Chromeo :: White Women

Hoe lang kun je een ironische pose aanhouden? Hoe lang blijft om te lachen om te lachen? Op White Women schroeft Chromeo het wink-wink, nudge-nudge-gehalte wat terug, en een ietsiepietsie ernstiger dan gewoonlijk, levert het Canadese duo zomaar even zijn beste plaat af.

Het moet een parallel universum geweest zijn waarin iemand Chromeo heeft bedacht; eentje waarin de jaren zeventig en vroege jaren tachtig nooit helemaal geëindigd zijn en disco nooit uit de mode is geraakt. Lang voor die term in zwang raakte, was het Joods-Palestijnse duo dus al lang nu-disco; met veel liefde voor een goeie 4/4-beat en het glossy laagje van een flink plastieken productie. Het legt hen al tien jaar geen windeieren.

Is ook geen bezwaar. Wie popsongs als “Needy Girl” of “Night By Night” kan schrijven mag zijn teen in elk genre dippen, maar mag ook gerust blijven steken op wat hij altijd al deed: catchy danstunes schrijven. White Woman verbreedt het palet dus maar lichtjes, als in het naar R&B-neigende duet met Solange Knowles “Lost On The Way Home”. Voor één keer wordt gas teruggenomen en een vleugje soul toegelaten. Een topsong is het resultaat, al is het minder Chromeo dan Solange.

Verder business as usual, van bij opener “Jealous (I Ain’t With It)”, een knaller om de deur het huis in te stampen: een aardig beukende beat, funky bas, een aanstekelijke gitaar, en dan een refrein dat je na de eerste keer al achterstevoren kunt meezingen. Is dit pop? Neen. Dit is POP: stuff waar in betere werelden hitparades en dansvloeren mee worden gevuld. Het is alvast een single: dat is een begin. Nu nog de wereld veroveren.

Is de rest even goed? Neen, maar het scheelt soms niet veel. De Chicgitaartjes van “Over Your Shoulder” kunnen ook altijd op onze goedkeuring rekenen, net als de wel erg smooth delivery van David Macklovitch en de manier waarop de bas in de fade-out langzamerhand wegwandelt aan de hand van de BeeGees. En dan is er nog het enthousiast uit de startblokken schietende “Play The Fool” dat ons zelfs op een regenachtige donderdagnacht Saturday Night Fever-achtige moves ontlokt.

Daartussen zit nog wat leuks verborgen. Weinig verkeerds te melden over het erg meezingbare “Come Alive”, een samenwerking met Chazwick Bradley Bundick van Toro Y Moi of de disco van “Somethingood”, of het zouden die overbodige laatste twee minuten van de zes zijn. Dan liever het flink funky “Sexy Socialite”, dat halverwege nog een catchy rap meekrijgt, courtesy vaste medewerkster Ozzie. Ze doet dat goed.

Jammer dus dat White Women in de laatste rechte lijn pluimen laat. “Hard To Say No” is vooral een beetje flauw, “Ezra’s Interlude” is een niemendalletje waarvoor Vampire Weekends Ezra Koenig mocht opdraven op een katerige ochtend — het resultaat was beter na de middag nog eens deftig bekeken, maar toen bleek de plaat al naar de perser. En dan is er nog “Old 45’s”, een stampertje dat niets te bieden heeft behalve een tot voet-tappen aanzettend ritme en een ietwat meezingbaar refrein: het is niet genoeg.

Kan een feestje te lang duren? Misschien dus wel. Als driekwart van de gasten zijn jas al heeft gezocht, is het misschien tijd om conclusies te trekken en in een nabijgelegen bar nog een laatste glas te drinken. Chromeo blijft echter stug de discobar aandrijven. Zowel het moderner — elektronischer — dan gewoonlijk klinkende “Frequent Flyer” als afsluiter “Fall Back 2U” (nog één keer disco alsof het 1977 is), dat met een gewild belachelijk gedateerde saxofoonsolo de deuren achter zich dichttrekt, voelen langzamerhand alsof zelfs de gastheer eigenlijk liever zou gaan slapen. Maar ach. Morgen zijn we dat vergeten, en herinneren we ons met een lichtjes bonkend hoofd vooral hoe vet het feestje in die eerste helft was. Goed plaatje dus? Absoluut, maar ga op tijd naar huis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =