Peaking Lights :: Lucifer

Op woensdag 6 juni 2012 vond tussen 5:08–5:35 voor de 26e keer sinds onze jaartelling de overgang van Lucifer (of Venus) voor de zon plaats. Op dat moment schoof deze morgenster zich tussen zon en aarde door en baadde ze zich wellustig in het zaligmakende zonlicht. Voor wie deze magische gebeurtenis gemist heeft; er is nog altijd de dubpop van Indra Dunis en Aaron Coyes.

Niemand maakt op dit moment immers alternatieve muziek met meer zomer in de rhythms dan zij. Lucifer betekent immers “lichtbrenger” in het Latijn en het is dan ook geen toeval dat Mikko, het koppels zoontje, als muze diende voor deze derde officiële release. Thema’s als spel, speelsheid en onvoorwaardelijke liefde dartelen rond op een mix van krautrock, dub en lo-fi. En hoewel alle ingrediënten die van 936 een knaller maakten dus opnieuw aanwezig zijn, lijkt de anarchistische, ongepolijste charme van Dunis en Coyes’ muziek hier te moeten inboeten bij zoveel huiselijk geluk.

Maar dat maakt Lucifer er niet minder boeiend om want er zijn een aantal verrassende stilistische shifts hoorbaar. Zo trappen en sluiten de Californiërs het album af met “Moonrise” en “Morning Star”; door een dikke laag wolken en zwavelzuur omhulde, in reverse en slow motion afgespeelde mini versies van Steve Reichs “Music For 18Musicians”. En de op een laidback ,slechts uit enkele penseelstrepen elektronica bestaande, ritme voort dobberende Spacemen 3-gitaar en Stonesesque toetsenpartij maken van “Beautiful Son” de meest poppy Peaking Lights-song tot nu toe.

De in fluortinten gedrenkte kosmische trips “Midnight In The Valley Of Shadows” en “Dreambeat” leren ons dan weer hoe Dunis en Coyes zouden klinken als ze de huismuzikanten van Studio 54 waren geweest; zoals een door downers murw geslagen Eddy “Walking On Sunhine” Grant die voor de ontelbaarste keer “ Electric Avenue” op televisie moet opvoeren. Niettemin maken de minimal disco-achtige ritmes, de eighties-synths, toefjes spacy elektronica en Dunis’ onthechte zang er de hoogtepunten van Lucifer van.

Opvallend is dat de nummers die muzikaal nog het dichtst tegen bovengenoemde voorganger aanschurken daartegenover wat bleekjes uitvallen. In “LO HI” en “Cosmic Tides” strooit Dunis haar melodieuze zanglijnen immers als maanzaadjes uit over vette, reggae-achtige beats en orgelpartijen, ijl klinkende elektronica bezorgt het nummers een psychedelische touch maar toch blijft de beloofde big bang uit. Met het door een Suicide-achtig ritme voortgestuwde “Live Love” vecht het koppel zich uit dat dalletje en levert ze een prima, in quaaludes gedipte, soundtrack voor de nakende festivalzomer af.

Lucifer is naar eigen zeggen Peaking Lights meest ambitieuze album tot nu toe en dat vertaalt zich in een meer smooth geluid dan voorheen. Het pleit echter voor het koppel dat ze er geen herhalingsoefening van 936 van hebben gemaakt. En al is het verrassingseffect wel wat verdwenen, toch is dit weer een fijn schijfje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 5 =