Ponyo on the Cliff by the Sea






Dat goudvissen bijzondere gaven hebben, is een fenomeen dat al
langer geweten is. Onder echte visliefhebbers dan toch. Vooral ‘s
nachts tonen ze hun ware aard en ontpoppen de oranje en witte
sierlijkheden zich als meesterlijke dansers, zingen ze door hun
kieuwen en kunnen ze praten. Je moet rond een uur of drie (hun
piekuur) maar eens je wekker zetten en stilletjes hun aquarium
besluipen: je gelooft je ogen en oren niet… Ben je toch niet
overtuigd van dit wetenschappelijk onderbouwde fenomeen, dan zal
Hayao Miyazaki je met ‘Ponyo on a Cliff by the Sea’, zijn nieuwste
animatiefilm over een schattig goudvisje dat een meisje wilt
worden, wel snel over de streep trekken. Van die man neem je gewoon
alles aan. De meester in vertellen brengt een vreemde
onderwaterwereld tot leven waar we allemaal graag in zouden
onderduiken. Kom je mee naar snorkelland?

Diep in de zee leeft Ponyo, een visje met een mensengezicht.
Ponyo is een eigenzinnig visje. Ze is speels, deinst voor niets
terug, maar heeft dan ook bijzondere krachten achter de hand: als
ze zich heel hard concentreert, dan krijgt ze armen en benen en
tanden… net als een mens. Wanneer ze ontsnapt uit de greep van
haar vader de watertovenaar en aan de oppervlakte een jongetje
Sosuke leert kennen, raakt ze alleen maar meer van overtuigd van
haar roeping: ze wil een echt meisje worden. De twee worden dikke
vriendjes en beleven dolle avonturen, zeker wanneer Ponyo
definitief breekt met haar vissenverleden. Maar dan komt de storm
en raakt alles en iedereen in gevaar…

Miyazaki is zowat de Clint Eastwood onder de animatiefilmmakers:
het brein achter ‘Princess Mononoke’ en ‘Spirited Away’,
ondertussen al achtenzestig, kondigt nog elk jaar zijn pensioen
aan, om dan toch nog een laatste animatieparel uit zijn tekenpen te
persen. Hoewel zijn zoon Goro de tekenmicrobe ook te pakken heeft,
blijft Miyazaki op vlak van anime de creatiefste, de talentvolste,
de grootste. De Japanners zijn terecht apetrots op hun meester in
de tekenkunst: wat er allemaal uit zijn kleurpotloodjes vloeit, is
ongelooflijk. Vol creatieve beeldspraak zoals alleen hij ze uit
zijn duim kan zuigen. Bij ‘Ponyo’ is vooral de manier waarop hij
het water tot leven weet te brengen een lust voor het oog. En er is
véél water te genieten in de film, we voelden het zelfs bijna tot
aan onze eigen tenen likken. Golven gemaakt uit reuzegrote vissen,
helder water waarin je dinosaurusachtige schepsels ziet zwemmen,
dansende kwallen, allemaal even kleurrijk en gedetailleerd. Magie
die op zijn hoogtepunt komt in de beste scène van de film: we zien
Ponyo bovenop de golven lopen en de achtervolging inzetten op de
wagen waarin Sosuke naar huis wordt gebracht.

Ponyo (of moeten we Brunhilde zeggen?) is in al haar
verschijningsvormen, van vis tot kipachtige overgangsfase tot
meisje, om op te vreten en loopt over van aanstekelijke energie
zoals alleen animekindjes die hebben. Met ‘Ponyo’ richt Miyazaki
zijn pijlen duidelijk op de aller-allerkleinsten. Hij houdt het
verhaaltje luchtig en vrolijk met personages die uitblinken in
schattigheid. De kritiek op de mens en de aanzet tot bewustmaking
van onze band met de natuur die hij doorgaans in zijn films loodst,
is van milde aard. We voelen de hele film door wel een steek onder
water op de mens als vervuiler. Zo wil Ponyo’s vader absoluut niet
dat zijn dochter een mens wordt en speelt het water de rol van
dreiging, van wraak op de mens die de natuur als vanzelfsprekend
beschouwt en te veel neemt en te weinig geeft. Een situatie waarmee
de personages wel verdacht luchtig omgaan (moeten die dorpelingen
niet allemaal dood zijn na zo’n woeste storm?). Of was dat te
gruwelijk geweest voor de vijfjarige Sosukes in de zaal?

Heb je bij de recentere Miyazaki’s momenten van verwarring en
gefrons gehad, dan is ‘Ponyo’ zeker een van zijn meest
toegankelijke en kindvriendelijke Ghibli studiofilms. Niet echt
complexe droomwerelden, onverklaarbare gebeurtenissen of
‘he-lost-me-there’s’ dus. De film maakt een vrij
rechtlijnige beweging richting happy end, weliswaar afgewisseld met
de nodige sfeerbeelden, plezante grapjes en visuele uitbarstingen.
Wanneer de storm gaat liggen en de nevel rond het verhaal optrekt,
blijkt er helaas niet veel meer achter te blijven dan een
bijna-kleffe moraal die vrij letterlijk in de kindermond van Sosuke
wordt gelegd. Het einde stelt erg teleur en doet beseffen dat er
ook niet veel meer dan een ‘kleine zeemeermin’-motief achter al dat
moois schuilging. Van een man als Miyazaki hadden we zo’n
traditioneel einde niet verwacht.

De kinderen in de zaal begrepen zonder al te veel uitleg van de
mama en zonder ondertitels het verhaal vrij goed. De prachtige
beelden spreken voor zich. Teleurgesteld zijn we dan ook niet dat
we ons brein bij een Miyazaki eens niet in de knoop moesten leggen.
Voor de volwassenen houdt deze schakel uit zijn carrière minder
uitdaging in, maar het is wel de ideale kinderfilm: speels en
origineel, onwijs grappig, kortom luchtig vermaak dat aan
hoogsnelheid voorbijvliegt. En wat doet het deugd om in Miyazaki’s
wereld kind te mogen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 18 =