U2 :: Songs Of Innocence

In de jaren negentig integreerde U2 de technologische en maatschappelijke tijdsgeest in hun sound. Sinds de jaren 2000 doen ze dit alleen nog maar naar in hun marketing. Kan moeilijk anders, aangezien er muzikaal geen verhaal meer te vertellen valt. Dat maakt Songs Of Innocence pijnlijk duidelijk.

De Apple-stunt bij de verrassingsrelease van U2’s dertiende doet denken aan de omhelzing van de iPod in 2004, toen de groep met How To Dismantle An Atomic Bomb afkwam – ook zo’n plaat waarop een band teveel zichzelf wil zijn en krampachtig klinkt. Er was een heuse U2-iPod en het Artist-icoontje heeft sindsdien het silhouet van Bono. Over de plaat zelf werd een pak minder gepraat. De fantastische 360°-tour in 2009 werd dan weer gesponsord door het snoepje van dat moment, de BlackBerry (ja, kent u die nog?). Nu die is weggedeemsterd, omarmt U2 opnieuw Apple. De liefde is wederzijds, al lijkt het eerder een gedwongen huwelijk tussen twee merken die voelen dat hun aura van onoverwinnelijkheid ook verdwenen is.

Want U2 is meer dan ooit een merk dan een band geworden. De perceptie van zielloosheid dat dit met zich meebrengt, vertaalt zich op Songs Of Innocence ook muzikaal. En zover had het niet moeten komen. Nadat U2 zich met Pop en de Popmart-tournee (geniaal) vergaloppeerd had, eiste de band de kroon van grootste band ter wereld weer op door op veilig te spelen met All That You Can’t Leave Behind en How To Dismantle. Dat lukte, waarna er met No Line On The Horizon weer aarzelend wat meer experimentele wegen werden opgezocht. Het is ondertussen bon ton om die plaat af te zeiken, maar onterecht. Het liet een band horen die tenminste weer zocht, maar niet ver genoeg. De fans en sceptici wisten zich geen raad met een album waarop de stadionprostitutie van “Magnificent” gekoppeld was aan een vormoefening als “FEZ/Being Born”. Maar een legendarisch winstgevende en werkelijk uitstekende tournee maakte veel goed.

Tot de band weer de studio in moest, aangedaan door de lauwe reacties op en verkoop van NLOTH. Voor het eerst sinds de Pop-dagen sloop er weer twijfel in de band – en twijfel is een nachtmerrie voor perfectionisten. Sessies met producers werden opgestart en weer afgebroken, songs in de vuilnisbak gekeild en er weer uit opgediept, releasedatums drie jaar lang uitgesteld. Het daaruit eerder dit jaar losgelaten “Invisible” was van een coverbandniveau dat niet veel goeds beloofde. Maar uit al die sessies is er nu het ratjetoe Songs Of Innocence ontstaan, een plaat als een lappendeken waarop de overtuiging zoek is. Je hoort de band willen, maar niet kunnen. Je hóórt ze “Dan doen we dit maar…” zuchten. De aloude trukendoos moet naar het nu vertaald worden door hippe producers als Danger Mouse en Paul Epworth (Adele, Florence + The Machine), met een klinisch en overdadig resultaat als gevolg. Van nat karton vouw je geen doos.

Zoals in een — het is niet anders — gedrocht als “The Miracle (of Joey Ramone)”, waarop wollige productie en al veel eerder geslaakte “ohoh”-kreetjes punkriffs uit kleinere clubs moeten rijmen met een stadionrefrein. Het leidt waarlijk nergens naartoe. “This Is Where You Can Reach Me Now” eert The Clash, maar is in hetzelfde bedje ziek. “Every Breaking Wave” ademt “With Or Without You”, maar dan met een visadempje. De band heeft al veel beter gedaan. “California” paart The Beach Boys aan “New Year’s Day” en “City Of Blinding Lights”, maar weet het halverwege ook niet meer wanneer foeilelijke synths een putch plegen — overproductie als lapmiddel. Het ergste is dat deze songs niet zozeer U2 op automatische piloot zijn, maar dat de band duidelijk probeert en gewoon tegen een blinde muur aan knalt. Flarden goede ideeën worden versmacht in een te voorspelbaar keurslijf. Deze songs vereisen een vernieuwende aanpak die deze band wellicht niet meer kan opbrengen. Of het zou op het heimelijk aangekondigde Songs Of Experience moeten zijn. Hopelijk komt die er, dit album kan zijn Zooropa gebruiken. Al is hoop vaak een spookrijder in de realiteit.

Dieptepunt is “Volcano” dat met een weliswaar snijdende baslijn van Adam Clayton de begindagen weer wilt oproepen tot er een vis noch vlees-refrein openbarst dat “Elevation” in herinnering roept. Kom op. “Raised By Wolves” begint met een fris geluid en een Bono die een killer zanglijn te pakken heeft gekregen, tot een te weids refrein de song plat slaat. Dat is dubbel zonde, aangezien Bono tekstueel wél goed op dreef is. Geen pathetische parochiezaalpraat over “Yahweh” en “Love And Peace”, maar mijmeringen over de eerste keer dat de band in California belandde, herinneringen aan een bomauto in de buurt waar hij opgroeide of aan Cedarwoord Road waar hij woonde. De opvallende liner notes van Bono moeten nog eens onderlijnen hoe persoonlijk de songs zijn. Zal allemaal wel, maar het probleem is dat ze ontzettend onpersoonlijk klinken. Marketing en al.

Bovendien zijn er signalen dat er toch meer in deze plaat kon zitten. Zoals in “Iris (Hold Me Close)”, een eerbetoon aan zijn moeder zoals het iconische “Lemon” dat indertijd ook al was. Een onderkoelde Bono maakt het pakkender dan het aangezwollen “Sometimes You Can’t Make It On Your Own”, gericht aan zijn vader op How To Dismantle. Maar het mooiste zit in de tracks die alleen door Danger Mouse geproducet zijn: “Sleep Like A Baby Tonight” doet niet onder voor hun werk uit de jaren negentig (hoor ook de echo van “Wake Up Dead Man”), maar klinkt vooral ongedwongen, met een Edge die vuile licks rondstrooit in een bedje van synths en strijkers. Mooi. En slotnummer “The Troubles” heeft dezelfde vervreemdende, melancholische gloed met een onopvallende glansrol voor Lykke Li. Maakt U2 morgen een hele (pop)plaat van dat niveau, dan zal het podium weliswaar wat kleiner moeten — omgekeerd evenredig met hun relevantie, dat dan weer wel. Kiezen of delen.

Misschien had U2 pakweg John Hopkins moeten bellen om hun Ghost Stories te maken (zonder hun, horresco referens, “Sky Full Of Stars” weliswaar), een plaat die niet de sound maar de spirit van hun begindagen koppelde aan een onbevangen geluid dat wél met beide benen in het nu staat. Het had tot een véél boeiender plaat kunnen leiden dan deze grijze middenweg tussen wat was en wat nooit meer kan zijn. Voor nu kunnen ze het geld van de Appledeal netjes in een wederom historisch podium stoppen: marketing en tournees als doping voor een band die muzikaal het peloton steeds verder voor zich uit ziet rijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =