Jaune Toujours :: Routes

Muziek met een ideologische agenda durft al eens te wringen. Zeker als die agenda het laatste woord wil krijgen. Het geëngageerde Jaune Toujours heeft van de politieke boodschap een van zijn belangrijkste handelsmerken gemaakt, voorlopig gelukkig met prima resultaten. Dat is nu ook het geval op Routes, hun eerste wapenfeit sinds Kolektiv (2009).

Jaune Toujours vervult bij ons de rol die The Ex heeft in Nederland: het is een soort geweten én een broeihaard van stijlen en culturen, een multicultureel kruispunt waarin pop, ska, Balkanmuziek, funk en nog allerhande genres naast elkaar kunnen bestaan en deel uitmaken van dezelfde aanstekelijke cocktail. Op die manier zijn het ideale ambassadeurs om de smeltkroes die Brussel is te vertegenwoordigen en vormen ze het Belgische antwoord op vroegere Franse bands als Mano Negra en (vooral) Les Négresses Vertes.

Dat het hart nog altijd geëngageerd klopt, wordt snel duidelijk na het beluisteren van de songs. De in het Frans en het Engels gezongen stukken loven burgerprotest en verantwoordelijkheidszin en behandelen uiteenlopende thema’s als de Europese instellingen, illegalen, tolerantie en de verkilling van de maatschappij. Idealiter is die laatste een gemeenschap waarin ook tijd is (of gemaakt wordt) voor feest, ongedwongenheid en een spontane babbel. Het is kortom een band die ten strijde trekt tegen de verzuring, het racisme en de anonimiteit. Je kan minder intimiderende uitdagingen bedenken. Dat soort idealisten blijven we nodig hebben.

Muzikaal geeft de groep dat idealisme gestalte in een dozijn compacte songs (slechts eentje houdt het langer dan vier minuten vol). Die worden stuk voor stuk op gang gepompt door Piet Maris’ accordeon en gedreven zangpartijen (hier en daar wel wat stijf voorgedragen, ondanks zijn lekker rollende ‘r’), de soepele ritmesectie van Théophane Raballand (drums) en Mathieu Verkaeren (contrabas) en een viertal blazers die voor een bonte mengeling van stijlen en geluiden zorgen, waardoor exotische hoempapa hand in hand kan gaan met punkachtige versnellingen, jazzy uitlopers en lome, dubby grooves.

Wat het volk van buitenaf betreft: de Roma-vrouwen van Mec Yek zijn de gedroomde gasten om een verhaal te vertellen over het Klein Kasteeltje, “Azadi” wordt vooruit gestuwd door percussiegezelschap LKMTIV en de befaamde Gangbé Brass Band zorgt ervoor dat het er in “Ciel Orange” nog rijker aan toe gaat, compleet met pompommende tuba. Maar al die gasten heeft Jaune Toujours eigenlijk niet nodig, want funk, chanson en allerhande volksmuziek zwieren ze zelf met gemak in de etnische mangel.

Je hoeft er niet aan te twijfelen dat Routes een titel is die Jaune Toujours op het lijf geschreven is. Reizen zit deze bende in de genen en stilzitten, in welke betekenis dan ook, is geen optie. Het is dan ook jammer dat je toch een beetje op je honger blijft zitten als je de band al eens live aan het werk zag. De songs passeren vlotjes na mekaar en de stilistische gulzigheid gaat de band goed af, maar het voelt aan alsof er wordt gespeeld met de handrem op. Jaune Toujours klinkt als een goedgeoliede machine, maar het knettert niet. Het nadeel van een op en top live band te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 1 =