King Krule :: 6 Feet Beneath The Moon

De toekomst van de Britpop lijkt in handen van King Krule, een klein, ros knip- en plakwonder dat met 6 Feet Beneath The Moon wellicht de debuutplaat van het jaar heeft afgeleverd.

Archy Marshall is negentien, graatmager en torst een strooien dakje dat nog rosser is dan dat van La Roux. Het zou de typering van een stripfiguur kunnen zijn, of van een personage uit een kinderboek; een sulletje dat gepest wordt op school, en troost en toevlucht zoekt in een kleurrijke fantasiewereld die hij zelf geschapen heeft.

Of hij daadwerkelijk gepest werd op school is niet geweten – gezien zijn haarkleur en postuur zou dat niet geheel onlogisch zijn, maar we dwalen af, het heeft geen belang. Wat er wel toe doet, is dat Marshall al erg vroeg gefascineerd raakte door muziek en zelf liedjes begon ineen te knutselen. Het voorlopige eindpunt van dat labeur ligt nu in de platenzaak als 6 Feet Beneath The Moon, de eerste van King Krule.

King Krule – een verbastering van King Creole ofte Elvis Presley – pakt uit met repetitieve, glazige Telecaster-riffjes, coole triphopgrooves en een vettige Britse mannenstem die in niets doet vermoeden dat de man met de kroon eigenlijk nog een jongen is. In de knappe opener “Easy Easy” windt hij zich op over de uitzichtloosheid van het alledaagse en de onmacht om er iets aan te veranderen. Mooi hoe het lied op het einde zachtjes en berustend uitdooft. Het gemoedelijk kabbelende “Borderline” neemt wat gas terug, waarna de storm van “Has This Hit?” losbarst, een donkere, harde jammerklacht van een wanhopige ziel met een gebroken hart.

Het is een constante op de plaat: verderf en loutering, tristesse en gelatenheid; King Krule brengt ze samen, laat ze tegen elkaar opboksen, en haalt uit met de diepe stem van een man die geen tegenspraak duldt. Hij doolt, maakt zich druk, verliest en hervindt houvast, en nergens is er een teveel aan suiker of zout. De muziek die zijn rauwe en knap gecomponeerde teksten ondersteunt, dekt vele ladingen. Krule plukt onder meer uit genres als triphop (“Border Line”, ”Neptune Estate”), post-dubstep (“Foreign 2”, “Bathed In Grey”), soul en jazz (“Baby Blue”, “Ocean Bed”, “A Lizard State”). De plaat heeft op zich iets van een plakboek; een jongen die vanuit zijn eigen ervaringen een verhaal schrijft en dat inkleurt en opsmukt met plaatjes uit andere boeken.

6 Feet Under The Moon zou een staalkaart zijn van de duizenden liedjes die Marshall de afgelopen jaren schreef. Een van de meest bijzondere is “Out Getting Ribs”, het voorlaatste nummer op 6 Feet. Marshall schreef het naar eigen zeggen op zijn twaalfde en liet het los op het internet onder zijn alter ego Zoo Kid. “Terwijl ik opgroeide in de stad droomde ik van een leven op het platteland tussen de dieren’, aldus de artiest. “Out Getting Ribs” werd een hype. Het lied werd gretig opgepikt en verspreid door muziekblogs, en ving zelfs lof van gladde R’n B-sterren als Beyoncé en Frank Ocean. Opmerkelijk voor een lied dat opent met de zinsnede ”The hate runs through my blood”.

De tweede plaathelft is zowaar nog beter dan de eerste. “Neptune Estate” is een droomslaapje van wolkjes piano, echoënde hiphopdrums en zacht koper, een hangmat waarin het fijn soezen is. Hetzelfde geldt voor “Ocean Bed”, een wonderschoon liedje dat wegdrijft op een rustig riviertje. “The Krockadile” moet het hebben van latin percussie, jazzchops en ijle synths. “Bathed in Grey” sluit af in schoonheid met piano en zweverige vocale harmonieën.

King Krule tast nog volop zijn grenzen af, maar heeft wel al zijn eigen stem gevonden. Een rauwe, oprechte en oer-Britse stem die zich laat inspireren door wat leeft rondom hem, maar geen flauw doorslagje is van een andere. Erg knap voor een jongen van 19.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + vier =