The Strokes :: The New Abnormal

Dat bezoek aan The Big Apple – onze favoriete stad op basis van geruchten, platen, boeken en films – zal er dus nooit komen. We hebben er ons al gracieus bij neergelegd en grasduinen dan maar wat verder in het werk van Lou Reed, Ramones en Spiderman. Of verkijken ons ietwat onverwacht op het verrassend uitstekende zesde album van The Strokes.

Want het was toch best een hele tijd geleden dat we ons nog afvroegen hoe Julian Casablancas en de zijnen hun dagen slijten tegenwoordig. Dat heerlijk knisperende debuut ligt namelijk al even ver achter ons als het terroriserend neerhalen van de Twin Towers. De New York City Cops bleken niet al te slim toen, maar dat mocht niet te luid geopperd worden. Timing zat The Strokes niet mee en laten we het er toch maar op houden dat ze het deze keer ook niet getroffen hebben.

Negen nummers, zelfs geen tien. Het komt ons eigenlijk wel goed uit, we zijn wat gehaast. Zeven jaar na het wel erg flauwe Comedown Machine lijkt het op het eerste gezicht wat pover, maar met de gerenommeerde Rick Rubin achter de knoppen werd in diens Shangri-La studio in Malibu met succes een werkend compromis gevonden tussen een rommelig sfeertje en een rist uitstekende songs. En we hadden die geaffecteerde stem van Casablancas, iets minder opdringerig en wat slomer dan die van bijvoorbeeld Brandon Flowers, eigenlijk wel wat gemist.

Die herkauwde vooroordelen over The Strokes, daar zaten we dan weer niet op te wachten. Ja, ze leerden elkaar kennen op een eliteschool. Alsof dat Blur of zelfs Keane heeft tegengehouden om uitstekende platen te maken. En check, de ouders zaten er warmpjes in. Maar dan toch nog aan de drugs en de drank raken. Schande. Het is nu eenmaal niet iedereen gegund om goud te puren uit een slechte jeugd, zoals stadsgenoten Lou en Joey dat meermaals deden.

The New Abnormal opent alleszins herkenbaar en tegelijk nostalgisch. Er wordt bij het leven geplunderd uit de jaren tachtig, de gitaren cirkelen rond elkaar in de beste Strokes=traditie en Casablancas neuzelt met een luiheid waar we jaloers op zouden kunnen worden. Opener “The Adults Are Talking” lijkt zowaar een heerlijke reboot aan te kondigen van This Is It en wanneer we zinnen als “Same shit/A different life/I’ll get it right sometime” achteloos in de schoot geworpen krijgen weten we dan al dat het wel goed komt.

Op het heerlijk wegtikkende “Selfless” zingt Casablancas zo fragiel dat we bij momenten vrezen voor ons servies, maar het werkt wel. Zij had het alweer niet begrepen, “Waste my breath, no lessons learned” klinkt het dan ook gelaten. Misschien wel de beste song van de plaat. In “Brooklyn Bridge To Chorus”, dat dan ook nog eens op een pesterige Pet Shop Boys-deun leunt, worden alle twijfels maar ineens op de schroothoop gegooid: Julian heeft zich zwaar in de jaren tachtig ondergedompeld de laatste jaren. “And The ‘80s bands? Oh, where did they go?” klinkt het onverholen mijmerend. “Bad Decisions”, dat dus echt wel meer dan eens met “Dancing With Myself’ van Generation X naar bed is geweest, zou dan weer geen slecht figuur slaan op de soundtrack van de fijne Hulu-serie High Fidelity. Al is de Bono-uithaal op het eind van het nummer er wat te veel aan. Misschien, maar we zien Zoë Kravitz er wel duchtig verongelijkt en lichtjes geil op dansen.

Ook “Eternal Summer” dendert voort, niet eens zonder schroom, op een jaren tachtig-vibe. “The Ghost In You” van de Psychedelic Furs is net geen blauwdruk voor het nummer, maar heel veel scheelt het niet. Het achteloos gezongen “Hey, Yeah, Oh” doet ons aanvankelijk nog glimlachen, maar Casablancas krijgt zijn aversie voor een eeuwige zomer toch in ons hoofd geprent.

Het gaat ook allemaal wat trager hierna. Het door dromerige, donkere synths gedragen “At The Door” is een weinig subtiele schreeuw om aandacht. Het traditionelere ‘Why Are Sundays So Depressing?’ heeft daarna dan wel de beste songtitel van de plaat; het is hier dat de jaren tachtig-referenties wat beginnen te wringen. De gitaarsnokken van Albert Hammond Jr. hunkeren nog wel naar de juiste emotie, maar de autotune zorgt ook hier weer voor een teleurstelling. “Not The Same Anymore” is daarna wél weer een lichtpunt: een slepende, wiegende oefening in zelfbeklag. Ideaal nummer om in die verdomd late uurtjes je hoofd toch eindelijk eens te laten rusten op een toog terwijl de barman je alsnog een whiskey bijschenkt.

“Drums please”, vraagt Casablancas droog halfweg de geweldige afsluiter “Ode To The Mets”, een slepende lofzang op de plaatselijke baseballploeg zonder ernaar te verwijzen in de lyrics. Net als je denkt dat er weer een aan foute synths opgedragen nummer aankomt, nemen de gitaren, de bas, de drum en die lijzige stem van Casablances het over. En borrelt er een parel van een song over underdogs, wat The Mets toch ook wel waren, naar boven.

De nieuwe Kurt Cobain hebben we, net als Courtney Love, nooit gezien in Julian Casablancas. Wél spotten we bij momenten flarden van The Replacements en T. Rex, zijn daar ook verre van rouwig om, maar horen eigenlijk vooral de branie, het talent en de belofte van The Strokes van negentien jaar geleden. Het is dan ook behoorlijk wraakroepend dat we voorlopig op Werchter of Best Kept Secret niet naar onze schoenen kunnen staren bij deze uitstekende soundtrack van het Nieuwe Abnormaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =