The Strokes :: Comedown Machine

Enerzijds is het verhaal van The Strokes the stuff of legends: een garagebandje dat de rivier van de popmuziek in een andere bedding heeft doen stromen, gewapend met niets meer dan een overstuurde micro en een paar lo-fi gitaren. Anderzijds is het verhaal van de band zelf er een van vijf muzikanten die het gewicht van hun debuutalbum tot het einde der tijden zullen meedragen. Ook nieuwste poging Comedown Machine kan daar niets aan veranderen, simpelweg omdat het lang niet zo goed is als ‘die ene plaat uit 2001’.

Zijn we in 2001 allemaal in een marketingval getrapt toen de eerste van The Strokes uitkwam? Was Is This It nu echt zo’n belangrijke plaat? Er heerste in die tijd in ieder geval een hoerastemming rond de band. The Strokes zouden samen met The White Stripes het rockschip terug veilig naar huis brengen.
Dance en hiphop beleefden een commercieel hoogtepunt rond 2000; “We Come One”, anyone? Gitaren waren terug de underdog en opeens was daar de nieuwe Amerikaanse rocklichting die beter aansloot bij de sfeer na elf september. De gitaarverkoop steeg en baarden kwamen terug. Tijd en toeval deden dus veel marketingwerk voor de New Yorkers, maar hun skills als songschrijvers maakten van hen een fenomeen. Zet een track als “The Modern Age” nog eens op en je krijgt een totaal nieuwe lezing van de allerprilste 21e eeuw. Een withete track die klinkt alsof The Velvet Underground luidop sms’jes declameert.
Dat ‘nieuwe’ retrogeluid bleek een voorafspiegeling van alle retrogekte die de volgende jaren zou losbarsten in onze cultuur. Een nieuw tijdperk begon, alle informatie was nu voor iedereen digitaal beschikbaar en zo kwam de popmuziek al snel in een woekerend kluwen van zelfreferentie vast te zitten. Vintage werd de nieuwe norm. Twaalf jaar na Is This It? weten we hoe het verhaal is afgelopen: een tekort aan innovators en een overdaad van matige retrosounds die de gammele songschrijverij dan maar moeten camoufleren. The Strokes zagen die horizon al in 2001: het zat in hun skinny jeans, in de zware korrel van de fotografie op de hoes en vooral in hun sterke nummers waarin ze als volleerde eksters alles stalen wat schitterde aan garagerock tussen 1965 en 1980.

Dus ja, The Strokes waren een belangrijke trendsetter die de weg plaveiden voor een vijftal jaren aan vrolijk gitaargeweld terwijl de muziekindustrie begon af te brokkelen. Groepen als The Libertines, Arctic Monkeys en Kings Of Leon bijvoorbeeld. Maar ook talloze mindere goden borduurden verder op het basisidee van The Strokes, zoals The Vines, Black Rebel Motorcycle Club, The Datsuns, We Are Scientists, The Von Bondies, en — “Are You Gonna Be My Girl?” — Jet, … to name but a few. Guilty pleasures en misbaksels.

Voetnoot van die geschiedenis is de overlevingsstrijd van The Strokes zelf, die bijna hun huis kwijtraakten in de aardverschuiving die ze zelf hadden veroorzaakt. Ze deden verder met wisselend succes. Room On Fire (2003) is het sombere broertje van Is This It?, First Impressions Of Earth (2005) experimenteert met nieuwe ideeën, maar komt niet tot een song en schiet hopeloos tekort. Pas zes jaar later komen ze met Angles (2011) op de proppen, de plaat van de zeer moeizame wederopstanding, waarop zanger Julian Casablancas de regie uit handen geeft en van The Strokes een volwaardige democratie maakt. Alle bandleden kunnen hun ei kwijt, maar sommigen blijken straffer als muzikant dan als songleverancier.

Vastbesloten om de nieuwe mayonaise te laten pakken, is er nu het vijfde album The Comedown Machine dat met opener “Tap Out” direct de toon zet: een vet eightiesbaslijntje dat uiteenspat op een draak van een pre-chorus en vervolgt met een doordeweeks refrein. Wisselvalligheid troef.

“All The Time” is meer old school Strokes: het pulserende ritme en de breed uitgesmeerde zangmelodie van Casablancas. Toch is ook hier een baldadigheid in het geluid geslopen. De apothekersweegschaal waarmee ze vroeger doseerden werkt niet meer. Wiens idee was het om in de opmaat naar het refrein daar even met een dokwerkerstimbre mee te brullen met Casablancas? Een mini-misser die een van de sterkere momenten van de plaat ontsiert.

Op “Partners in Crime” klinken een paar Peter Hooknoten op de bas naast zweverige synths. De soms gênante vocals maken er een vermoeiend ritje van zoals er op Angles ook wel wat stonden. Jongens toch, is dit écht de nieuwe Strokes? Pff.

“Welcome To Japan” haalt eindelijk het niveau van de gloriedagen en afsluiter “Call It Faith Call It Karma” klinkt als een integer chanson noire dat ook op First Impressions Of Earth had gepast. Er zijn dus wel degelijk lichtpunten, maar na een grondige luisterbeurt hoor je vooral dat The Strokes gewoon een bandje zoals alle andere zijn geworden. Bedolven onder het gewicht van de popgeschiedenis in plaats van surfend op de lawine.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 14 =