet de eerste keer dat de twee samen te horen zijn op een album. In 2011 was er al Koi Bombs, in 2012 The Claw en in 2013 nog Gutty Mutter. De twee laatste albums verschenen trouwens op Websters eigen Raw Tonk-label. Die Webster leerden wij eigenlijk kennen via zijn samenwerkingen met Dead Neanderthals: het uitstekende, bij Raw Tonk verschenen … And It Ended Badly en recenter nog het verpletterende Prime, een oerschreeuw van veertig minuten die een van de meest intensieve luisterervaringen van 2014 was.

Webster is al een paar jaar een graag geziene gast in improvisatiemilieus, maar laat zich daarbuiten ook regelmatig opmerken in de underground, terwijl de naar Wenen uitgeweken Holub vooral bekend is van de gelauwerde band Led Bib. Samen duiken ze in de onvoorbereide improvisatie met een ‘niets in de handen, niets in de mouwen’-attitude. Webster doet het met alt-, tenor- en baritonsax, terwijl Holub zich beperkt tot zijn reguliere drumkit. Op Viscera volstaat dat voor een indrukwekkend gevarieerde reeks improvisaties die zich vooral ophouden in het rauwere einde van het spectrum.

Vanaf “Big Paws On A Puppy”, waarvoor Webster de baritonsax heeft omgegespt, word je immers verwezen naar het terrein waarop een figuur als Mats Gustafsson z’n visitekaartje regelmatig nalaat, met woelig gebral, geronk en gesnuif, dat mooi ingekapseld wordt door het drumwerk van Holub. Die laatste is de ideale gesprekspartner voor het soms erg ritmische getier van Webster, die hier en daar ook terugplooit in een schijnrust, om vervolgens uit te halen met staccato stoombootgestoot. Maar ook: er is ruimte, de muziek kan ademen, alles moet niet per se volgeblazen en -gerammeld worden.

Zoals aangehaald is het vooral het brede bereik dat hier opvalt, want met “Splinters” wordt meteen een andere aanpak gehanteerd — sputterend en stotterend op de sax, met Holub die een al even ongedurige, grillige aanpak volgt, vol minder volumineus geratel en getik. In de tweede helft, wanneer de twee belanden in een ritme dat bijna begint te swingen, hoekig én rollend, doen ze even denken aan het duo Vandermark/Nilssen-Love, nog zo’n krachtig stel dat moeiteloos de uiteindes van de improvisatie aan elkaar knoopt. Ook in het langere en iets abstractere “Then There Was” kan je de link leggen met het Amerikaans-Noorse duo.

Elders zou je het ook kunnen vergelijken met Joe McPhee en Chris Corsano, zeker met die soulvolle notenslierten in “Conkan” en langere, meer geëmotioneerde uithalen in “Oaxaca”. Net zo zou je “Viscera Of Chest And Abdomen” met dat pruttelende mondstukeffect kunnen beschouwen als een vermomde ode aan de Evan Parker van Topography Of The Lungs — zeker als je het artwork erbij neemt — al is het tribaal opzwepende drumwerk van Holub niet meteen iets dat je met het improvisatie-icoon zal associëren.

Afsluiter “Chant”, met z’n eindeloos herhaalde patroon, is er eentje van Chicago-legende Roscoe Mitchell, een muzikant van wie de invloed de laatste jaren steeds duidelijker wordt en hier reikt tot in het gospelachtige einde vol gekletter van Viscera. Heel wat referenties hierboven, maar dan niet enkel om inspiratiebronnen te benadrukken, maar ook het goede gezelschap waar deze twee zich in bevinden. Het samenspel is immers subtiel, voortdurend in volle interactie en ondanks de occasionele, extreme pieken nergens uit op makkelijk scoren of eendimensionale krachtpatserij. Webster en Holub spreken een pure, instinctieve taal en hebben eigenlijk alles in huis om zich te meten met de ronkende namen van de vrije improvisatie.

Vlak na deze release verscheen op Websters Raw Tonk ook een trioplaat met gitarist Alex Ward en drummer Andrew Lisle, die alweer een heel ander geluid laat horen. Hier te beluisteren/bestellen. Doen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 9 =