Werchter Boutique 2022 :: Brel en een explosieve Frankenstein

,

Werchter Boutique was bijzonder snel uitverkocht na de aankondiging van Stromae en Gorillaz als headliners. Het werd vooral een zegetocht voor de Belgische groepen.

‘Werchter goes green’ is een leuze die valt te huldigen, maar het treinticket dat we kopen om er te geraken, is vooralsnog duurder dan met enkele vrienden samen met de auto te rijden. Dat is nog niet helemáál logisch, maar passons. In station Aarschot stappen we over op de pendelbus naar het festivalterrein. ‘Kent er iemand de weg?’, zijn woorden die je niet meteen verwacht te horen van een chauffeur in wiens kunde je vertrouwt. Hij heeft alvast niet gelogen. Wanneer we ergens in een rustige woonwijk (die niet voorzien is op harmonicabussen) stilhouden, moeten enkele festivalgangers mee gaan helpen om de weg te zoeken. Ach, het is het eerste Werchterweekend na drie jaar. Iedereen is nog roestig en moet opnieuw warmdraaien.

Net op tijd bereiken we alsnog de nog kraakfrisse weide om blackwave. te zien openen voor het nog binnensijpelende publiek. “It’s the album of the year shit” klinkt het vol branie over een productie die even fris is als het oudere werk van Kanye. Willem Ardui en Jean Atohoun weten goed waar ze mee bezig zijn: vanuit Amerika, waar ze onlangs nog aan hun in september te verschijnen nieuwe album werkten, namen ze alvast beelden van zonnige Californische straten mee als backdrop én ze durven investeren in hun muziek en performance. Ze staan niet zomaar voor een dj met twee draaitafels, maar rappen met een zeskoppige funky band in de rug – altijd een meerwaarde. Het is het smaakverschil tussen verse en diepvriesgroenten: “The Antidote” krijgt een mooie saxofoonsolo mee en die storm van blazers uit “BIG dreams” komt eens zo hard binnen wanneer ze fris wordt geserveerd. Blackwave. rapt, springt in het publiek en beheerst het festivaldag openen tot in de puntjes.

Arsenal gaat probleemloos op dat elan verder. De band was in 2011 nog headliner op het grote moederfestival, maar is niet te beroerd om hier het publiek te komen opwarmen. Er mogen de laatste tijd barsten zitten in het glazuur van de groep, daar valt hier niets van te merken: het vakmanschap van Hendrik Willemyn en John Roan – en bij uitbreiding hun groepsleden – komt als vanzelf bovendrijven en dendert moeiteloos als een vers geoliede machine over de weide, waarbij gegraaid wordt uit de grootste hits van de catalogus: van de dreiging in opener “The Coming” over een prima een-tweetje van “Amplify” en “Saudade Pt. 2” tot de tweeklapper van “Estupendo” en “Lotuk”. Een uur lang trekt en sleurt Roan aan het publiek als een jonge hond aan een been, loopt hij parmantig als een haantje over het podium heen en weer, krijgt hij beweging in het publiek en zelfs het wolkendek waar de zon plots doorheen mag komen priemen. Een prima set – niets meer, niets minder.

Khruangbin doet het opgebouwde momentum dan weer geen deugd. Zeker het begin van hun set heeft te lijden onder gezapigheid. Dat is niet de fout van de groep, want die speelt een prima set, met uitstekende versies van “Pelota” en “Time (You And I)”, waarbij wahwah-effecten Mark Speers Santana-waardige gitaarriedeltjes in mist hullen en Laura Lee in een felroze tutu onze hartslag komt synchroniseren met het tempo van haar baslijnen. Maar de aandacht houden met dit soort instrumentale muziek blijkt toch moeilijk. Al wordt er geprobeerd: Speer gaat op wandel over het podium en in de frontstage, op zoek naar contact met het publiek; er wordt geëxperimenteerd met flarden van Dick Dales surfklassieker “Misirlou”, “Apache” en “Rythm Is A Dancer”, maar we zien toch vooral de rijen aan de kraampjes langer worden en hoorden veel bijgepraat rond ons. Zet dit als eerste band, vóór blackwave. en Arsenal, en dan komt dit Khruangbin ons inziens veel beter uit de verf.

De telefooncel klapt open, en daar staat hij verleidelijk tegen de muur geleund: ‘Helloooo, Werchter’. Yup, nu hij bij Years & Years het stuur alleen in handen heeft, had Olly Alexander zo wel een conceptje in gedachten voor deze tour. Een flard “Night Call” verder komen dansers hem uit een rij telefoonhokjes bijstand geven voor “Sweet Talker”. In “Consequences” berijdt hij een van hen als motorrijder. Uit solidariteit torst ook de rest van de bende nu een motorhelm. Wat is dit? Hou u vast aan de takken van de bomen; we zijn pas begonnen.

Dit is met zijn leer, latex en visnettopjes zo over the top dat het karikaturaal wordt. Halverwege zingt Alexander van op het wc, zijn dansers simuleren allerhande boeiende darkroomstandjes. Plat? Wij zijn niet van de preutse parochie, maar het voelt gewoon lui in plaats van gedurfd. Het zou lollig kunnen zijn als de soundtrack er bij dat is – van Kylie en Pet Shop Boys pikken we uiteindelijk ook vrachtwagenladingen camp. Deze slappe disco is echter ongeïnspireerd, sleept niet mee, mist bezieling. Hoe hard Alexander ook aan de kar trekt, hoe bezopener de taferelen op het podium worden, het is wachten op Pet Shop Boys-cover “It’s A Sin” – een gemakkelijke inkopper – vooraleer iets memorabels te horen is. Het zal uiteindelijk pas met een uitzinnig “King” zijn dat Years & Years voor het eerste vuurwerk zorgt. Het is de afsluiter, het is te laat. Years & Years was een dik uur tijdverlies dat het wachten op Stromae enkel deed duren.

Want laat er geen twijfel over bestaan: natuurlijk was de Belg de echte headliner van dit Boutique. Met een enorme videowall, die uit tien onafhankelijk van elkaar bewegende schermen bestond, maakte hij het grote podium tot het zijne. Het zorgde voor mooie visuele effecten, maar wat daarvoor gebeurde was zo mogelijk nog straffer.

De intro knalt. Van depressie tot burn-out en ziekte er bovenop: Stromae heeft het moeilijk gehad en bevecht al die demonen tegelijk in het pugilistisch razende “Invaincu”. Het is een schijnbeweging, een afleidingsmanoeuvre om daarna meteen te scoren. “Tous les mêmes” is handjeklap, op het ritme van wat die batterij puike muzikanten achter hun Krafwerk-stations produceren. Grootste klacht: het klinkt zo perfect dat wie niet boven het maaiveld uitsteekt al gauw denkt de plaat te horen.

In “Fils de joie” vraag je je af of ooit zoveel Brel over deze wei heeft geschald. Wat een theater, wat een song, wat een clavecimbelriedel! Stromae belicht het prostitueeschap vanuit verschillende standpunten, maakt er een triomfantelijk pleidooi voor empathie van. “Mon amour” zoekt het dan weer in West-Afrikaanse sferen, met een heerlijk speels gitaarriedeltje. “Solassitude” klinkt al even kwansuis, maar het onderwerp blijft wel: bindingsangst.

Ondertussen doet die muur het werk voor hem. In “Quand c’est” zweeft Stromaes falset ijl boven de muziek uit, het zijn de kriskras scheef gezette panelen die met obscure grafiek de kankerdreiging reëel maakt. In “L’Enfer” klappen ze open en dicht op de tonen van die hellehonden uit het refrein. De beeldtaal is die van de vortex die ons allen soms dreigt op te slokken. Hoezo, geen lachebekje? In “Pas vraiment” zien we de vensters van een appartementsgebouw; mooi.

Als het tijd is voor “La fête”, dan bouwt Stromae la fête. “Papaoutai” is de grootste hit, en knalt ook zo. Geen idee of Damon Albarn ergens zijdelings van het podium staat te kijken, maar if so: met het dun in de broek. Ga hier maar aan staan. De eindspurt is voorbehouden voor “Alors on danse”, maar vooral “Santé”, waarin u niet alleen dat dansje braafjes meedoet, maar en passant ook voor één keer dankbaarheid toont tegenover Arlette, de madame pipi van Werchter. Het werd verdorie tijd.

Tijd is ook een euvel waarmee Damon Albarn worstelt tijdens het optreden van Gorillaz. Nog voor het begint, is het immers voor een groot deel van het publiek al tijd om naar huis te vertrekken. “Hello! Is anyone there?” klinkt het bij de aftrap krakerig (en akelig passend) als een intercontinentale noodoproep. Het publiek dat er nog is, zal overwonnen moeten worden.

Het begin is alvast goed: de punk van “M1-A1” trekt ons dat bizarre cartoonuniversum van Gorillaz binnen waar in “Strange Timez” Robert Smith op tape als mannetje in de maan mag zingen en “Tranz” als een horrorfilm voorbijglijdt. De wisselwerking tussen de virtuele apen op het scherm en de bandleden is op zijn minst indrukwekkend te noemen: zo vallen zangpartijen van een in knalroze muts en jas getooide Albarn vaak akelig goed in sync samen met de mondbewegingen van 2-D op het scherm.

En net daar voel je het soms ook wringen: twintig jaar geleden richtte Albarn deze virtuele groep op om in alle anonimiteit te ontsnappen aan de druk van Blur. Het charmante aan Gorillaz is dat het altijd een rommeltje mocht zijn, maar vooral ook een creatieve vrijhaven waar gastmuzikanten als piraten vrolijk mochten swashbucklen en tegengestelden samen in een reageerbuis werden gestoken om te zien wat het opleverde. Het resultaat raakt soms kant noch wal en het concept is er een van charmante chaos maar dat maakt(e) het net waardevol. Nummers als “Dirty Harry” (met The Pharcyde’s Bootie Brown als hypeman) mag de explosieve Frankenstein zijn die het op plaat ook is, in “Feel Good Inc.” dist Posdnuos van De La Soul ons evenzeer als dat hij ons aan het dansen en zingen krijgt, het refrein van “Clint Eastwood” wordt van voor tot achter luidkeels meegezongen en krijgt een dancehall-outro, “Stylo” is een stroomstoot van een electro-soulklepper en de Malinese Fatoumata Diawara redt “Désolé” op haar eentje. Allemaal hoogtepunten, zo goed als allemaal van de eerste Gorillaz-albums. Dat zegt iéts.

Vandaag botst Albarn op de grenzen van zijn concept. Het zijn nu de cartoons op de schermen die de vrijheid van de muzikanten beknotten. Improviseren en inspelen op het moment wordt moeilijk als je de visuals moet volgen. Als je dan het publiek niet mee hebt op het moment en op de manier dat je dat voor ogen hebt, is er ook weinig ruimte om bij te sturen. Bovendien is de anonimiteit weggevallen. Gorillaz = Albarn, de virtuele groep is meer tot een ego-project geworden waarbij één man – hoe fantastisch de band in zijn rug ook mag staan spelen – alles moet trekken en hunkert naar bevestiging van een uitzinnig publiek.

En wanneer die uitzinnige reactie in Werchter uitblijft, raakt Albarn gaandeweg meer en meer zichtbaar gefrustreerd. Hij springt het publiek in, in een poging om iets los te maken, kijkt boos om zich heen en naar het publiek, lijkt steeds maar iets van ons te verwachten dat we hem niet kunnen geven (zoals in “Kids With Guns”) en tegen het einde toe wordt de setlist er nog snel doorgedraaid zodat de groep de hen toebedeelde tijd niet volmaakte.

Het is jammer voor het publiek en voor Damon Albarn, maar er is niets aan te doen en het is vooral geen schande. Het is voor niemand een cadeau om na Stromae te moeten spelen.

verwant

Khruangbin :: A LA SALA

Zes jaar geleden waren wij helemaal ondersteboven van Khruangbin...

Khruangbin :: People Everywhere (Shifting Sands Remix)

Lengte doet er wel degelijk toe. Misschien niet in...

PUKKELPOP 2023: Smeltende tenten in sonisch cinemascope

Wat is dit; Best Kept Secret? Yup, net als...

Cactus Festival 2023 :: Wankel als een dronken paalwoning

Veertig kaarsjes, daar heb je een grote adem voor...

Arsenal

7 juli 2023Cactusfestival, Brugge

recent

Pulp

24 mei 2024AFAS Live

Het was theatraal. Het was groots. Het was prachtig....

John Stuart Mill :: Over Vrijheid

Weinig begrippen zijn zo omstreden als vrijheid. In het...

Peter de Wit :: Doodleuk

Dood moeten we allemaal en toch lopen we indien...

Bridgerton – Seizoen 3 (Afl 1-4)

Wie wil, kan opnieuw zijn dagelijkse beslommeringen vergeten en...

Mdou Moctar :: Funeral For Justice

Mdou Moctar is boos. Er is niet alleen de titel...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in