Mats Gustafsson & Thurston Moore :: Play Some Fucking Stooges

In het begin van het decennium hadden ze al een trio (Diskaholics Anonymous) met Jim O’Rourke en zaten ze met ander goed volk in Original Silence. Gustafsson werd toen geïnviteerd voor een paar minder bekende Sonic Youth-releases (SYR8: Andre Sider Af Sonic Youth en Hidros 3 (To Patti Smith)), Moore speelde in de loop der jaren regelmatig mee met The Thing (de DVD Live At Øya is een onmisbare toevoeging aan de Now And Forever box van het Scandinavische trio) en de twee sprongen regelmatig samen een podium op, maar Play Some Fucking Stooges is pas de eerste duorelease van het stel. En die klinkt zo ongeveer als wat je had verwacht.

Echt extreem is het allemaal niet, want om een heuse storm te laten razen komt een geweldenaar als Paal Nilssen-Love van pas, maar zij die inpikten bij de Sonic Youth van Dirty en problemen hadden met “Nic Fit” zouden wel eens oordopjes kunnen gebruiken, want dit is reutelend en gierend lawaai van de irritante en pijnigende soort. Vrije improvisatie voor een generatie van noisejunks die trippen op decibels en ontwrichte klanken. Gustafsson (baritonsax, elektronica) en Moore (gitaar) doen er dan ook alles aan om eenvoudige vereenzelviging en dagdromerijen de kop in te drukken.

Het gaat allemaal nog vrij ingetogen van start, met rinkelende wrijfklanken van de gitaar, maar de eerste baritonklanken vegen de twijfels van tafel over de bedoelingen van het duo: in de wereld van Gustafsson worden de elementen ‘misschien’, ‘straks’ en ‘halfslachtig’ terzijde geschoven. Geen getreuzel, maar kloeke daden: gebrul en gebral, brute uithalen en ontredderd geschreeuw. De diepe reutels klinken angstaanjagend, de schrille pieken doen grimassen. Nochtans beseft de Zweed ook dat alles volblazen een té makkelijke optie zou zijn; zo’n reeks herhaalde sirenegolven is efficiënter, krachtiger, intenser.

Het is meteen ook het startschot voor Moore om helemaal over de rooie te gaan. Niet met powerakkoorden of black metal-riffs, maar met ontregelde skronk, gecreëerd, gemanipuleerd en onteerd met feedback, allerhande effectenpedaaltjes en hulpstukken, tot het resulteert in een gekmakende brij die al even hard doorslaat als het getier van de saxofonist. Opmerkelijk: na een minuut of zeven verdwijnt de sax van het toneel en neemt de elektronica het over. Van ‘conventionele’ saxklanken is meer dan tien minuten lang geen sprake. Het wordt dan allemaal iets minder definieerbaar, iets minder spannend ook, maar de impact blijft inbeuken.

De gitaar jankt, snerpt, snijdt, ruist en raast, de elektronica bedelft het allemaal nog eens onder een vuil grommende korst, zeurend en compleet ontmenselijkt, zodat je na een kwartier tussen minimale noise en smerige drones zit. Machinaal nihilisme dat participatie uitsluit. Wie erbij was had twee keuzes: ondergaan of rennen. Toch duikt plots weer die baritonsax op, al is het maar een schijnbeweging, een codex: na twintig minuten houden de twee het voor bekeken. Eén kantje vinyl dus. De andere kant is om zelf te bekrassen met een drilboor. Voor wie verder keek dan Sonic Youth, Chelsea Light Moving en de eerste platen van The Thing is dit niet echt een verrassing (Gustafsson was de voorbije jaren vermoedelijk vaker met dan zonder elektronica in de weer), maar Play Some Fucking Stooges (voorlopig wel nog de coolste albumtitel van het jaar) blijft niettemin een bolwassing die deugd doet voor wie tegen een stootje kan. To be played at maximum volume. U kent dat wel.

De vinylrelease verscheen in een oplage van 450 stuks. Veel geluk met het vinden van een – betaalbaar – exemplaar. Gustafsson & Moore spelen, samen met een resem andere vertegenwoordigers uit de geïmproviseerde muziek, op woensdag 14/8 op een festival in het Zuiderpershuis ter gelegenheid van 40 jaar Follow The Sound.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + twintig =