Dirty Beaches :: Stateless

2014 was het jaar van het afscheid voor Dirty Beaches. Een afscheid dat tijd vraagt, goudeerlijk is, en met momenten koude rillingen je ruggenmerg doet insijpelen.

Heimat, dat mooie Duitse woord waarvoor ieder Nederlands equivalent tekortschiet in poëtische lading, is Alex Zhang Hungtai onbekend. Niet alleen omdat er in zijn thuislanden Thailand en Canada geen woord Sauerkraut gesproken wordt, maar des te meer omdat zijn leven een gefragmenteerd samenraapsel van verschillende tijden en ruimten is gebleken.

Het is daar dat Dirty Beaches altijd zijn geluid op heeft gebouwd: de breuklijn tussen twee tektonische platen – een plek die voortdurend schuift en scheurt, die op ieder moment twee richtingen uit wil. Of Hungtai zijn donkere lo-fi en distortion nu met echo’s van Elvis (op doorbraakplaat Badlands) stoffeerde of op het instrumentale tweede deel van Drifters/Love Is The Devil steigerde tussen klassiek en manische elektronica, telkens was er dat gevoel op zoek te zijn naar een veilige haven.

“RIP DIRTY BEACHES 2005-2014”, zo klonk het eind oktober op Twitter. Stateless werd aangekondigd als de zwanenzang. Wil dat zeggen dat Dirty Beaches zijn schip ten anker heeft kunnen leggen? Neen. Misschien. De onbestemde melancholie zit Hungtai al te diep in het bloed om er nog vanaf te geraken. Stateless is geen plaat van iemand die opeens zijn beloofde land gevonden heeft. Nee, Hungtai lijkt veeleer vrede te hebben gesloten met de vagebond die hij is. Was Dirty Beaches tot hiertoe de veruitwendiging van zijn demonen, dan is deze laatste plaat de aanzet tot een wapenstilstand.

Met dien verstande dat je op Stateless vooral een gewapend bestand hoort. Langgerekte synthpatronen en kloppende saxofoondeiningen zijn de voornaamste bouwstenen van deze donkere, instrumentale ambienttrip die in vale grijstinten geschilderd is. De liner notes vermelden enkel Hungtai met Vittorio Demarin als rechterhand, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat in een donkere hoek van de kamer Colin Stetson een sigaret staat te roken. In het boekje zit ook een tekst van Dean Hurley, mixing engineer van dienst, die het heeft over een alternatieve opstelling van de speakers in onze woonkamer — het resultaat is een organischer geluid, waarbij Hurley langs de neus weg verwijst naar Brian Eno’s Ambient 4: On Land. Welja, Eno kan er ook nog wel bij in dat hoekje.

Het schijfje is netjes opgedeeld in 4 tracks — elk tussen de 7 en 15 minuten lang — maar het loont de moeite om de hele rit in een keer uit te zitten. Het is pas in de confrontatie met het broeierige “Displaced” (let op die titel) en het omineuze “Stateless” dat een nummer als “Pacific Ocean” zichzelf volledig blootgeeft: de subtiele variatie met het voorgaande nummer, de veranderende warmte van de klanken, de hoopvolle teneur. Net zoals het eigenlijk pas als kroonstuk van een oeuvre is dat Stateless als geheel zo indrukwekkend wordt. Op zichzelf staand is het een mooie, diepgaande plaat, maar als laatste bochten in de dolingen van Dirty Beaches overstijgt het zichzelf.

Uit de notities van Hungtai: “All seasons are cyclical, like real life shit. We adapt and venture through each phase with intentions of engagement, embracing mistakes and chances that eventually become the foundation of identities and roles we take on in life.” Daar heb ik niks aan toe te voegen. De cirkel is rond voor Dirty Beaches.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − twee =