Stromae :: Racine Carrée

Soms is het allemaal erg eenvoudig. De hele poespas rond het verschijnen van Racine Carrée, de tweede langspeler van Stromae, kan herleid worden tot een erg eenvoudige vraag. Kan Paul Van Haver, de Belg met Afrikaanse roots, bevestigen? Oui, il sait le faire.

Het perfecte album is Racine Carrée echter niet geworden, daarvoor maakt Stromae net een schoonheidsfout te veel. “Humain Á L’Eau”, een van de nummers naar het einde van de plaat toe, steekt zo na de eerste luisterbeurt al snel tegen. In vergelijking met het hoge niveau van de overige nummers, krijg je al vlug een overkill aan opgefokte bliepjes en piepjes te verwerken. De sublieme elektronische elegantie die Stromae moeiteloos koppelt aan het hoogstaande tekstuele karakter van pakweg “Bâtard” of “Ave Cesaria” lijkt hier helemaal achterwege gebleven. Samen met “Ta Fête”, een tweede faux pas waarbij de elektronische balans opnieuw overhelt in de richting van tinnitus, heeft het nummer hetzelfde resultaat als een vingerafdruk op een dwangmatig schoongemaakte spiegel: onzichtbaar in het geheel, maar onvergeeflijk als individueel aspect.

De lijn die Stromae bewandelt op Racine Carrée is flinterdun. Op driekwart van het album waakt hij over het evenwicht dat hij de luisteraar biedt door precies te weten wanneer hij zijn elektronische kant het zwijgen moet opleggen. Als tegengewicht maakt Paul Van Haver handig gebruik van zijn talent als songschrijver en van dat als spraakwaterval tout court. In “Papaoutai” voel je voor het eerst perfect aan hoe de beide aspecten van de sound waarmee Stromae Vlamingen en Walen al een aantal zomers lang verenigt, feilloos op elkaar zijn afgestemd. Het nummer begint rustig met een eenvoudig melodietje op piano, hoewel het tempo stijl de hoogte in gaat wanneer Stromae zijn stembanden doet trillen. Net voor de brug maakt de drumcomputer het geheel iets spannender, maar toch is het wachten op het refrein om de bom echt te horen ontploffen. Het resultaat is een bijzonder aanstekelijk én professioneel opgebouwd nummer dat zowel door de onderliggende muzikale lagen als door de tekstuele souplesse bijzonder goed in het oor ligt. Mijn kop eraf als de rest van de Belgische muziekscene niet spontaan klaarkomt bij de gedachte aan Stromae als producer voor hun volgende plaat.

De woordelijke kracht die uitgaat van de nummers op Racine Carrée doet meer dan vermoeden dat er wel degelijk een urban poet schuilgaat in Stromae. Het niveau dat Brel bewandelde haalt hij nog niet, maar het ongelooflijke gemak waarmee de jonge Brusselaar onze huidige maatschappij analyseert en al rijmend samenvat, verdient niets dan lof. “Je vais pas vous draguer/ promis/juré”; in “Formidable” hekelt hij zo kortstondig het seksisme dat onze hoofdstad in zijn greep houdt. Of wat dacht je van “Monsieur n’est même pas raciste/vu que Monsieur n’a pa pas des racines”: zijn we allemaal wel zo ruimdenkend als we luidkeels verkondigen? Zelfs de liefde wordt in “Carmen” spitsvondig becommentarieerd: “L’amour est comme une oiseau de Twitter/ On est blue de lui, seulement pour quarante-huit heures”. Wat betekenen trouwgeloften vandaag nog echt, lijkt Stromae zich hier af te vragen. Het feit dat hij bovendien langs zijn neus weg een oude operaklassieker herwerkt tot een modern nummer met een – op de koop toe – heerlijke zwartgallige boodschap, strekt alleen maar tot aanbevelen.

Fundamenteel gezien verschilt Racine Carrée niet erg veel van zijn voorloper. Net zoals Cheese teert ook dit album op twee singles om een doorbraak te forceren en maakt Stromae opnieuw handig gebruik van een aantal tracks die de middelmatigheid ruim overstijgen om het album toch een zekere gewichtigheid mee te geven. De altijd moeilijke tweede werd overwonnen, tijd om onsterfelijk te worden met nummer drie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + zestien =