Karolien Van Ransbeeck neemt graag haar tijd, maar uiteindelijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Acht jaar na tweede album Big Sparks keert ze dus terug met Brick Houses. En die derde Few Bits vroeg toch wel wat bloed, zweet, en tranen. “Ach, het is gezond om af en toe gewoon stil te zitten zonder je te willen uitdrukken.”
enola: Je hebt je tijd genomen voor Brick Houses.
Van Ransbeeck: “Ik heb mezelf nooit opgelegd om de hele tijd productief te blijven. Ik heb de afgelopen jaren gewoon geleefd, kreeg een kind, en zo verstreek de tijd vanzelf. Een plaat opnemen is voor mij sowieso een erg intensieve periode, waar ik ook mentaal de ruimte voor moet hebben. Het was niet iets waar ik van wegliep, maar het was er gewoon het moment niet voor, leek het. Soms pakte ik de gitaar vast en nam ik me voor om iets te schrijven, maar ik voelde al snel dat ik er eigenlijk geen zin in had. En ik heb dan ook geen zin om het te forceren. Inspiratie komt bij mij altijd in periodes, en als het er niet is, is het er niet.”
“Uiteindelijk begon ik het samen spelen met de band toch te missen, en dus heb ik hen weer bij elkaar gefloten en zijn we op een heel rustig tempo op de zolder van Steven Holsbeeks, onze gitarist, nummers beginnen uitwerken en plannen gaan maken. En toen we genoeg songs hadden, zijn we de studio ingekropen, waarna we nog heel lang aan de opnames zijn blijven schaven. We hebben uiteindelijk zelfs extra studiotijd geboekt om overdubs op te nemen, en alles helemaal te krijgen zoals we wilden.”
enola: “I’m a lazy writer, if it’s a bumpy road I won’t ride it” zing je in “Nowhere In Love”.
Van Ransbeeck: “In die periode waarin ik niet aan het schrijven was, bleven de muzikanten wel aan mijn mouw trekken om toch nog eens te schrijven. Dat zette me aan het denken hoe het kan dat andere songschrijvers dat wel kunnen als het moet, en het mij niet lukte. Was ik niet gewoon lui? Moét het wel allemaal vanzelf komen? Ik ben er nog altijd niet uit. Ik kan gerust mijn gitaar vastpakken, maar dan moet ik ook het gevoel hebben dat ik iets kwijt wil. Ik kan zo wel een goed nummer schrijven, maar als dat voor mij niet klopt dan wil ik daar niets mee doen. Ik moet het gevoel hebben dat ik iets heb kunnen uitdrukken, zodat ik ook nog weet wat ik wil zeggen als ik het voor de zoveelste keer live breng.”
“Nu, als je goed luistert, hoor je me tussen die zinnen in de achtergrond zingen ‘I try’. Ik wilde het toch een beetje nuanceren.”
enola: Je bent geen fulltime-muzikant, bent ook moeder. Ik kan me voorstellen dat het sowieso vechten is voor tijd om te kunnen schrijven?
Van Ransbeeck: “Toen Lea net een baby was, was schrijven zelfs gewoon geen optie. Zelfs als ik het had gewild, dan nog zou het niet gegaan zijn. Als je pas mama bent, zit je hoofd te vol met andere zaken. Dan heb je daar geen energie voor. En dat is ok. Het is gezond om af en toe stil te zitten ook, en niet de hele tijd expressief te willen zijn. Ondertussen is ze vijf, dus nu is het wel anders op dat vlak.”
enola: Bij het schrijven hebben jullie voor het eerst ook nummers van Steven en Tim Coenen, je andere gitarist, aangepakt.
Van Ransbeeck: “Mijn hele groep bestaat uit supergetalenteerde muzikanten en songschrijvers. Ze hadden wat nummers liggen waarvan ik vond dat er iets mee moest gebeuren. Dus heb ik er mijn ding op gedaan, sommige teksten aangepast zodat het voor mij klopte om ze te brengen. Dat maakt van Brick Houses nog meer een groepsplaat, en dat is goed. Ik heb mezelf nooit gezien als een singer-songwriter met wat studiomuzikanten achter. Elk heeft echt zijn eigen inbreng, maakt mee de arrangementen en geeft nummers vorm. Maar ik moet op het einde wel tevreden zijn, dat wel.”
enola: Hoe was het om eens met materiaal van anderen aan de slag te gaan?
Van Ransbeeck: “Dat was eigenlijk heel moeilijk. Ik vond het heel goeie nummers, maar ik heb in dat proces wel gemerkt dat de teksten voor mij moeten kloppen. Hoe cryptisch ook – want ze zijn niet direct – ik moest zelf toch weten wat ik bedoel. Dat heb ik nodig om het oprecht te kunnen brengen. Daarom heb ik sommige songs op dat vlak wel aangepast. En dat kwam niet per se doordat die teksten door mannen waren geschreven, het ging meer om een standpunt of een gevoel.”
enola: Wat wil je met de titel Brick Houses zeggen?
Van Ransbeeck: “‘Brick Houses’, het titelnummer, is een belangrijke song voor me. We hadden de plaat eigenlijk al opgenomen, toen de tekst plots in mijn hoofd opdook. Dat was behoorlijk atypisch, want normaal begin ik altijd met gitaar en een melodie, en komt de tekst als ik geluk heb. Nu zat ik daar met een mooie tekst, die ik koste wat kost wilde gebruiken. Ik had er geen muziek voor, maar wist dat Steven ooit een nummer had opgenomen waar het misschien op paste, en dat draaide erg goed uit.”
“Het gaat over een soort van fragiliteit, een illusie van stabiliteit of veiligheid. Want je kunt dan wel een stevig huis hebben, er kan daarbinnen van alles gebeuren dat je niet onder controle hebt, zoals het verlies dat ik in die periode heb meegemaakt.”
enola: “Where am I in time?”, vraag je je in het nummer af.
Van Ransbeeck: (aarzelt even, spreekt dan toch) “Ik praat niet graag in de diepte over mijn teksten, maar ik denk dat ik toch iets moet prijsgeven: ik was eigenlijk in verwachting tijdens het demo-proces, maar heb die zwangerschap na 22 weken om medische redenen moeten onderbreken. Dat heeft een hele grote impact gehad, en het is die ervaring die ik in “Brick Houses” heb proberen te vatten. Het gaat om het gevoel van die ene dag waarop ik ’s ochtends wakker werd als elke andere dag, hoe ik alle dingen als normaal registreerde – ‘Yard trees stand tall / Birds and leaves dance around’ – maar wel naar het ziekenhuis moest rijden om te bevallen. Het was alsof ik in een soort bubbel zat waarin tijd niet langer leek te bestaan. Ook mijn partner voelde dat toen zo aan: het was zo’n atypische, onnatuurlijke situatie waardoor het verstrijken van de tijd er niet meer toe deed. En hoe pijnlijk die situatie ook was, het had ook iets moois om je helemaal buiten de tijd te voelen.”
enola: Ook in “22 Weeks” zing je over dat verlies.
Van Ransbeeck: “Ik wil er niet te hard op ingaan, omdat het zo persoonlijk is, maar met dat nummer voelde ik hoe troostend muziek nog altijd voor me kon zijn. Ik schreef het twee dagen na die bevalling, en het was zo’n opluchting dat ik me op die manier kon uitdrukken. Het kwam er heel snel, ik vond meteen de juiste woorden en melodie. Ik hoop dat het nummer ook voor anderen, die gelijkaardige ervaringen hebben, een troost kan zijn, want ik heb in die periode heel hard gezocht naar lotgenoten, muziek, boeken, die mij herkenning konden bieden. Dat was niet evident.”
enola: In weerwil van wat gebeurde, werd Brick Houses muzikaal toch een lichtvoetige plaat.
Van Ransbeeck: “Dat was niettemin geen bewuste keuze, maar het album is inderdaad licht van toon. Ik wilde een helder klinkende popplaat maken. Op aanraden van mijn label hebben we daarvoor samengewerkt met mixer Tobie Speleman, en daar heb ik geen spijt van: hij heeft alles ongelofelijk goed doen klinken. Ik vind het belangrijk dat het goed klinkt. Daarom schaven we ook zo lang aan de arrangementen, want het zijn die melodieën die een nummer maken. Ze kleuren een nummer en zorgen ervoor dat je wil luisteren. Ik wil dat mijn muziek de hele tijd blijft boeien. Daarom is Few Bits ook een grote band. We zijn nu zelfs met zeven, want ik heb er een vriendin bijgehaald om de backings te doen die ik live miste. Ach, ik weet dat we er niet rijk van zullen worden, dan kan ik het net zo goed plezant maken door een man meer mee te nemen.”
enola: Voor jullie pauze had je met Few Bits best wat opgebouwd. Jullie hebben voorprogramma’s mogen verzorgen van The War On Drugs, Lemonheads… Ben je niet bang dat je dat wat hebt laten wegglippen door zo lang weg te blijven?
Van Ransbeeck: “Neen, want eigenlijk zijn we ook toen niet breed opgepikt. Er heeft een journalist een mooi artikel geschreven over die voorprogramma’s, maar verder zijn we altijd wat onder de radar gebleven. Ik lig daar eerlijk gezegd niet van wakker. We hebben coole dingen meegemaakt waar we heel trots op zijn, maar dat is het dan ook. Misschien had het vandaag allemaal meer aandacht gekregen, dat kan, maar dat zullen we nooit weten. Wij weten wat we hebben gedaan, en koesteren dat, maar verder zijn we realistisch, misschien zelfs een beetje cynisch over de muziekindustrie. Het is niet meer onze ambitie om door te breken. We doen dit gewoon nog voor het plezier om iets moois te maken. En fier te zijn op dat rijtje cd’s in de kast; dat ook.”
Few Bits speelt op woensdag 10 december in Arenberg in Antwerpen en op zondag 14 december in Wintercircus in Gent.



