Grizzly Bear :: Shields

Na Animal Collective en The xx hebben we met Grizzly Bear weer een band die onverwachts en met een weinig voor de hand liggend album naar een groter publiek doorbrak en dat nu moet opvolgen. En ook Grizzly Bear doet dat door onverstoorbaar hun eigen ding te blijven doen. En ook hier: met succes.

In 2009 leverde Grizzly Bear met Veckatimest een van de albums van het jaar. De meticuleuze, bijna onwerelds perfecte (en pas na enkele beluisteringen verslavende) songs van Yellow House, kregen een flinke scheut barok, zon en euforie. Het album dook op in de hoogste regionen van de Billboard charts en Grizzly Bear speelde mee met de grote jongens. Veckatimest werd enkel door de vervaarlijk brommende baarden van Mastodon van het hoogste schavot in enola’s (goddeau’s) eindejaarslijstje van 2009 gehouden en heeft sindsdien nog niets van zijn glans verloren. Om maar te zeggen: we verwachtten wel wat van Shields.

En die verwachtingen worden niet helemaal ingelost. Shields is een geweldig album, maar niet het alles verschroeiende meesterwerk dat Veckatimest in de schaduw zet. Maar het was dan ook a hard act to follow. Het pleit alvast voor Grizzly Bear dat ze niet braafjes in hetzelfde register zijn doorgegaan. “Speak in Rounds” is erg nauw verwant met “Southern Point” en ook “The Hunt” en “Half Gate” slaan bij de eerste beluistering nauwelijks andere wegen in, maar verder zijn de lieflijke melodietjes en laagjes van Veckatimest een stuk beter verstopt.

Shields klinkt een stuk rauwer en directer dan het vorige album. Minder kleuren, minder lente, meer korrel en herfst. De puzzelstukjes lijken niet altijd naadloos in elkaar te passen en de klanken mogen al eens botsen. Getuige de barstjes in de zang op “Speak in Rounds” en de onverwachte, rauwe psychedelische outro van “Half Gate”. Of de tegendraadse jazz-ritmes in “What’s Wrong”.

Voor slotsong “Sun in your Eyes” mogen alle registers open: koren, strijkers, blazers en een hoop schijnmanoeuvres die na vier minuten de spanning opvoeren: na elke bocht lijkt de song niet te kunnen kiezen tussen eindigen of openbarsten in een finale. Een spelletje dat de band nog drie minuten in alle beheersing volhoudt om het album dan met enkele lichte piano akkoorden te beëindigen: meesterlijke anticlimax.

Een immens contrast ook met de noest swingende Caniaanse krautrock van opener “Sleeping Ute”, de groove van “A Simple Answer” en de full-colour pop van single “Yet Again” (een song die — met permissie — in al haar euforie zowaar een geraffineerdere versie van iets uit Coldplays Viva La Vida-sessies zou kunnen zijn).

Bij de eerste beluistering van Shields is het die diversiteit aan geluiden die het meest opvalt. Bij de tweede hoor je het wat rauwere, minder perfect afgemixte geluid en bij de derde doorloop denk je bij elke track ‘spijtig dat ze niet het hele album in deze stijl gemaakt hadden’. Maar het is pas enkele beluisteringen verder dat je je realiseert dat die diversiteit net de sterkte van Shields is.

Grizzly Bear heeft de tijd genomen voor de opvolger van wat als meesterwerk onthaald werd. Ze hebben vol zelfvertrouwen uit wel erg diverse muzikale vaatjes getapt, maar het is hun verdienste dat ze altijd maar net genoeg jazz, krautrock, psychedelica, droompop en indierock in een eigen geluid hebben verwerkt. Daardoor klinkt Shields in al haar verscheidenheid toch als een gaaf en verslavend geheel. Elke track (op het misschien wat te gewone “The Hunt” na) smaakt naar meer van dat, maar Grizzly Bear geeft de luisteraar toch iets anders. Van het verlegen perfectionisme op Yellow House over het barokke meesterschap van Veckatimest tot het zelfverzekerde, grofkorrelige eclecticisme van Shields: de band blijft verrassen. Ook al zijn we minder direct verslaafd aan Shields dan aan de voorganger: op deze manier gaan wij Grizzly Bear alvast niet snel beu geraken. We hopen van u hetzelfde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =