Motorpsycho and Stale Storlokken :: The Death Defying Unicorn

Na meer dan een dozijn albums en God weet hoeveel tussendoortjes verblijdt het Noorse monstertrio z’n loyale achterban nog maar eens met een plaat met een amper nog menselijke ambitie. Een bovenaardse inspanning die met succes wordt afgerond of een tot mislukken gedoemde Icarusvlucht? Voor wie het allemaal niet zot genoeg kan, slaat de balans ongetwijfeld over naar het eerste, al is het voor ons duidelijk dat de mannen deze keer een paar stappen te ver gegaan zijn.

Nochtans: als er een band is die dit soort spul aan kan, dan is het Motorpsycho wel, een trio dat als geen ander de meest uitzinnige genres weet te verenigen tot bedwelmende cocktails die met evenveel technische virtuositeit als onderbuikgevoel gebracht worden. Dat maakte Motorpsycho zo mooi: al die prog-, jazz- en psychedelische uitspattingen hebben nooit kunnen voorkomen dat de sound bleef rollen. Dat is nu misschien wat anders, ook al namen de drie goed volk onder de arm. Zo werd toetsenist Ståle Storløkken (bekend van o.m. Elephant9, maar vooral Supersilent) tijdelijk het vierde groepslid, kregen solisten Ola Kverbnerg (viool) en Kåre Christoffer Vestrheim (“mellotron, various sonic mayhem, gongs and other canned goods of the viennese persuasion”) een deel van de koek en werd het gezelschap dan nog eens aangevuld door strijkersoctet Trondheimsolistene en het achtkoppige Trondheim Jazz Orchestra.

De eenhoorn van de titel komt er amper aan te pas, maar ook zonder blijft de rode draad — gebaseerd op de rampzalige, tot ontbering een waanzin leidende vaart van zeilschip Essex — er eentje die zot genoeg is. De ondertitel, – A fanciful and fairly far-out musical fable, – staat daar alleszins op z’n plaats. De eerste helft van de plaat slaagt er bovendien goed in om de aandacht vast te houden, ook al zal de klarinetaanzet hier en daar voor verwarring zorgen. Al snel gaan de blazers al over elkaar heen liggen met een ritmisch weefsel à la ROVA en voegen de strijkers suiker en grandeur toe. Het is de belofte van een monumentaal verloop, iets dat ook ingelost zal worden. “The Hollow Lands” doet de kenmerkende spacerock van Motorpsycho helemaal uit z’n voegen barsten, met repetitieve riffs, dramatische strijkers, double-tracked vocals die voor een weelderigheid zorgen die verwijst naar de dagen van Let Them Eat Cake/Pnanerothyme, maar gelukkig ook die niet te stoppen stuwing.

De echte progrockhorrorpiek moet dan nog komen en verschijnt in “Through The Veil”, een zestien minuten durend epos dat van blazersaccenten beland bij een logge groove, waarin vooral de blazersarrangementen de show blijven stelen. Met zwaargewichten als trompettist Mathias Eick (vooral bekend van Jaga Jazzist), rietblazer Kjetil Møster (die onlangs nog sterk uit de hoek kwam met soloplaat Blow Job) en trombonist Mats Äleklint (Angles) kan het ook moeilijk anders. De compositie krijgt een paar mooie wendingen, een gitaarsolo die enkel te omschrijven valt als ‘far-out’ en een jazzy einde. Het beste van deel één is dan gepasseerd, al krijgt de barokke pop van “Into The Gyre” wel een enorm opwindende wending die een vurig samenspelend trio laat horen tegen een achtergrond van mellotron en scheurende blazers.

De tweede cd is helaas van een veel minder sterk niveau. Er wordt ook meer geteerd op strijkersarrangementen en filmische dynamiek. Dat zorgt in z’n gedoseerde momenten voor stukken met hypnotiserende schoonheid (het begin van “Oh, Proteus – A Prayer” zou zelfs hardcore Robert Wyatt-fanaten kunnen wijsmaken dat ze hun held aan het werk horen), maar net zo makkelijk gaat zo de rek eruit, word je je bewust van het artificiële van zo’n voorstelling, krijg je te maken met een gekunsteldheid die normaal afwezig is in het Motorpsycho-universum. De opener van deel twee, die het aanvankelijk vooral van sfeer moet hebben, wordt bovendien gevolgd door niet één, maar twee instrumentale stukken, die wel dreiging, verwarring, ontzetting en verlatenheid kunnen suggereren, maar evenmin voorkomen dat de aandacht verglijdt. In het slottrio worden de mogelijkheden van werken met een kleine twintig gasten wel sterk benut: zo evolueert “Sharks” van een uitgebeend hoorspel naar orchestraal gebeuk met Ben Hur-ambities.

“Mutiny!” zorgt voor het enige echt rockende moment op cd twee, maar laat wel nog eens horen dat de ritmesectie nog steeds buiten categorie is en de ruggengraat vormt van een stuk dat zich virtuoos tussen kunst en kitsch beweegt. Afsluiter “Into The Mystic” klinkt gerecycleerd (een pintje voor wie ons eraan herinnert waar ze die riff vandaan hebben), maar doet het album wel mooi uitgeleide door de strijkers nog eens naar de voorgrond te duwen. The Death Defying Unicorn is zeker een boeiend project, omdat het een echte samenwerking laat horen tussen een onvergelijkbare rockband en een knappe resem gasten, maar het is ook een album dat eerder respect dan liefde afdwingt en de wereld van Motorpsycho nog meer dan ooit hermetisch afsluit van de boze wereld out there.

Motorpsycho en Ståle Storløkken onderbreken hun kosmische reis op 27 april voor een bezoek een De Kreun (Kortrijk). De dag erna (28/4) is het Stuk (Leuven) aan de beurt. Gordel dragen aangeraden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 14 =