Suzanne Vega :: Tales From The Realm Of The Queen Of Pentacles

Eerlijk: wij hadden Suzanne Vega na de loden stilte sinds haar vorige plaat, al een heel klein beetje opgegeven. Maar mensen, wat een comeback! Het nagelnieuwe Tales From The Realm Of The Queen Of Pentacles, voor een stuk opgehangen aan verhalen over de befaamde tarotkaarten, rockt niet alleen adequater dan Beauty And Crime uit 2007, het album is met de vingers in de neus simpelweg één van haar betere, alleszins meest verscheiden platen ooit. Alright!

Zo valt “Crack In The Wall” met de deur in huis en dat zullen we geweten hebben: een superstrakke drum, gecombineerd met een friemelende banjo en daarbovenop Suzanne Vega’s folkgitaar die, met alle tien vingers geklemd in een simpele moordgriet van een riff die zo van The Stones had kunnen zijn, klinkt alsof ze nooit is weggeweest. “Fools Complaint” tapt uit exact hetzelfde vaatje, maar hey: ons hoort u niet klagen. Daarvoor is het immers te veel genieten van de – nooit gedacht dat we dit over Vega zouden schrijven — opzwepende muziek. Toch blijft het vermoedelijk even slikken voor elke chronische fan die Vega kent als pionier van de folkrevival van de late jaren tachtig. Pas bij “I Never Wear White”, uitgerekend de publiekslieveling bij try-outs van de nieuwe songs voor een livepubliek, beginnen wij ook een beetje aan metaalmoeheid te leiden. De distortion klinkt irritanter dan een dozijn drilboren in uw living. Verder klinkt de song, zowel tekstueel als muzikaal, bitterder dan een tiener die net te horen kreeg dat hij twee jaar huisarrest aan zijn broek heeft. Toch lichtjes benieuwd hoe dit live zal klinken.

Heeft onze favoriete folkzangeres van de jaren tachtig dan vollédig haar wortels weggegooid, zal u nu vragen. Natuurlijk niet, meer zelfs: “Portrait Of The Knight Of Wands” vormt, zowel qua intelligente tekst als qua zachtjes tegen je aanschurkend geluid, een waardig alternatief voor Vega’s eigen, haast onovertrefbare “The Queen And The Soldier” van haar debuutplaat. Die machtige folkgitaar! Die geweldige minimale triphopgeluidjes die verstoppertje spelen met uw trommelvlies! “Don’t Uncork What You Can’t Contain” (alleen al die intrigerende titel!) biedt hetzelfde geluid van opener “Crack In The Wall” – noem het akoestische rock-’n-roll met een hoog vingerknipgehalte — maar herbergt ook een treffend gecast strijkorkest, dat heel slim, en contrasterend met het iets te makkelijk meezingbare refrein lekker tegendraadse Oost-Europese arrangementen speelt. U moet het effectief horen om het te geloven, maar neem het van ons aan: gewéldig nummer.

En zo vallen er wel meer absolute verrassingen op deze plaat te noteren. Neem nu het flamencoritme van “Jacob And The Angel”, een wel erg vrije bewerking van de gelijknamige tekst uit de bijbel. Alweer zijn we, als een groep scouts die verdwaald is in een reusachtig bos, kilometers verwijderd van mevrouw Vega’s eigen debuutgeluid, maar dat maakt allemaal niets uit wanneer we wegmijmeren bij de instrumentale outro die zo interessant klinkt als het bevreemdende, surrealistische karakter van een viersterrenfilm als Donnie Darko. En de mooie en vooral intrigerende verrassingen blijven als manna uit de hemel en onze cd-speler vallen. Steeds met de juiste keuzes qua muziek als bij de vanouds meesterlijke, evenwel niet altijd even toegankelijke teksten. Of hadden wij u nog niet verteld dat mevrouw Vega al sinds jaar en dag een universiteitsdiploma Engelse literatuur op zak heeft?

Bij het muzikaal zeer genietbare “Silver Bridge”, over de dood van iemand die Vega zeer dierbaar was, heeft de producer bijvoorbeeld volledig terecht het knopje van de bas een ferme draai naar rechts gegeven en we begrijpen de man compleet. Een beter contrast met de akoestische gitaren in de zogeheten brug van de song is immers niet denkbaar. Ook klinkt Vega’s stem, bijvoorbeeld op het erg mooie, in strijkers badende “Song Of The Stoic”, nog steeds zoals op haar debuutplaat: zo zacht als een vuurrood satijnen laken op een deken van pluimendons. Vega vroeg zich voor deze song af wat er zou geworden zijn van (de fictieve) Luka uit haar gelijknamige wereldhit indien die volwassen was geworden en werkte als, pakweg, een roadie. Interessant! “Laying On Of Hands”, over de Occupy Wall Street-beweging, bevat in het begin jammer genoeg die irritante percussie die ons ook al zo’n slordige twintig jaar geleden een punthoofd bezorgde bij de studio-opname van het nochtans wondermooie “When Heroes Go Down”, maar zie: gaandeweg bloeit de song, mede door een moordend accurate achtergrondzangeres en een drummer die eindelijk op het juiste pad terechtkomt, open als een wei vol madeliefjes op een mooie lenteochtend. Denk (een klein beetje) aan “Sympathy For The Devil” van The Stones en geniet bij die gedachte alleen al.

De, aan Vaclav Havel opgedragen, hekkensluiter “Horizon” klinkt zo vol als een heerlijke maaltijdsoep en levert een meer dan waardig orgelpunt voor deze misschien ietwat eclectische, maar alleszins met glans geslaagde plaat. Yep, we hebben er zeven jaar op moeten wachten en zeker: mevrouw Vega zal wellicht nooit het torenhoge niveau van haar eigen twee eerste platen kunnen evenaren; maar toch is dit een interessante, bij wijlen zeer mooie expeditie van een rasartieste die effectief over het muurtje van haar eigen oeuvre durft te kijken. Een dappere en voor het merendeel zeer beluisterbare plaat dus. Alright!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 7 =