Stars :: No One Is Lost

“Let’s be young / Let’s pretend that we never will die”. Stars bestaat uit een aantal veertigers; de leugen zit dus al in het eerste nummer vervat. Maar daar gaat het over op No One Is Lost: we weten best wel dat het ooit fout loopt, maar we willen zo graag geloven dat alles nog goed komt. En dat is ok, want er valt toch niets aan te veranderen. En dus trekt het Canadese vijftal op zijn achtste plaat richting discotheek.

Is dat een goed idee? Als daar geen slow wordt gedraaid best wel. Opener “From The Night” laat al meteen horen hoe dat voelde om zo boven een discotheek – dezelfde plek waar Arcade Fire Funeral inblikte, trouwens – een plaat te schrijven: het credo om de bas van beneden naar huis te dreunen is merkbaar, de gitaren hebben een merkbare funk in zich, maar uiteindelijk draait alles toch maar weer om de dubbele zang van Torquil Campbell en Amy Millan. Het zet de sfeer voor een avondje uit dat helaas niet zonder partypoopers is.

Al lijkt dat eerst niet zo. “This Is The Last Time” is een min of meer snedige rocker – verwacht geen Strokes-strakheid van deze lieverds – die weet wat meeslepend is, en in “You Keep Coming Up” doen Campbell en Millan speels van heen-en-weer alsof ze al jaren toch zoooo’n goed koppel zijn. “I call it poetry” zucht de ene, “It’s called a pop hook” kirt de andere. Die laatste heeft gelijk, maar het is ook zo fluff dat het straks op ginds festival straks ongetwijfeld wegwaait. De band probeert nog balans te brengen door in de tweede helft door te wegen, maar een langgerekte outro heeft nog nooit iemand extra punten opgeleverd. En hoe minder we zeggen over het “ey-ey-ey”-gedoe van “Turn It Up”, hoe beter. Dat soort echo heeft Rihanna ten huize ons al niet populair gemaakt, en die heeft dan nog een lijf waar we wel eens over willen filosoferen.

En dan is het dus tijd voor klef tegelplakken. “No Better Place” wiegt gemoedelijk en vooral té lieflijk op de zoetsappige tonen van Millans zang, plots volgt daar wel die temerig gezongen hell of a line “Let’s pretend this is such a good party, cause you can leave over my dead body”. En plots zien we toch weer Rihanna voor ons.

Het is pas met “Trap Door” dat No One Is Lost minder vrijblijvend gaat voelen. Zelfs na twintig beluisteringen en een gesprek met de man zelf hebben we nog maar een half idee waar Campbell het nu over heeft, maar zijn tirade over de “Kids in V.I.P.” vóelt juist, en dat weet de band muzikaal ook te vatten: de elektronische bas, de jagende gitaar die de synths in zijn nek voelt; ze geven de frontman een reden om zo geïrriteerd te klinken. Dat we in de tweede helft nog geen beetje aan “Red Eyes” van War On Drugs moeten denken – steek het gerust op de saxofoon – helpt. Dit is een wereldnummer, dat dra door een radiozender tot Hot Shot moet gebombardeerd worden of we organiseren een dramatische sit-in.

Des te jammer dus dat Stars het nadien verpest met een laatste derde waarvan nauwelijks iets te onthouden valt. Een rockend “Are You OK?” heeft niet meer dan eindelijk een strak tempo te bieden, in “The Stranger” glijdt Campbell uit over zijn eigen klefheid en in “Look Away” is het vaste duet waarin Campbell en Millan hun perfecte werkrelatie een dubieus kantje geven, en frankly, wij willen daar niet mee lastig gevallen worden. Geen kwaad nummer hoor, maar het plakt nogal onhandig.

Veel te ver naar achter gestopt redt de titeltrack als afsluiter alsnog de meubelen. “No One Is Lost” is een stamper, dat door Campbell en Millan van een killer refrein wordt voorzien. Voor één keer weet Stars de euforie die goeie dancemuziek oproept te vatten, de bas dreunt alle lawaai van beneden nu echt wel weg, en de synths scheuren uitzinnig, zij het nog steeds een tikje beleefd.

Laten we wel wezen: No One Is Lost is geen dansplaat, hoe hard Stars het tegendeel probeert te bewijzen. Een bij momenten erg fijne popplaat werd het dan weer wel. En dat is ook goed. En kan “Trap Door” alstublieft op de radio, Studio Brussel?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + tien =