Ufomammut :: Oro – Opus Alter

Een half jaar geleden, toen met Primum het eerste deel van ORO uitkwam, legden we al uit dat dat in feite een album was in twee delen, met aparte releasedata. Dat concept is tegenwoordig blijkbaar nogal in trek. We beschuldigen de drie Italianen nergens van, want we kennen weinig hedendaagse artiesten in het zware werk die zo bezig zijn met het materialiseren van hun eigen totaalconcept.

De Ufomammutdiscografie is zoals een klimstruik, een Bougainvillea of zo. De tuinier bepaalt de richting, het volume en de densiteit van het gewas; de kleur en de sterkte zitten echter in de genen. De groeikracht komt finaal van boven, van de zon. In onze vergelijking zien we Ufomammut slechts als de vaardige hovenier van zijn eigen kunst. Daarom luisteren we er ook zo graag naar: de luisteraar wordt overweldigd door “iets” groters dat zijn oorsprong vindt in een universele oerkracht, maar tegelijkertijd enkel communiceert met u, de luisteraar.

Op deel één van ORO en op het voorgaande Eve gebeurde die communicatie steeds meer met fluistertonen en insinuaties. Op ORO – Opus Alter wordt er minder aan de verbeelding over gelaten. De harde tonen en het luide volume van Idolum komen weer terug, hoewel dit geen volledige herhalingsoefening is. De muziek heeft zeker meer ademruimte dan toen en de synths blijven een nadrukkelijkere plaats krijgen in het geheel. De loodzware riffs, de pompende, knorrende bas en de metronomische klappen van Vita domineren echter als vanouds.

Hoewel het album net als het eerste deel vijf tracks bevat, draait alles eigenlijk rond de nummers twee en vijf, respectievelijk “Sulfurdew” en “Deityrant”. “Sulfurdew” is het langste en meest gesofistikeerde stuk op deze plaat, “Deityrant” is een van de hardst aankomende nummers die we al van Ufomammut hebben gehoord. Het straffe van deze band is dat hij de aanloop naar zo’n hoogtepunten kan vol stoppen met met subtiele variaties en korte uitbarstingen die heel beluisterbaar zijn. Uiteindelijk kunnen de muzikanten toch niet verdoezelen dat we hier slechts twee uitgewerkte nummers horen.

Opener “Oroborus” leidt de luisteraar aanvankelijk rustig dit donkere krocht in en verzorgt de link met het vorige album. Op het einde ben je dat album trouwens al vergeten, ook al heb je vijf minuten naar dezelfde riff zitten luisteren. “Luxon” is een onderhoudend stuk, maar uiteindelijk niet meer dan een intermezzo met flink wat vlees aan. “Sublime” verbindt de twee belangrijkste nummers en lijkt een onnatuurlijke samenvoeging van (nog) een rustig intermezzo en de opgerekte openingsmaten van “Deityrant”.

Is dit album nu eigenlijk goed? Ja, toch wel, maar enkel als u dat zelf wil. Wie een grote stap in de ontwikkeling van deze band had verwacht(en een heus meesterwerk), zal teleurgesteld zijn. Wie op zoek was naar een album dat je drie kwartier meetroont in een beschermende bubbel doorheen een dreigende, slechts door de kosmische achtergrondstraling verlichte onwereld, die doet met ORO – Opus Alter een gouden zaak. In “Sulfurdew” is Ufomammut op zijn best. Alles wat de bandleden in hun carrière geleerd hebben lijkt erin samen te komen: een lange, met synths beladen aanloop en een loodzware climax die, ook al is hij getelefoneerd, toch je brein detoneert. “Deityrant” laat dan weer voorzichtig een paar nieuwe ideeën horen, vooral op het gebied van ritmiek. Het nummer klinkt minder fluïde, industriëler. We hoorden er zelfs echo’s in van Ministry’s hoogdagen.

Het hele ORO-gebeuren laat ons achter, hinkend op twee gedachten. Enerzijds is Ufomammut nog niks kwijt van zijn intensiteit of focus, anderzijds lijkt de band zich wel op een plateau te bevinden wat creativiteit betreft, eentje dat licht naar beneden helt zelfs. De band wist een hele hoop nieuwe zieltjes te winnen met Eve en met de eerste helft van ORO. De rauwere tweede helft van deze cd zal er bij de meesten ook nog wel ingaan, en dat betekent een consolidatie van die fanbasis. Wat Ufomammut nu ook doet, voor ons is het altijd goed, zolang ze maar niet luisteren naar die fans en eigenzinnig verder blijven snoeien, kneden en scheren aan die weelderig tierende Bougainvillea. We oordelen dan wel album per album of we nog mee zijn of niet. Voorlopig is dat nog het geval.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =