An Pierlé:: Strange Ways

Schrijven, schrappen, puzzelen en nog wat schrijven. Na Strange Days, het album dat An Pierlé weer op de kaart zette, bleek er genoeg hoogwaardig materiaal over om nog een cd’tje vol te persen. In dat opzicht bekijk je Strange Ways dan ook best als “een aanvulling op”. Niet altijd even complementair en coherent, maar eerder brutaal en experimenteel.

Winter is coming. Het kan niet anders of Pierlé is een grote fan van het werk van George R.R. Martin. De ijzige en eeuwigdurende vorst die regeert in Winterfell, een van de vele burchten in Martins “Het lied van ijs en vuur”, lijkt tot leven te komen aan de hand van de harde en felle noten die Pierlé uit haar piano slaat. Was haar vorige plaat eerder warm en haast vergevingsgezind van aard, dan grijpt Strange Ways je meteen naar de strot om nummer na nummer de laatste restjes levensadem uit je luchtpijp te persen. Het klopt niet van het album enkel als koud en meedogenloos af te doen, maar toch merk je meteen dat Pierlé staalhard en haast agressief uit de hoek komt; een ijskoude mistral die op passionele wijze komaf maakt met de laatste stralen zonneschijn van een lang uitgesponnen nazomer.

“The Cold Song”; nooit eerder klonk de titel van een openingstrack zo toepasselijk. De An Pierlé van Strange Ways is als een gebroken sneeuwkoningin die schokt en beeft terwijl ze de wereld rondom haar bedekt onder een dikke laag ijs. De stemmen op de achtergrond klinken angstaanjagend kil en geven het pianospel van Pierlé een duister duwtje in de rug, door als een apocalyptisch Grieks koor de luisteraar tot een hel van koudvuur te veroordelen. In “Let’s Move” beschrijft de ijsvorstin door basakkoorden heen hoe een brandend verlangen naar liefde zelfs de kille tast van de eeuwigheid niet kan overwinnen. Een derde nummer waarin Pierlé de temperatuur tot diep onder het vriespunt laat zakken, is “Look At Me Now”. Het grote verschil met de twee vorige tracks is echter dat Pierlé nu wel kiest voor een meeslepende melodie die naar het einde van het nummer toe zowaar wat warmer aanvoelt.

Ontdooien doet Pierlé niet op Strange Ways. De zeven nummers op het album stralen warmte noch vreugde uit en zelfs het hoogtepunt van de plaat — “Wounded Heart”, waarin Pierlé trouw blijft aan de letterlijke betekenis van het woord “passie” (hoor die pijn in haar stem!) — blijft bedekt onder een haast klinische afstandelijkheid die het ergste doet vermoeden. Het eindresultaat is een sterke plaat die de liefde vanuit het standpunt van de verliezer benadert. Koud als een traan die langs je wang afrolt, en toch vurig als een onbeantwoord verlangen naar affectie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − negen =