Few Bits :: Few Bits

Er gaat geen jaar voorbij of Zeal Records pakt uit met een van de mooiste debuten. Na onder andere Isbells, Marble Sounds en Renée de afgelopen jaren is het nu de beurt aan Few Bits. Een droomdebuut in meerdere facetten van het woord.

Het verhaal van Few Bits is er een van gestage groei, zoals de plaat zelf. Karolien Van Ransbeeck schoof al innemend voor het voetlicht op Admiral Freebees laatste plaat vier jaar geleden en schaafde sindsdien aan haar songs tot ze geen laag, noot of instrument te veel of te weinig hadden. Het resultaat is een bloedmooi album waar u nooit klaar mee lijkt te zijn. De balsemende melodieën baden in muzikaal schuim dat u nooit de kern van de song lijkt te laten horen, en dat is goed zo.

Dat komt ook doordat de nummers zich slechts heel traag, luisterbeurt per luisterbeurt, aan u ontvouwen. Few Bits speelt een spel met de tijd. Wat op het eerste gehoor in minder geoefende oren monotoon kan klinken, wint per draaibeurt aan diepgang. Few Bits is een droomhuwelijk tussen song en sfeer, waar niet makkelijk zomaar een sticker als ‘weemoedig’ op te plakken valt. Few Bits trapt immers niet in de val van behaagzieke schoonheid, maar weeft ook wat prikkeldraad rond hun nummers, zoals in “The Wolves”, een van die nummers die meer dan vijftien luisterbeurten ver nog steeds hardnekkig weigert al z’n kleren af te werpen.

Er worden geen drie zinnen over Few Bits geschreven zonder dat er referenties naar Mazzy Star of Feist opduiken. Bovendien is het verleidelijk om deze plaat lepeltje te laten liggen met pakweg Beach House en te schrijven dat ze een warme lentebries in het geluid van Amatorski blaast, maar de sound van Few Bits heeft een opmerkelijke eigen identiteit. Daardoor zet dit debuut hen meteen op de kaart, in plaats van veel gezichtsloze eerstelingen. Few Bits wentelt zich meteen comfortabel in z’n eigen niche.

Van Ransbeeck fluistert in uw oor met een stem die de hele plaat lang een sierlijke tred tussen breekbaarheid en zelfzekerheid aanhoudt. In single “Shell” overheerst de lieflijkheid, maar in het potige openingsnummer “Come On Home” lokt ze u mee op een nachtelijke autorit waarvan de afloop niet te voorspellen valt. In het licht vervreemdende “Pick You Up” klinkt ze als een sirene met een dubbele agenda. Noem Van Ransbeeck dus niet zomaar een fluistermeisje. Weer een gemakzuchtig trefwoord dat de band dwingend van het lijstje doet schrappen.

Naast single “Shell” is vooral “One Night Friend” het nummer dat het (al bij al niet dikke) ijs breekt, met een refrein als een tot muziek gesmolten sneeuwvlokje. Alsof de plaat hier naartoe werkt, want dat niveau wordt in de drie slotnummers niet meer gehaald. “Tricky You” heeft de verdienste dat het met z’n luchtigheid de sound van Few Bits niet tot eentonigheid doet verworden, “People” sleept zich iets te hard voort na een aantal nummers die uitblinken in nuances en laagjes, slaapliedje “Night Night” voelt aan als een iets te makkelijk slotakkoord voor een plaat die vakkundig alle mogelijke valkuilen wist te ontlopen.

Maar dat zijn slechts (obligate) schoonheidsvlekjes op een plaat die we alle vier de seizoenen dicht bij ons in de buurt willen en zullen hebben. Als een digestief waar u elke dag wel een glas van wilt drinken. Zo’n plaat waar je nog tijden zoet mee bent, maar die stiekem al doet benieuwen wat voor moois er nog zal volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + twee =