Lucy Love :: Desperate Days Of Dynamite

“Desperate days of dynamite, dat kan toch zowel iets goeds als iets slechts betekenen, niet?”, liet Lucy Love eind deze zomer in een interview optekenen. Afgaand op de plaat die bij de titel hoort, hebben we echter het gevoel dat de afgelopen jaren niet zo’n gemakkelijke periode zijn geweest voor de Deense rapster.

“Last night I died of a broken heart, so who’s gonna save me now?” gaat het immers al meteen in de stampende opener “Surrender” — ninetiestoetsen ingezet voor een beter doel. Het hartje van Lucy Love zou ergens in het gat tussen voorganger Kilo en nu wel eens kunnen zijn uitgerukt, tegen de muur gegooid, en dan vertrapt. Er spreekt hartzeer uit sommige teksten, zoals het dramatische “If you take me back, then I swear that I will cry at your funeral” uit — doekjes winden, daar doet ze niet aan — “Take Me Back”; overigens een erg sterke single met een killer refrein.

Al dat hartzeer levert echter verre van een larmoyant geheel op. Desperate Days Of Dynamite is integendeel een energieke plaat, die ook muzikaal een stap vooruit blijkt. Nog meer dan op Kilo beweegt de jonge Deense weg van de minimalistische electro en grime van debuut Superbillion, om plaats te maken voor pure popmelodieën en gezongen hooks. Single “Prison” bijvoorbeeld, een banger die drijft op staccato ravesynths en de immer herkenbare spervuurraps van La Love zelf, en met een aanstekelijk “one two three four” gretig nog een extra bocht indraait.

Even wordt er na dat openingsschot gas teruggenomen. Eerst met “Colours”, een puike combinatie van introspectieve strofes en rondrazend refrein, ware het niet dat we dat met “Thunder” al eens eerder kregen op Kilo, en dat “Getting Louder” verderop een op drum-‘n-bass drijvende variant op het thema is. Origineler is “F4E”, waarin Love het tempo wel helemaal stil durft leggen en de soulzangeres die ze in haar puberjaren wilde zijn, nog eens opzoekt. De bijna dubstepachtige bassen van “Powerless” zijn daarna meteen een krachtig “back to business”; “we gaan niet janken, niét”, dat soort gevoel.

“Lay Low” keert nog eens terug naar het uitgepuurde minimalisme van Superbillion; meer dan een kleine vocalsample en een diepe bas is het niet, net als “No Scream & Shout” dat zich evenzeer tot de essentie beperkt; haar cleane raps en de grime van weleer. En zo is Lucy Love langzamerhand rond met haar moeilijke derde. Een plaat waarop duidelijk een hart moet gelijmd worden en bijna en passant ook een nieuwe geluid moet worden gekozen. Dat is gelukt. Zonder dat het als een breuk voelt, schuift ze alweer wat meer op naar hitparadeterrein en dat doet ze zonder flauwe toegevingen te doen aan de commercie. Popmuziek om van te smullen, quoi.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =