Thurston Moore :: Luid en boos zijn

Bijna vier decennia bevindt Thurston Moore zich in de frontlinies van de gitaarmuziek. Terwijl generatiegenoten en jongere bands opkwamen en weer verdwenen, bleef de boomlange muzikant onverdroten doen wat hem het beste ligt: noise en songs verzoenen door middel van zes snaren.

Met By the Fire ligt alweer een nieuw album te blinken, eentje dat de luisteraar als vanouds op muzikaal avontuur stuurt. Helemaal onvoorbereid kom je echter niet aan de start: veel van wat te horen valt, klinkt zeer vertrouwd.

enola: Single “Hashish” was enigszins verrassend: het klinkt bijna als Sonic Youths “Sunday”.

Thurston Moore: “De riff voor “Sunday” is ook van mij afkomstig. Dat nummer is destijds geschreven voor een film die Richard Linklater aan het maken was. Hij was afkomstig uit Austin, Texas en we kenden hem doordat we weleens in die stad rondhingen en concerten speelden met bands als Butthole Surfers en Scratch Acid. Richard was als jonge filmmaker aanwezig in die scene. Hij had een film gemaakt, Slackers, waar Theresa van Butthole Surfers in meespeelde, lang voor hij uitgroeide tot de succesvolle filmmaker die iedereen vandaag kent. Hij vroeg onze band om een stuk muziek dat hij kon gebruiken bij Suburbia, de film die hij aan het maken was op basis van een toneelstuk van een New Yorkse toneelschrijver. De riff die ik daarvoor aanbracht, die (maakt een riffgeluid) shhhuugggg, is een onderdeel van mijn vocabulaire. Ik ben er eigenaar van (lacht).”Eno

“Ik zoek dat geluid niet bewust op, maar ga het evenmin uit de weg. Ik heb altijd bands geapprecieerd die een persoonlijke taal hebben waaraan je ze kan herkennen. Zo luister ik graag naar T. Rex: Marc Bolan bleef op een of andere manier altijd hetzelfde spelen, telkens een andere variant op een zeer persoonlijk vocabularium. In jazz vind je dat ook vaak terug. Saxofonisten met een bepaalde frasering die ze steevast gebruiken. Idem voor reggae. Ik heb er dus geen probleem mee om nummers te schrijven die refereren aan mijn catalogus. Ik voel niet de drang om de spelregels aan te passen of mezelf opnieuw uit te vinden. Ik vind me niet uit, ik speel. En kan me heel comfortabel voelen met de taal die ik ontwikkeld heb.”

enola:Hashish” laat zich ook opmerken dankzij de titel: drugs leken niet of nauwelijks voor te komen in het Moore-universum.

Moore: “Goh, het idee was vooral om muzikaal in een plaats vol joy and happiness te zijn. “Hashish” gaat onder meer over verliefd zijn, dat voelt als high zijn. Het leek me goed om de plaat te openen met een nummer over plezier, om af te trappen met positieve energie. Het is bijna een politieke daad om de kracht van muziek te tonen. Want de eerste daad van repressie is dat het plezier wordt weggenomen.”

enola:Locomotives”, dat met zijn broeierige drums een trip van een kwartier op gang trekt, klinkt heel anders. Hoe schrijf je zo’n immens nummer eigenlijk?

Moore: “Goede vraag, ik heb geen idee. (lacht) Veel songs ontstaan door gewoon met een gitaar neer te zitten, eventueel met enkele effectpedalen erbij. In dit geval geloof ik dat ik een stuk wilde creëren dat trage ontwikkelingen doormaakt, transformeert naar een meer traditionele rock-‘n-roll-song en vervolgens naar iets dat daar voorbij ligt. Het is een proces dat organisch gebeurt: je kan geen rond ding in een vierkant gat duwen.”

“Ik heb ervan genoten om te schrijven, het afgelopen jaar. We hadden veel getoerd met de muziek van Spirit Counsel, waarbij we een compositie van een uur speelden en vervolgens, als we terug gevraagd werden, als bisnummer een ander muziekstuk van 45 minuten brachten. Ik genoot ervan om die twee stukken te spelen, het waren heel fijne concerten en ik vroeg me af hoe ik zo’n uitgerekte gitaarcompositie kon condenseren tot een meer beknopte vorm, met bovendien lyrics en zang, want tijdens Spirit Counsel zong ik niet. “Locomotives” betekende een terugkeer naar de microfoon. Ik hou er wel van om, zoals in dit nummer, te zoeken naar een balans tussen muziek die experimenteel is en het spelen binnen de traditionele grenzen van punk of postpunk.”

enola: Zijn je nummers helemaal klaar als je er mee naar de band gaat?

Moore: “Ja. “Locomotives” hebben we zelfs een tijdje live gespeeld voor het opgenomen werd. Soms gaat het anders en spelen we een song pas voor het eerst als we in de studio zitten. Er zijn geen krijtlijnen waarbinnen een nummer geïntroduceerd móét worden. Een goeie song kan zich op eender welke manier ontwikkelen. Soms wordt iets kapot gerepeteerd, een andere keer speel je een nummer eenmaal, legt het vast en klaar. De natuur van punk is dat het datgene is wat we willen dat het is.”

enola: Een geluk dat “Locomotives” al live gebracht werd, nu is dat helaas niet mogelijk.

Moore: “We kunnen het Zoomen. Het plan is om in november enkele concerten te spelen, in Frankrijk, Brussel en Amsterdam, waarbij we vanuit de zalen streamen. Het wordt interessant, maar ik hoop dat we snel naar een situatie kunnen gaan waarbij we effectief samen kunnen komen zonder bang te moeten zijn een ziekte te verspreiden.”

“Het probleem waar we mee zitten, is voor veel mensen een pak erger dan ons concert-issue. Wij hebben ons redelijk goed kunnen aanpassen, maar voor een hoop mensen is er geen bron van inkomsten, eten op tafel of een dak boven hun hoofd. Ik hoop dat sociaal-bewuste democratieën tot een systeem kunnen komen waardoor we hier op een faire manier uit raken. Wat weleens een probleem kan worden, als je ziet hoe verschrikkelijk het in de VS is en waar het bijna lijkt alsof een totalitair systeem ingevoerd werd.”

enola: Bijna 30 jaar geleden bracht je, met Sonic Youth, “Youth Against Fascism” uit. Het moet frusterend zijn te zien dat er nog niet veel verbeterd is. Integendeel.

Moore: “Zéér frustrerend. We gaan, historisch gezien, door cycli. In de jaren 1940 hadden we te maken met fascisme. In de sixties was er Richard Nixon en de Vietnamoorlog, die eigenlijk de Amerikaanse oorlog genoemd zou moeten worden. Een constante daarbij is dat er een jeugdcultuur is die er tegenin gaat. Al is er tegelijk ook een jeugdcultuur die daar op reageert en de rechtse, pro-oorlogagenda omarmt. Het gaat dus van goed naar slecht naar goed naar slecht. Ik kan enkel hopen dat de nieuwe goeie golf de slechte kan wegspoelen.”

enola: Is By the Fire een reactie op wat vandaag gebeurt?

Moore: “Ik weet niet of het per se een reactie is, maar eerder een emotionele overpeinzing. By the fire: dat is het idee van communicatie. Een van de meest primale activiteiten die de mensheid doorheen de geschiedenis gedaan heeft, is rond het kampvuur gaan zitten, een vredespijp roken, verhalen vertellen, in dialoog gaan. In de huidige situatie kan je daar aan toevoegen: verontwaardigd zijn, een vuist in de lucht steken, luid en boos zijn. En ja, er is ook vuur in de straat. Vuur is waar deze plaat om draait.”

enola: Iets helemaal anders: je hebt in Londen Ecstatic Peace Library geopend, je eigen platenwinkel. Een droom die uitkomt?

Moore: “Mijn ideaalbeeld is een tweedehandsboekenwinkel, met een kat. Ik ben stiekem jaloers op mensen die kleine tweedehandsboekenwinkels runnen. Met Ecstatic Peace Library voorzien we een soort van community spot, een plaats waar mensen uit de buurt kunnen rondhangen en waar ze toegang hebben tot literatuur, muziek en progressieve media. Er kunnen spoken word-performances ingericht worden of boek- of plaatsigneersessies. Het is cool.” (lacht)

“We zijn er vlak voor de quarantaine mee van start gegaan, dus moesten we al snel de deuren sluiten. Momenteel zijn we, min of meer, opnieuw operationeel. Het is een interessant gegeven dat er zo’n plaats is waar ik altijd naar toe kan. Al is dat niet iets dat ik dagelijks doe. Ik werk vooral thuis. Daar heb ik deze plaat voorbereid, ben ik ook nieuwe songs aan het schrijven en werk ik aan een boek dat ik volgend jaar wil uitbrengen. Het wordt een verzameling essays over muziek en over hoe Sonic Youth van start gegaan is.”

enola: Heb je soms het gevoel dat die band een schaduw werpt over je huidige werk? Dat nieuwe platen altijd afgemeten zullen worden aan wat je vroeger gedaan hebt?

Moore: “Vermoedelijk is dat tot op zekere hoogte het geval, al heb ik zelf niet het gevoel dat ik in competitie ben met mijn jongere zelf. De platen die ik nu uitbreng, zijn misschien meer far out dan wat ik deed met Sonic Youth. Het is in ieder geval niet opnieuw Sister, Evol of Daydream Nation. Dat kan ook niet, aangezien ik niet meer op die manier kan spelen. Als je muziek maakt wanneer je jong bent, heb je dat moment van onervarenheid. Als je die naïeve aspecten wil repliceren op latere leeftijd, wordt het te bestudeerd.”

enola: Het valt op dat zowel Lee Ranaldo als jij niet of nauwelijks naar dat materiaal teruggrijpen tijdens concerten, in tegenstelling tot veel andere bands die splitten.

Moore: “Dat heeft te maken met de aard van Sonic Youth. Die band was de som van de delen. En de vier musici interageerden op een vreemde manier: heel ontraditioneel, maar dan binnen een traditionele context. Het is bijna onmogelijk om hetzelfde te doen buiten die band. Het heeft dus geen zin je daar live aan te wagen. Lee heeft weleens enkele oude nummers gespeeld en ik heb voor radioshows ook eens “Schizophrenia” of “Tom Violence” boven gehaald, maar verder waag ik me er niet aan, het is zo uit de context van die band dat het niet juist aanvoelt.”

enola: Steve Shelley is wel nog steeds present. Ook op het nieuwe album is hij te horen.

Moore: “Steve zal altijd mijn main man zijn. Op dit album drumt hij slechts op een nummer, “Breath”, omwille van logistieke redenen: Steve woont in de VS. Soms komen we op heel korte termijn samen om te repeteren of op te nemen en dan wordt het te moeilijk. Ik heb hem gevraagd of hij niet naar Londen wil verhuizen. (lacht). Hij verricht trouwens fantastisch werk met het archief van Sonic Youth, waarbij hij heel veel energie steekt in de liveplaten die we op Bandcamp uitbrengen.”

enola: Je bent al enkele decennia actief. Veel generatiegenoten zagen hun publiek verouderen, bij jou blijven jongeren opduiken.

Moore: “Ik vermoed dat er bij jongeren in hun late tienerjaren, wanneer ze op het punt staan twintiger te worden, een zekere appreciatie te vinden is voor muzikanten die iets maken dat een experimentele kant heeft en anders is dan koekjesdozenmuziek.”

“Ze staan zeer open en duiken makkelijk in iets nieuw. Als ik jonge mensen tegenkom, blijken ze de geschiedenis van Sonic Youth uitgespit te hebben. In die band, en ook bij andere projecten waar ik aan werk, zijn er altijd referenties geweest naar andere culturele activiteiten die veel persoonlijke waarde hebben voor mij. Ik merk dat als ik nu zoiets simpelweg op sociale media post, er reacties komen: thanks for turning me on to that. De mogelijkheid om online te gaan en direct de hele geschiedenis van iets te ontdekken, is fantastisch.”

“Toen ik voor het eerst de naam William Burroughs zag opduiken in een muziektijdschrift kon ik me alleen maar afvragen wie of wat dat was. Maar dan kwam ik hem opnieuw tegen bij Lester Bangs of via Patti Smith. Ik kon geen laptop openen en op vijf minuten de geschiedenis van die man ontdekken. Het duurde jaren om die hele cultuur bij elkaar te schrapen. Niet dat het toen beter was, het is interessant om mensen nu dingen zo snel te zien verwerken.”

enola: Sonic Youth werd steevast omschreven als New Yorks. Vreemd genoeg gaat het nu nooit over Thurston Moore…

Moore: “… de Londenaar, neen. Maar Sonic Youth was evenmin echt een New Yorkse band: we zijn vrij snel uit de aantrekkingskracht van die stad geraakt. Onder meer door een LA-California-connectie, dankzij onze jaren op SST Records, met Black Flag en Minutemen. Die periode was heel bepalend voor de muziek die we in de jaren tachtig gemaakt hebben.”

“In de jaren negentig hadden we veel connecties met Europa en Japan en op zeker moment woonde niet iedereen van de groep nog in New York City. Maar ik snap de omschrijving wel. Ik word nu beschouwd als een New Yorkse muzikant die in Londen woont. Deze stad is altijd heel verwelkomend geweest. Ik hou van het leven in Londen. Het idee om in Europa te wonen, bevalt me wel. Ik was zeer ontdaan toen de Brexit er door kwam. Ik zag de Europese Unie als een wonderlijke verbinding en het doorknippen van de band daarmee, lijkt me heel erg egoïstisch, zeker als ik denk over hoe ik van bepaalde plaatsen en steden in Europa hou. Op dit moment loop ik niet zo heel warm voor de VS. Het is een beangstigende plaats geworden, met een verwerpelijke regering. Ik kan alleen maar hopen dat tegen dat het jaar voorbij is, we in transitie zijn naar iets beter. Anders wordt het heel ongezond. Want we staan tegenover iets dat groter is dan ons allen: de vernietiging van de planeet. Alle andere zaken, van samenlevingsproblemen tot economische zaken, verbleken bij het feit dat we dan geen plaats meer hebben om te wonen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =