SardoniS :: III

Riffing is their business… and business is gooood! SardoniS, deel 3.

We hebben in België behoorlijk wat decibelvreters rondlopen die hun beste beentje voorzetten als het aankomt op uitzinnig kabaal en tumultueus geweld, maar er is waarschijnlijk geen enkele band die het voorbije decennium zo loyaal aan het altaar van thee mighty riff is blijven rondhangen als het Limburgse duo SardoniS. De band heeft op de wip tussen stoner- en doommetal z’n formule gevonden en pleurt de ene variatie na de andere daarop in je smoel. Albumtitels (I, II, III, dat is mooi consistent), sober artwork (zelfgemaakt!) en veelzeggende songtitels lonken allemaal in dezelfde richting.

SardoniS beschikt ook over de nodige zelfkennis, want zoals de songs genoemd zijn, zo klinken ze ook. En als er toch ooit een zanger van zou komen, dan gaat die ook geen keuze krijgen. Het worden verhalen over bergen en dalen, wolven en holen, over oorlog, het slagveld en de nasleep ervan. En dat verpakt in vette, uit hun voegen barstende bulldozers van songs. SardoniS doet niet aan ballads, fancy concepten, high profile gastzangers, dure gimmicks, knetterende laptops of andere foefelarij. Er is slechts één gebod, Gij zult riffen, verdomme.

Het meest opvallende verschil is misschien dat de twee er nu wat geduldiger mee omspringen, wat zich ook weerspiegelt in het aantal songs. Van negen op het debuut, en zeven op II, zijn we intussen bij amper vijf beland. Nog twee albums, en ze kunnen een Sleepke doen. Maar genoeg flauwe zever, want het gemak waarmee ze die bastaards van songs uit de mouwen schudden wordt enkel nog overtroffen door de bloeddorst van de riffs, ook al laten die soms even op zich wachten, zoals in opener “The Coming Of Kahn”, dat van start gaat met een lange, zoekende gitaaraanloop.

Een beetje etherisch, haast wat pschedeliscxh, met een beetje een Oosterse sfeer. Het heeft haast iets van een ode aan Pazuzu of een andere Centraal-Aziatische demoon. Maar dan volgt natuurlijk de brute wending, wordt ineens, als in een snijdende kramp, de aanval ingezet met de verbetenheid van een High On Fire en je krijgt meteen visioenen van gemaskerde wilden gewapend met schilden en zwaarden die de gemiddelde patser amper tot schofthoogte getild krijgt. En laat het duidelijk zijn: het is niet de sinistere, deprimerende zwarte gal van de postmetalbands die je hier hoort, maar die van de brute stonerdoom, waar invloeden uit heldhaftige old school hardrock in doorsijpelen, met drums die gelukkig ook nergens te lomp worden. Het neigt naar de sludge, maar blijft een eigenzinnige vinnigheid behouden.

Een tandje bijsteken dan, voor het toepasselijk getitelde “Battering-Ram”, waarbij het bloed niet gulpt, maar in het rond spettert. “Fuck finesse”, moeten de twee in dat stinkend repetitiekot gedacht hebben, en vervolgens wordt van jetje gegeven met hakkende ritmes en eindeloos herhaalde riffs. Die, goed, een paar keer een tempowissel voorgeschoteld krijgen, maar het zootje vermangeld terug in je schoot werpen. In “Roaming The Valley” wordt het procedé vervolgens omgekeerd, door de loodzware, tergend traag kruipende doom ten gepaste tijde bij te kruiden met thrash-versnellingen en even zelfs zo’n moordende mid-tempo riff à la Slayer (4:31, how man!!), waarmee je een huis of twee in de fik wil steken.

De twee resterende lappen, samen goed voor een tweede vinylhelft, wijken iets sterker af van die gewelddadige koers. In “Ruined/Decay” wordt ondanks het metalgeweld ingezet op een iets melodieuzere, maar tegelijkertijd ook meer introspectieve aanpak (niet dat de roffels daarom minder heftig klinken), en is het niet moeilijk om je voor te stellen hoe bepaalde elementen uit de song ook overeind zouden blijven in iets minder volumineuze context. Dat geldt misschien wel iets minder voor afsluiter “Forward To The Abyss”, dat net iets te weinig substantie of variatie in de aanbieding heeft om een duur van bijna twaalf minuten te rechtvaardigen. Maar dat kon ook aan onze behoefte aan rappe punk liggen, die ervoor zorgt dat we de eerste vier en laatste drie minuten al een paar keer op FFWD-snelheid beluisterden.

Kortom: verwacht van SardoniS geen plotse koerswijziging of eclectische experimenten. Deze twee knapen blijven netjes met de voeten op de grond (in dit geval een smerige zuigmodder) en voor wie een zwak heeft op de schedelkrakende riffs waar ze een patent op genomen hebben is dat maar goed ook. James, de hakbijl!

SardoniS speelt op 18/12 in het voorprogramma van Today Is The Day in Magasin 4.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − drie =