Kvelertak :: Meir

“De nieuwe plaat is zoals de eerste, maar ‘meer’ in alle opzichten. De grootse songs zijn grootser, de harde songs zijn harder, de poppy songs zijn poppier, enzovoort”, zei gitarist en voornaamste songschrijver van Kvelertak, Bjarte Lund, Rolland over Meir. Zijn woorden liegen er niet om.

Welke metalband kan zeggen dat hij met amper één demo op zak in 2009 een overvolle tent op Roskilde, een van de grootste festivals van de wereld, platspeelde? Juist ja, Kvelertak! Het verbaast ons niet dat de epische black-‘n-roll, die zich op het kruispunt van black metal, hardcore en klassieke rock bevindt, toen al aansloeg. Converge-gitarist Kurt Ballou was meteen overtuigd om het debuut van de Noren een jaar te producen. Kvelertak werd een plaat waarop donkere atmosfeer en feestplezier hand in hand gaan; een van de beste metalplaten van de afgelopen jaren.

Voor zijn tweede plaat klopte het zestal opnieuw aan bij Ballou en hoesontwerper John D. Baizley, die opnieuw prachtig werk leverde. Meir is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van de bandleden, terwijl Kvelertak vooral steunde op het riffwerk van Rolland. Dat hoor je meteen aan de toegankelijke opener “Apenbaring”. De krijsen van Erlend Hjelvik, blastbeats, cleane samenzang en übervette solo’s vormen een organisch geheel.

In de uitschieters van Meir worden, zoals beloofd, de verschillende kanten van de band meer uitgespeeld. “Spring Fra Livet” is een black metalnummer om extreem gelukkig van te worden — let vooral op de heerlijke blastbeatstukken van Kjetil Gjermundrod. “Bruane Brenn” klinkt dan weer minder intens dan wat we van Kvelertak gewend zijn, maar is bovenal een opzwepende brok poppy rock-‘n-roll. “Snilepisk”, afkomstig van de Westcoast Holocaust-demo uit 2007, is van de rauwste nummers van de band: een gigantische bom energie gedreven door blastbeats en de onheilsstem van Hjelvik.

Meir onderscheidt zich ook van zijn voorganger door een aantal opvallend langere en nóg meer afwisselende nummers. In het meer dan zes minuten durende “Nekrokosmos” wordt hysterische punk afgewisseld met rockende stukken. Aan triomfantelijke gitaren ook geen gebrek in “Tordenbrak”, de langste song van de plaat. Net zoals de drummer en gitaristen variatie in hun spel brengen, weet zanger Hjelvik zijn stemgebruik regelmatig te wisselen. Zo pakt hij in “Nekrokosmos” uit met zowel diepe schreeuwen als ijlere vocalen. In “Undertro” en het AC/DC-achtige “Kvelertak” horen we zelfs hogere zangregisters.

In tegenstelling tot zoveel hippe metalacts is Kvelertak niet geëvolueerd naar een progressievere sound, waarvan de scherpere kantjes werd afgeveild. De Noren klinken toegankelijker en tegelijkertijd extremer. Als we hun debuut een 9 hadden gegeven (want het verrassingseffect van Kvelertak was nog veel groter) dan verdient Meir een 7.5. De AB Club was op paasmaandag veel te klein voor Kvelertak. Deze band kan Pukkelpop en grotere zalen aan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 19 =