Snowpiercer

Na Chan-wook Park met het schromelijk onderschatte Stoker, is Bong Joon-Ho de tweede grote Koreaanse regisseur om de overstap te wagen naar het Engelse taalgebied. Voor Park werd die gok op commercieel vlak alvast niet zo’n geweldig groot succes, waardoor het nog maar de vraag is of hij een vervolg zal kunnen breien aan zijn Amerikaanse carrière. Maar de film zelf staat wél als een huis overeind. Iets gelijkaardigs vrezen we nu voor Bong: Snowpiercer is zeker niet zijn beste film, maar wel een sterke stijloefening, die wellicht een groot deel van het westerse publiek zal vervreemden met zijn eigenaardige toon en bizarre gevoel voor humor. Hoe luid de kassa’s zullen rinkelen, staat dus nog te bezien, maar ondertussen hebben we wel weer een straffe film in de zalen.

We schrijven het jaar 2031. Door de extreme gevolgen van global warming, en vooral door de mislukte pogingen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, is de planeet één grote ijsbal geworden. De mensheid is zo goed als volledig uitgestorven, met de uitzondering van een duizendtal mensen op een trein. Deze trein, aangedreven door een revolutionaire perpetuüm mobile-motor, sjeest al 18 jaar lang de wereld rond als een supersnelle ark van Noach. Valt de trein ooit stil, dan is het ook meteen definitief afgelopen met het menselijke ras. In de tussentijd heeft zich een genadeloos klassensysteem ontwikkeld op het voertuig: de armsten leven in de achterste wagons, worden gevoed met proteïneblokken en gewelddadig onder de knoet gehouden van de rijken, die in ongekende weelde in de voorste wagons leven. Curtis (Chris Evans) en Edgar (Jamie Bell) zijn twee arme luizen die een opstand plannen – ze beginnen aan een lange en bloederige weg naar de locomotief.

Wie schrik had dat Bong Joon-ho voor de gelegenheid zijn ziel verkocht had aan de Hollywoodfabriek: geen zorgen. Snowpiercer is dan wel Engels gesproken en heeft dan wel een handvol bekende Britse en Amerikaanse acteurs in de hoofdrollen, maar heeft nog altijd de onvoorspelbare, anarchistische sfeer van de Koreaanse cinema. Zonder te veel te willen verraden: in een Hollywoodversie van Snowpiercer gaat Tilda Swinton (als vertegenwoordigster van de rijken) niet zo ver over de top, gaan bepaalde personages niet dood (en al zeker niet op het moment dat ze hier doodgaan), zit de schoolscène (u kunt ‘m niet missen) er niet in en heeft Chris Evans niet de back story die hij hier heeft. Al die scènes en al die elementen zouden veel te excentriek zijn voor Hollywood, maar smaken wél 100 procent naar de betere Koreaan. Voor zover hij dan toch Westerse invloeden verraadt, zijn het eerder de geesten van Terry Gilliam en zelfs Jean-Pierre Jeunet dan die van Tony Scott of Michael Bay die hun aanwezigheid laten voelen.

Bong Joon-Ho is in zekere zin altijd al een regisseur met twee gezichten geweest, die probleemloos de overstap maakte van het gritty realistische van Memories of Murder, naar de veredelde B-film The Host en weer terug naar het tragisch-menselijke van Mother. Snowpiercer sluit qua toon en stijl het meest aan bij The Host. In die eerdere film kregen we een ongegeneerde creature feature, een monsterfilm die werd aangedikt met een nogal oppervlakkig ecologisch boodschapje (het riviermonster was een resultaat van jarenlange vervuiling).Deze keer krijgen we een actie-thriller op een claustrofobische locatie, óók al aangedikt met een ecologische boodschap over global warming, met als bonus de manier waarop de trein een weerspiegeling is van de klassenmaatschappij.

Maar vergis je niet: Snowpiercer heeft uiteindelijk de ziel van een B-film en komt pas echt tot leven wanneer de personages op elkaar in mogen hakken (één massagevecht doet sterk denken aan de iconische actiescène in de gang in Oldboy), of wanneer Tilda Swinton volledig loos mag gaan in het sterkste staaltje bewuste overacting sinds Toshiro Mifune de geest gaf. In het diepste van zijn ziel is Snowpiercer een exploitation film. Laat het dus geen verrassing zijn dat u hier niet moet aankloppen voor zwaar intellectuele kost – in tegendeel, de film is op zijn best wanneer hij elke pretentie op diepere betekenissen laat varen en gewoon bat shit crazy wordt. Er zitten scènes in Snowpiercer die neigen naar het cartooneske, of zelfs het groteske – het is hier dat we Gilliam en Jeunet goedkeurend hoorden grommen. Twee mogelijke reacties: ofwel knap je daar finaal op af, ofwel ben je helemaal méé en zit je van begin tot eind breed te grijnzen. Het mag duidelijk zijn: wij vielen resoluut in het tweede kamp. Het helpt overigens dat alle acteurs de stijl van de film volledig snappen en prima in hun rol zitten. Chris Evans is vooral een indrukwekkende fysieke verschijning en vormt een efficiënt anker voor de film. Jamie Bell is degelijk, John Hurt zijn eigen classy zelve en Tilda Swinton… tja, voor wat Tilda Swinton staat te doen, bestaat eigenlijk geen afdoende terminologie. Ze is er gewoon. De beste rol is misschien nog wel weggelegd voor Bongs fetisjacteur Kang-ho Song, die hij voor de gelegenheid importeerde en die onverstoorbaar briljant staat te wezen in een comic relief-rol die toch meer schakeringen bevat dan je zou verwachten.

Dat wil niet zeggen dat de film vrij is van gebreken: de eindsequens valt wat lang uit en hoe minder praktische vragen je stelt over het concept van de film, hoe beter (zo passeren de personages een partywagon én een saunawagon, maar zien we nooit waar de passagiers van de trein slapen, zich wassen of waar hun vlees vandaan komt). Bovendien moet de regisseur hier, net zoals in vrijwel àl zijn films, een evenwicht zoeken tussen verschillende genre-elementen; Snowpiercer is afwisselend tragisch, gewelddadig, satirisch en grotesk, en je voelt wel aan dat hij sporadisch worstelt om de juiste toon te vinden. Nu goed, het zij zo. Een meer conventionele, Amerikaans aandoende versie van deze film zou wellicht iets soepeler voorbij glijden, met minder horten en stoten, maar je zou hem morgen alweer vergeten zijn. Snowpiercer is meer een bumpy ride, maar zo kom je tenminste nog eens ergens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =