How To Destroy Angels :: Welcome Oblivion

Samen met zijn halve echtelijke en zijn halve artistieke trouwboek heeft Trent Reznor eindelijk een langspeler klaar voor wat aanvankelijk de opvolger van NIN moest worden. Hij heeft het zijn luisteraar niet makkelijk gemaakt, wat terugkijkend op ‘s mans oeuvre best wat wil zeggen. Een snoepje voor de doorgewinterde liefhebbers, een taaie kluif voor de anderen.

Toen Trent Reznor Nine Inch Nails (even) voor bekeken hield, startte hij samen met onder meer vrouwlief Mariqueen Maandig en soundtrack-buddy Atticus Ross zijn nieuwe geesteskind How To Destroy Angels. De titelloze EP die ze in 2010 op de wereld loslieten, zag een grote stijlbreuk met vroeger werk. Doorheen de donkere doch aanstekelijke triphop suisde voornamelijk een herinnering aan Sneaker Pimps anno Becoming X; een vergelijking waar Maandigs vocale verwantschap met Kelli Ali alleen maar toe bijdraagt. Hun eerste full album, dat ook quasi integraal de EP An Omen omvat, is een stuk donkerder geworden en toont zo duidelijker aansluiting bij meneers verleden. In de intro “The Wake-Up” hoor je de dystopische elektronica van Year Zero en de afsluiter “Hallowed Ground” leunt in al zijn atmosferische Unheimlichkeit richting Ghosts I-IV. Daartussen schuilt allesbehalve hap-slik-wegge doomtronica met spaarzame lichtpunten.

Het meest logische vervolg op de eerste EP is “Keep It Together”, nihilistische triphop die het midden houdt tussen “The Space In Between” en “A Drowning”. De diepe gitaaraanhalen, de lijzige vocals die na een tijdje het strijdtoneel met Trent delen: het is alsof een nieuwe, obscure dimensie van pop geknutseld wordt uit de spaanders van de implosie van wat we ooit als dusdanig bestempelden. Het oor is geïntrigeerd, de keel is vastgegrepen, klaar voor een reeks songs die een minder sluimerende aanval op je zinnen plegen. In tegenstelling tot de beheerste vocals die we van Maandig gewend zijn, laat ze op de fenomenale titeltrack de riot hyena in zich los alvorens met een kinds stemmetje het refrein af te drammen en je de ultieme mindfuck te bieden. “And The Sky Began To Scream” gaat nog een stap verder en kruipt met zijn gradueel opgebouwde nerveuze beat als een nest termieten doorheen je aderen om, wanneer je hartslag het snelst raast, stil te vallen in een geluidsmist met een echo van Marilyn Manson’s “Cryptorchild”. Onbehagen lijkt een eufemisme om de gevoelslading mee te dekken.

Hier en daar priemt er een straaltje licht door het gitzwarte hemeldak. In de aanstekelijke single “How Long” bijvoorbeeld, meteen ook het enige nummer dat op de radiogolven overeind zou kunnen blijven: een geweldige alternopopsong die sprankelende triphop laat overhellen in een catchy as fuck powerprogrockrefrein. Het engelachtig gezongen, staccato gespeelde “Ice Age” is ook lichter verteerbaar, hoewel de eenvoud van de country folkmelodie niet de volle zeven minuten lang kan blijven boeien.

De afweging van opbouw en speelduur plaagt wel meerdere nummers. Een nummer als het bijna instrumentale “Recursive Self-improvement” hoort eerder thuis op een van de Reznor-Ross soundtracks dan op deze studioplaat. Daarvoor mist het de climax waarnaar “The Loop Closes” wel opbouwt, op behoorlijk funky wijze zelfs. Door de langere songs tot de tweede helft van de plaat op te sparen, levert deze je bij de eerste luisterbeurten een ferme indigestie op. Met wat geduld begin je hun eigenheid echter meer en meer te appreciëren en begin je er ook ademruimtes in te ontdekken, die zorgen voor welgekomen verlichting tussen de reeks lange wanhoopevoceerders. Als ware het een Year Zero-overblijver draagt “Too Late, All Gone” zijn boodschap van ultieme hopeloosheid via aanstekelijke r&b noir uit. Eens de initiële distortion uitgewerkt is, ontpopt ook “Strings And Attractors” zich tot atmosferische droompop.

Door een vervolg op maar geen vlucht van Nine Inch Nails te maken heeft How To Destroy Angels met Welcome Oblivion een solide eerste langspeler afgeleverd, zij het eentje die behoorlijk moeilijk tembaar is. In tegenstelling tot het voornamelijk upbeat materiaal van de eerste EP, krijg je hier opmerkelijk langere, zwaardere composities waardoor je je zelf een weg moet banen. Door de minst verteerbare brokken tot het eind op te sparen, vraagt deze plaat behoorlijk veel van de luisteraar. Daardoor mist ze de impact die de triphop-zus van Year Zero had kunnen hebben en heeft ze langer tijd nodig om op volmondige appreciatie te kunnen rekenen. Eentje om in huis te halen, maar enkel ten gepaste nachtelijke tijde en goed gewapend in zijn volledigheid tot jou te nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =