The Wind Rises

In een rechtvaardige wereld zou de naam Hayao Miyazaki moeten klinken als een klok, maar in de praktijk vrezen we dat hij op krekelgeluid wordt onthaald. Jammer, want de Japanse filmmaker behoort op zijn 73 tot de meest getalenteerde grootmeesters van de animatiefilm aller tijden. Sla er zijn oeuvre op na en je treft de ene na de andere parel aan: Nausicaä of the Valley of the Wind, My Neighbour Totoro, Princess Mononoke, Spirited Away en Howl’s Moving Castle. Maar de leeftijd begint te knagen: Miyazaki kondigde aan dat The Wind Rises zijn zwanenzang zou zijn als regisseur. Dat stemde ons triest, maar ‘s mans laatste film mag gezien worden. The Wind Rises blijkt een mooie synthese te zijn van Miyazaki’s fascinatie voor natuur en techniek, maar is vooral ook een intrigerende biopic over de een jonge kerel met obsessies die dodelijke gevolgen zouden hebben.

Miyzaki heeft altijd een voorliefde gehad voor het fantastische en bovennatuurlijke, waar hij dan betekenisvolle parabels en metaforen uit distilleerde. Daar krijgen we in The Wind Rises nog wel wathints van te zien, maar voor het grootste deel houdt de regisseur zich ditmaal aan een relatief realistische vertelling rond Jiro Horikoshi, een ingenieur die gevechtsvliegtuigen ontwierp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Niet dat Miyazaki het zo nauw neemt met de feiten, maar goed. Het verhaal begint met een jonge Jiro die droomt van een heldhaftig pilotenbestaan en opkijkt naar de Italiaanse vliegtuigenbouwer Giovanni Battista Caproni. Jiro besluit om zijn dromen na te jagen en begint aan een ingenieursstudie. In 1923 overleeft hij een zware aardbeving in de Kantō-streek, waarbij hij de lieftallige Naoko leert kennen. Na zijn studies vindt Jiro een job bij een vliegtuigmaatschappij en moet hij er mee voor zorgen dat Japan internationaal kan meespelen op het vlak van gevechtsvliegtuigen. Een hele uitdaging, zeker wanneer zijn relatie met Naoko op de proef wordt gesteld.

Verwacht dus geen biopic die braaf de feiten volgt uit Jiro’s leven. The Wind Rises blijft een animatiefilm en het blijft Miyazaki. Sentiment is de regisseur niet vreemd en voor zijn laatste tour-de-force haalt hij op dat vlak nog eens alles uit de kast. Niet dat de film vervalt in een platte tranentrekker: Myiazaki maakt er eerder een subtiel, gevoelig en misschien licht naïef drama van, waarin Jiro’s relatie met Naoko voor de sporadische krop in de keel moet zorgen en Jiro’s ongebreidelde passie voor het luchtruim het personage een dromerige onschuld dient mee te geven. Het geeft de film allemaal iets Spielbergiaans, maar Miyazaki houdt de touwtjes stevig in handen en bewaart een zekere balans in zijn aanpak. The Wind Rises is doorspekt met de sympathie van de regisseur voor zijn personage en een gedeelde hartstocht voor die blauwe oneindigheid en de menselijke drift om door het luchtruim te klieven. Die sympathie werkt aanstekelijk en zorgt ervoor dat we als kijker kunnen meeleven met een gevarieerd personage. Of de film daarbij de werkelijkheid volgt, is een heel andere vraag.

Er ontstond hier en daar wat controverse omtrent de film, omdat Miyazaki Jiro zou afbeelden als een nationale held. Die controverse wordt voornamelijk gevoed door het feit dat de vliegtuigen die Juro ontworpen heeft onder andere verantwoordelijk waren voor de aanval op Pearl Harbor. Politiek getint of niet, wij zagen vooral een film over een kerel die zijn dromen najaagt, liefdevol was voor zijn naasten en gedreven in zijn passies. Dat daar dodelijke acties uit voortvloeiden, wordt bewust minder sterk naar voren gebracht. Miyazaki negeert de gevolgen van Jiro’s creaties niet, maar zet ze ook niet in de verf. The Wind Rises is geen film over een historische figuur, maar eerder over een dagdagelijks individu in donkere tijden.

Waar Miyazaki uitblinkt, is in de portrettering van de relatie tussen Jiro en zijn wederhelft. De liefde die hij voor haar voelt weeft Miyazaki met een bewonderenswaardige tederheid doorheen het verhaal en sporadisch licht hij het uit met prachtige momenten zoals een trouwceremonie of het pakkende einde. Die aspecten van het verhaal interesseren hem duidelijk meer dan het historische kader. Miyazaki mikt op de gevoelige snaar, soms zelf op een nogal doorzichtige manier, maar we hadden de kracht niet echt om er aan te weerstaan. Pathetiek in film wordt vaak gezien als iets dat per definitie negatief is, maar mocht het altijd met even veel overtuiging en finesse worden gebracht als hier, dan zou er al veel minder te klagen zijn. Het grootste probleempunt van de film is misschien de duur. Ergens blijft het allemaal wel hetb verhaal van een ingenieur, wat, hoe je het ook draait of keert, niet echt spannend klinkt. Miyazaki tracht dat op te lossen door regelmatig een droomsequentie in te lassen, evenals creatieve scenes van aardbevingen en oorlogsvoering, maar kan niet vermijden dat het soms wat langdradig wordt.

Echt verbazen deed het ons niet echt, maar toch sloeg de animatie ons weer met verstomming. Er passeren maar weinig shots de revue die je niet zou kunnen inkaderen. De Of het nu de gruwel van een natuurfenomeen is of de rustieke pracht van een Japans landschap, Miyazaki weet het steeds een sterke visuele identiteit te geven. En dan zwijgen we nog over het knappe geluidsontwerp. Let maar eens goed op tijdens de indrukwekkende verfilming van de dodelijk Kantō-aardbeving. In de bevende geluiden van de aarde herken je niet minder dan brommende mensenstemmen. En guess what? Het werkt!

We gunnen Miyazaki alle rust van de wereld, maar als fans gaan we hem toch missen. The Wind Rises is een gepast vaarwel, waarin de thema’s van Miyazaki allemaal nog eens op fijnzinnige manier naar voren komen. De film behoort niet tot zijn meesterwerken, maar we nemen er toch ons petje voor af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =