Ufomammut :: Oro – Opus Primum

Neurot Recordings, 2012

Che bello! Ons favoriete Italiaanse doomtrio is terug
met een nieuw album en een nieuw ondoorgrondelijk concept. Waar het
vorige album ‘Eve‘ eigenlijk één lang
nummer was, is ‘Oro’ zoiets als een tweefasig dubbelalbum. ‘Oro –
Opus Alter’ zal echter pas over een half jaartje pas gereleased
worden. Het voelt dan ook alsof alle conclusies en waardeoordelen
over ‘Oro’ onder voorbehoud zijn. Nu ja, als het zover is dan
herzien we met plezier onze mening. Met de zwaarwichtige
psychedelische tonen van Ufomammut ben je immers nooit snel
klaar.

Tot op heden was erop elk nieuw album van de band een duidelijke
evolutie te horen ten opzichte van het voorgaande. Deze keer heb ik
dat gevoel niet. Het eerste deel van ‘Oro’ klinkt na enkele
beluisteringen gewoon als een voortzetting of zelfs een
herinterpretatie van ‘Eve’. Het is een vloeiend geheel van zware
riffs, galactische synths en sporadische vocalen dat je hoofd vol
helium blaast, maar je voeten in beton giet.

Ik moet toegeven dat ik daar – eerst erg, nu nog steeds een
beetje maar zoals gezegd ‘onder voorbehoud’ – teleurgesteld door
ben. Wanneer echter de tracks ‘Aureum’ en ‘Infearnatural’ de kans
hebben gekregen om hun weerhaken diep in het zielenvlees te slaan,
worden we wat milder gestemd. We kunnen dan gerust zeggen dat
Ufomammut deze keer weliswaar geen meesterwerk (voorbehoud!) heeft
afgeleverd, maar toch minstens een erg goede psychedelische
doomplaat.

De opener ‘Empireum’ dompelt de luisteraar aanvankelijk onder in
een neuzelend sfeertje dat je eerder zou associëren met van die
wellnessklinieken voor menopauzerende vrouwen. Dat gaat
over: de intensiteit wordt gradueel opgevoerd, de prehistorische
vette riffs doen hun intrede, en tegen dat de veertiende minuut
bijna verstreken is ben je weer helemaal mee op ruimtecruise aan
boord van doomschip Ufomammut. Weliswaar gaan we deze keer niet
verder dan enkele comfortabele vluchtjes rond de zon, maar dit is
ook leuk.

De reeds vermelde nummers ‘Aureum’ en ‘Infearnatural’ puilen uit
van de grooves en de bekende ronkende baslijnen. De muur van geluid
lijkt echter met fluweel bekleed, en daardoor geraak je slechts (in
tegenstelling tot vroeger) geleidelijk aan bedolven onder dit
sonische gewicht. Na die eerste drie nummers lijken ‘Magickon’ en
vooral ‘Mindomine’ bij momenten niet veel meer dan een lang gerekte
outro vol spacey synthgeluiden, tribale roffels en
gitaardrones die de occasionele riffs overspoelen. Er had meer in
gezeten. Wat eigenlijk voor heel ‘Oro’ geldt, is ook hier waar. Na
een paar keer door dit moeras gewaad te hebben, hoor je subtiliteit
en zelfs een soort van verhaallijn die je kan volgen.

Uit de bovenstaande alinea’s kon de aandachtige lezer al
afleiden dat ik werkelijk niet goed weet wat ik met ‘Oro-Opus
Primum’ aan moet. Het is Ufomammut in goede doen, maar volgens mij
niet in topvorm. De plaat is ook nog niet af, we hebben nog een
helft te goed en de vraag is hoe die zich gaat verhouden tot het
geheel. Bovendien ervaar ik ook dat ik bij iedere beluistering wel
wat meer begrip kan opbrengen voor deze vijf tracks, zonder dat ik
evenwel stop met snakken naar een stevige lel op mijn bakkes.

Wat ik een beetje vrees is dat eigenlijk ook dit eerste deel nog
niet helemaal af is. Dat Urlo, Poia en Vita beter wat meer tijd
hadden genomen na ‘Eve’ en het uitgebreide toeren om deze plaat af
te werken. Daarom is het juist nog méér uitkijken naar ‘Oro Opus
Alter’, wat uiteindelijk wel slim bekeken is van de mannen.

http://www.ufomammut.com/

Ufomammut speelt op 15 juli op het Dour festival.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 8 =