21 Jump Street

Elke grote acteur moet ergens beginnen, en Johnny Depp is ongetwijfeld niet de enige wiens vroegste claim to fame nog geen klein beetje godawful was. De tv-serie 21 Jump Street was een typisch product van de jaren tachtig: een cleaner-dan-cleane flikkenserie waarin Depp undercover ging in een middelbare school om er in elke aflevering een andere zaak op te lossen. Gaandeweg predikte het programma ongegeneerd over racisme, drank, drugs, sigaretten en eender welke ander thema waar de zender maar een opvoedkundig verantwoord moraallesje aan kon ophangen. De voornaamste reden waarom de serie nu nog herinnerd wordt, is Depps latere doorbraak. Het was dus absoluut een goeie move van regisseurs Phil Lord en Chris Miller om van hun obligate filmremake gewoon vlakaf een komedie te maken. Nog beter nieuws: hoewel niemand zijn leven veranderd zal zien door 21 Jump Street anno 2012, is hij grappiger dan je zou denken.

Jonah Hill en Channing Tatum spelen de hoofdrollen als Schmidt en Jenko, twee jonge mannen die elkaar leren kennen van op de middelbare school. Schmidt was de eeuwige loser, Jenko de jock die hem het leven zuur maakte. Zeven jaar later komen ze elkaar opnieuw tegen op de politie-academie, waar ze een soort verstandsvriendschap sluiten: Schmidt helpt Janko door zijn theoretische examens, terwijl Janko Schmidt bijstaat met de fysieke tests. Eens ze afgestudeerd zijn, worden ze ingelijfd in het Jump Street-project: ze gaan undercover in een high school, waar ze de opdracht krijgen een drugbende op te rollen.

Lord en Miller, die eerder al samen de nogal vermoeiende geanimeerde komedie Cloudy with a Chance of Meatballs maakten, weerstaan aan de verleiding om hun film in de late jaren tachtig of vroege jaren negentig te plaatsen, wat er voor zorgt dat ze zich niet kunnen verliezen in een oppervlakkig spelletje “spot de eighties-referenties” (een spelletje dat de laatste jaren wat al te vaak is gespeeld zonder dat het veel zoden aan de dijk zette, in films van Hot Tub Time Machine tot Take Me Home Tonight). Ze spelen wel met dat meta-niveau, maar op een iets slimmere manier. Neem bijvoorbeeld een scène waarin Schmidt en Jenko’s chef, Captain Dickson (gespeeld door early nineties icon Ice Cube) het Jump Street-gegeven uitlegt: “Het is een idee uit de jaren tachtig, dat ze nu hebben gerecycleerd omdat de powers that be niet creatief genoeg zijn om iets nieuws te bedenken.” Zelfspot, iemand? Of de manier waarop Channing Tatum wel tien keer van verschillende leerlingen en leerkrachten te horen krijgt dat hij er veel te oud uitziet om nog op school te zitten – funny shizzle. Op die manier zoeken de makers constant manieren om de afgezaagde conventies van hun eigen film te kijk te zetten, en dat werkt. Ook de obligate, licht-homo-erotische bromance die er ontstaat tussen Schmidt en Jenko wordt op een geestige manier expliciet gemaakt – nooit gedacht dat een scène waarin twee mannen elkaar proberen te doen kotsen effectief grappig zou kunnen zijn (“Ben je mijn G-plek soms aan het zoeken?”), maar hey, het leven zit vol met verrassingen.

Op die manier weten de regisseurs hun meta-humor goed te doseren, zodat 21 Jump Street clever wordt zonder snoeverig te zijn – dit is geen Shrek-achtige “por-in-de-ribben”-film die je constant met je neus in zijn eigen popculturele referenties wrijft. Maak je vooral geen illusies: een groot deel van de tijd is het een typische “jongens-onder-elkaar”-komedie, die eindeloos plezier schept in drank, drugs en seks (ironisch genoeg net die dingen waar de originele serie een moraliserend vingertje naar opstak). Schrijver Michael Bacall was ook al verantwoordelijk voor Project X en Scott Pilgrim vs the World, en in combinatie met Jonah Hill, die mee het verhaal uitwerkte, zorgt dat voor een film die stevig geworteld is in de traditie van Superbad en aanverwanten: de humor is bewust puberaal, maar dan wel met een hart. De zelfreferentiële grapjes horen er gewoon bij en tillen het geheel naar een iets hoger niveau, maar vergis je niet: Shakespeare this is not. Bovendien worden bepaalde komische situaties genadeloos lang uitgesponnen: een scène waarin onze helden drugs moeten nemen om te bewijzen dat ze geen flikken zijn, leidt tot een onredelijk uitvoerige stoner-sequens en ja, we geven graag toe dat het zicht van Jonah Hill in een Peter Pan-outfit inherent lachwekkend is, maar het blijft ook geen kwartier lang grappig. Iets minder penis-jokes had overigens ook best gemogen – aan het einde van de film zit er eentje tussen die er écht over is.

Maar de grappen in 21 Jump Street zijn wel vaker hit dan miss. Een uit de hand gelopen feestje bij Schmidt thuis levert een geinige set piece op, er wordt energiek gespot met de krampachtig politiek correcte attitudes op scholen tegenwoordig (“Ik wist pas dat je homo was nàdat ik je een mep verkocht had!”), en de obligate cameo van Johnny Depp is oprecht hilarisch. Bovendien is de wisselwerking tussen Jonah Hill en Channing Tatum verrassend sterk: dat Hill overweg kan met comedy wisten we al, maar ook Tatum maakt indruk, met een ontspannen vertolking die een degelijke komische timing verraadt. Als hij zijn projecten zorgvuldig uitkiest, en ver weg blijft van shit zoals The Vow, dan zou hij nog wel eens een goede carrière kunnen uitbouwen.

Nee, uiteraard is dit geen meesterwerk. Het is een komieke filmversie van 21 Jump Street, mensen. Maar het is een sympathieke prent die onder niet al te veel complexen gebukt gaat. Ja, oké, tijdens de laatste tien minuten ontspoort de boel een beetje, want uiteraard moet het weer eindigen op een grote actiesequens (hoewel de slow motion duiven toch nog een slappe lach-momentje uitlokken), maar dan nog… 21 Jump Street is beter dan we hadden kunnen hopen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =