Lucy Love :: Hammerhead

Soms moet je even van het pad af om het opnieuw te zien liggen. Zeven jaar na Desperate Days Of Dynamite vindt Lucy Love het vuur eindelijk terug. Vierde plaat Hammerhead is het licht in de verte na de tocht door het dal, de berghut waar de Deense rapster eindelijk opnieuw thuiskomt bij zichzelf.

Ze is gestruikeld. Ze is verdwaald. In het zwarte gat tussen 2013 en nu worstelde Lucy Siame met angsten en OCD, streefde ze een televisiecarrière na in de Deense versie van Dancing With The Stars, en verloor ze even de interesse in haar muzikale project met producer Yo Akim. Ze was een ‘Hammerhead’; een wezen dat tegen de muur was gelopen, en dan nog eens en nog eens.

Een mens gaat echter maar zo diep als het zichzelf toelaat. De simpele suggestie of ze de Lucy Love-boeken niet beter zou dichtslaan, was genoeg om het brandend vuur opnieuw hoog te doen oplaaien. Het resultaat was het ziedende “9 Bars”. De eerste single van Hammerhead laat horen dat ze nog steeds het verbale tempo van een machinegeweer heeft, ‘fifty-nine inches from overseas, eardrum virus I flow with ease / lyrical Ebola, I spread disease.’

De koningin eiste haar troon opnieuw op: “I might of been dancing with the stars in diamond bras / relaxing in top notch spas / but I’m still me with all my scars / and I can still kill nine bars”. Dat kan ze, dus. Dat Siame wat knipogen naar haar sobere debuut Superbillion in het rond smijt, is geen toeval; ook Yo Akim houdt de begeleiding Spartaans als toen. Dramatisch resonerende pianoklanken krijgen gezelschap van een vage bas, en pas als het echt nodig is: beats. Het zijn vage echo’s uit het spookhuis, de horrorfilms waar het duo zijn muzikale inspiratie voor deze plaat vond.

Behalve in de briljante slottrack “Catacomb”, waarin Akim de klassieke griezel-verrassingsriedel heerlijk inzet, is daar verder echter niet veel van te merken. Met de kroon op het hoofd leunt Lucy Love meteen weer achterover. Want zelfs al neemt ze afstand van haar recentere, meer poppy werk, die tendensen zijn niet weg. “Tame Impala” heeft dezelfde meeneuriebare kwaliteiten als “Colours” of “Thunder” uit het verleden, en ook “Ultra Violet” leunt op dat vederlichte recept; brommende baslijn, beetje rappen, vooral veel zingen.

Hammerhead is beter als het dieper durft te gaan. “Signals” waaiert spookachtig uit over een dravend ritme, “Hardy” is opnieuw een showcase motormouthing; spierballengerol. “All Made Of Something”? Pompende elektroclash. En dan is er nog het bikkelharde “Dog”, waar wat verre echo’s van Atari Teenage Riots block rocking beats doorschemeren. Silly en bruut kan ook, dan komen we uit bij “Willy Wonka”.

Hammerhead is een reset, een terugkeer naar de bron, maar ook een herijking van wat die kan zijn. Dat hoor je ook aan het uitzinnige “OCD” of “Speed”; minimalistischer dan één zware beat wordt het niet. Aan alles voel je dat Lucy Love het mojo heeft teruggevonden, en dat is iets om het glas op te heffen. Als dit geen half-Britse was die per ongeluk in Denemarken opgroeide, maar een volle onderdaan van Albion, regeerde ze over de hitlijsten als niemand anders. Het is tijd om die vergissing – neen, dat onrecht – recht te zetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − vijf =