Bruce Springsteen :: High Hopes

Wie indertijd voor “Fire” en “Because The Night” geen plaats had op zijn platen en met een 4-cdbox als Tracks een heuse schatkamer heeft gereleast, heeft “restjes” van een niveau dat de meeste bands en artiesten vandaag nog niet met hun A-materiaal halen. High Hopes is dan ook niet zomaar een restjesplaat, maar een boeiende stijloefening die The E Street Band anno 2000 verbindt met die van nu. Boeiend wegens niet altijd geslaagd.

Samen met Springsteen beleeft die band sinds 2012 hoogdagen die niemand nog had durven vermoeden na het overlijden van Danny Federici en bovenal Clarence Clemons. Zo is het met Springsteen altijd gegaan: troost en hoop creëren vanuit tegenslagen. Springsteen is op z’n 64ste namelijk aan z’n productiefste periode in z’n carrière bezig. De Wrecking Ball-tour is z’n grootste, meest intense tour ooit met marathonconcerten zoals de band ze nog niet had gespeeld. Springsteen brengt haast tweejaarlijks een plaat uit en zelfs tijdens de tour duikt hij, stijf van de adrenaline, nog de studio in. Die opnames mondden uit in High Hopes, dat vooral songs telt die de band live een tweede leven gaf tijdens die tour. En die Springsteen een officiële studioversie en -release wou geven wegens “te goed”.

De voornaamste inspiratie daarin was Tom Morello, die Springsteen onomwonden z’n “muze” noemt in de liner notes van het album. Morello viel in voor Steve Van Zandt tijdens het Australische luik van de tour toen die opnames had voor de tv-reeks Lilyhammer. Het blijft een curieuze combinatie. Morello heeft z’n liefde voor Springsteen nooit verborgen – op Renegades coverde Rage Against The Machine al “The Ghost Of Tom Joad”. Maar waar Springsteen zijn woede muzikaal steevast in hoop vertaalt – beste voorbeeld is het recentste Wrecking Ball – mondde dat bij Morello altijd uit in muzikale razernij. Bovendien soleert Morello op een manier waar Nils Lofgren nog niet aan denkt.

Op single en cover van de Havalinas “High Hopes” is hij echter een meerwaarde door puntige gitaarlicks die de eerste versie van op de zeldzame EP Blood Brothers uit 1996 doet vergeten. Dat is ook te danken aan de geniale zet van Springsteen om Clarence Clemons tijdens de tour niet alleen te vervangen door neefje Jack, maar door een hele blazerssectie. Hier staat Springsteen met beide benen in 2014. Het is bovendien het enige moment waarop de livebeleving ook echt naar de studio vertaald wordt. Op “Harry’s Place” – een song over de New Yorkse onderwereld die niet paste op The Rising, een schouderklop voor een stad die haar wonden likte – geeft hij het nummer een schwung die het anders had ontbeerd door belegen synths. Het doet denken aan Springsteens zwakste periode begin jaren negentig. Dat naast Morello ook Clemons en Federici nog te horen zijn op ”Harry’s Place”, draagt ertoe bij dat High Hopes een staalkaart is van Springsteen in de 21ste eeuw. Ook dankzij “American Skin (41 Shots)” dat na de legendarische liveversie tijdens de reünietournee in 2000 z’n studioversie krijgt – zie ook “Land Of Hope And Dreams” op Wrecking Ball. Het is een Springsteenclassic, die door de dood van Trayvon Martin opnieuw actueel werd.

In songs als de The Saints-cover “Just Like Fire Would” dat uitmondt in vintage E Street Band op licht automatische piloot of het folkwalsje “Hunter Of Invisible Games” is Morello’s inbreng niet te onderscheiden. In “The Ghost Of Tom Joad” loopt het echter mis: kan best dat Morello ervoor zorgde dat het de rocksong werd die het altijd had moeten zijn in plaats van de akoestische versie op het gelijknamige soloalbum, maar de solospielerei op het einde mist in de studio een doel dat live wel bereikt kan worden. Hier is het het verhaal van de tang en het varken. Dat het de doorgaans bedeesde Springsteenfans doet morren, verbaast niet. Op Wrecking Ball en tijdens de tour bewees Springsteen dat hij z’n geluid ongedwongen kan verfrissen, dit is te krampachtig.

Ook halverwege zakt High Hopes in door Bijbelse songs als “Heaven’s Wall” en “This Is Your Sword”, geplukt uit het materiaal dat Springsteen had klaarliggen voor een gospelalbum. Het was de eerste écht scheve schaats in z’n oeuvre geweest. “Dream Baby Dream”, een cover van Suicide, zet Springsteen dan weer zo naar zijn hand dat het hoopvolle niet belegen klinkt. Het dook al op tijdens de solotour na Devils & Dust, en fungeerde als dankuwel-filmpje voor de fans en eerbetoon aan Clemons en Federici tijdens de Wrecking Ball-tour.

Is echt Springsteen grand cru naast “American Skin”: “Down In The Hole”, dat het bezwerende van “I’m On Fire” koppelt aan de folkinvloeden van de laatste jaren. Kippenvel en setlistmateriaal. Net als het ingetogen “The Wall”, een pakkend eerbetoon aan Vietnamveteraan Walter Cichon, een van Springsteens eerste muzikale helden. Met een solo van Danny Federici mondt het uit in een van de pakkendste Springsteensongs van de laatste vijfentwintig jaar.

High Hopes is dus meer dan een restjesplaat. Het is een zoektocht van een man die live weet hoe het verder moet en zal gaan, maar z’n geluid ook in de studio wil blijven verfrissen. Met één been in het vorige decennium, met één been in het huidige. High Hopes geeft door z’n wisselvalligheid vooralsnog geen antwoord. Dat hoeft ook niet. Springsteen had dit jaar gerust kunnen teren op een box rond 30 jaar Born In The USA en volgend jaar een rond 25 jaar The River (die komt er), maar High Hopes stond hoger op het prioriteitenlijstje. De zanger wil immers blijven touren op dit elan, en dat het liefst met relevant nieuw materiaal. The Boss ben je niet, dat blijf je maar als je niet ophoudt met werken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + dertien =