From Cocktail To Fire / Barabbas :: From Cocktail To Fire / Barabbas

Split releases. Onzinnig voor de ene, haast een raison d’être voor de ander. Zeker in hardcore milieus blijft het een gangbare praktijk. Om bezig te blijven, de stilte te verbreken of verzamelaars gek te maken. Als er dan al eens over de muurtjes wordt gekeken, zoals hier, dan is dat al wat sneller de moeite waard.

Zo’n split release heeft natuurlijk ook een meervoudig doel. Opnames die eventueel niet op een vorige release pasten krijgen een nieuwe bestemming, je kan de productiekosten verdelen over twee bands en er valt er ook een nieuw publiek mee aan te boren — op voorwaarde dat je er geen incestueuze affaire van maakt. Een nieuw publiek, dat zal zeker het geval zijn voor deze bands, want tussen de schreeuwerige Haspengouwse hardcore van From Cocktail To Fire en de zware Genkse riffrock van Barabbas gaapt toch een vrij brede afstand die anders niet zomaar zou worden overbrugd.

Barabbas kreeg de genereuze eer om 60% van dit schijfje van een goed half uur voor z’n rekening te mogen nemen. Misschien dat FCTF daarom de aftrap mag geven. Die band is alleszins spek voor de bek van liefhebbers van metalige hardcore en cross-over die sinds midden jaren tachtig z’n opgang maakte. Denk daarbij ook aan de hakkende New Yorkse hardcore van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, maar dan met een sound en stijl die iets sterker naar de moderne metalcore neigt. Agressief en met een dynamiek die voortdurend op de ‘alles eruit pompen’-stand staat.

De gitaren klinken eensgezind bruut, wat meteen compenseert voor de eerder dunne drumsound. Zanger Koen Klaps klinkt — zoals dat hoort in het genre — permanent pissed (en eigenlijk ook als de schuimbekkende jongere broer van D.R.I.’s Kurt Brecht). Geen idee waar de man het de helft van de tijd over heeft, maar de overgave is er, net als de nekforcerende breaks en de vele tempowisselingen. De in de metal gedrenkte passages halen hier en daar de vaart uit het geheel, maar agressief blijft het wel.

Toch is de band op z’n best als er iets meer wordt afgeweken van het klassieke stramien. De melancholische ondertoon (jaja mannen, betrapt) compenseert in “In My Head” voor de soms wat monotone bijttirades, terwijl het compacte “Utopia” net iets gewaagder omspringt met structuur. Er vallen bij FCTF weinig échte verrassingen te rapen, maar dat is binnen het genre geen vereiste. Het is de toewijding en de punch die telt, en die spat knalrood van de vier tracks.

Andere koek bij Barabbas. De gitaren — een vette korst met weinig klankdefinitie — hebben het meteen voor het zeggen en wijzen meteen met de vinger richting stonerrock. Maar er komt ook meer bij kijken: de gitaarpartijen verraden een liefde voor 70’s gitaartandems en 80’s hardrock, terwijl de zangpartijen van Maarten ‘Monke’ Geraerts, die voortdurend klinkt alsof hij op de toppen van z’n tenen staat te kelen, een lichtjes wanhopige bijklank krijgen. “Loaded Summer” is zo meteen goed voor 150 seconden vlammen tussen bluesrock en stonerpunk.

Daarna legt het kwartet best een gevarieerd parcours af, waarbij het vooral opvalt dat het gaspedaal niet altijd moet worden ingedrukt. De zuiderse groove van “Nightmares”, laidback en knipogend naar de ronkende bluesrock van Five Horse Johnson (vooral in het refrein), klinkt erg naturel en heeft door het werken met stemmenlaagjes een eigenzinnig randje. Het korte “Waves Of Babylon”, voorzien van een geinig clipje, probeert dan weer jachtige mokerrock te verenigen met… surf.

Het opvallendst zijn echter de twee langere tracks. Die lijken enerzijds te verwijzen naar de gestroomlijnde stonerrock van QOTSA en co., maar krijgen een aparte draai. In sterke mate is dat te danken aan de zang. Lijkt die aanvankelijk haaks op de muziek te staan, dan doet ze even later wat denken aan de al even merkwaardige zangpartijen van Scott ‘Wino’ Weinrich. Niet ongepast, want “Misty Morning” baadt hier en daar ook in die old school doom vibe. Spirit Caravan is binnenkort in ’t land. Waar wachten ze daar nog op?

Afsluiter “Electric Circus” volgt een vergelijkbare route, maar dan iets meer in de richting van de foute boel, met verwijzingen naar zwaarden, een bloedrode hemel en de jarentachtig metal waar broederband Solenoid (waar zanger Maarten Geeraerts en gitarist Roel Paulussen ook in zetelen) ook graag mee smoddert. Iets minder van de hak op de tak springen was misschien beter geweest, maar er wordt tenminste geprobeerd om er iets anders uit te halen.

Wie op zoek is naar hippe bands die meesurfen op de laatste nieuwe trends in kabaalland, is hier duidelijk aan het verkeerde adres. Maar de no-nonsenseaanpak, de eerlijke liefde voor de macht van de gitaar en het besef dat dit op en top livemuziek is, maken bedenkingen over vernieuwing (of het gebrek eraan) eigenlijk overbodig. Je moet een band niet afrekenen op iets wat ook geen doel is. Als Ace Of Spades voor de zoveelste keer door het kot wordt gepleurd, klaagt er toch ook niemand?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =