Motorpsycho :: The Death Defying Unicorn

Motorpsycho reikte in
’90 voor het eerst de hand naar het publiek met het op 100
cassettes uitgebrachte ‘Maiden Voyage’, een analoog festijn van
protogrunge, alternatieve rock en oude punkmelodieën. Sinsdien
heeft het trio een uitgebreid en eigenzinnig oeuvre bijeengetimmerd
en naam gemaakt als een van Europa’s boeiendste bands. De groep
verandert vaak van koers, waardoor steevast oude fans worden
afgestoten en nieuwe aangetrokken.

“A fanciful and fairly far-out musical fable”, zo luidt
de ondertitel van ‘The Death Defying Unicorn’, een samenwerking
tussen Motorpsycho en de stadsgenoten van het Trondheim Jazz
Orchestra. De composities zijn van de hand van bassist/frontman
Bent Saether en Ståle Storløkken, een Noorse jazztoetsenist met
enige naam en faam. Een rockopera dus, fingers crossed.

Rode draad is het verhaal van de Essex, een
walvisvaardersschip dat vergaat na een aanval van een woeste
potvis. Een deel van de bemanning slaagt erin in reddingssloepen te
ontsnappen aan de verdrinkingsdood. Wat volgt zijn drie maanden van
ontberingen op zee, waarbij de op drift zijnde schipbreukelingen
moeten afrekenen met strenge rantsoenering, muiterij, honger en
dorst. Ten einde raad geven de overlevenden zich over aan
kannibalisme. De loting beslist wie eerst gaat.

Een zenuwachtig duel van strijkers en blazers kondigt het op
til staande onheil aan in het openingsnummer ‘
Out of the
Woods’
. De koperblazers hinken tegen elkaar op en trekken een
hitchcockiaanse spanningsboog op die de luisteraar weerstandsloos
meevoert naar ‘The Hollow Lands’. Daar barst de progbom voor het
eerst echt los, en dat is net wat u zich daar bij voorstelt:
Dreigende toetsen, tromroffels, aanzwellende cimbalen, verdwaalde
strijkers en een psychotische gitaar die van alle kanten wordt
aangevallen door onstuimig koperwerk. Liefhebbers van progrock
zullen zich ongetwijfeld ook met gulzige teugen laven aan ‘Through
The Veil I’ (en II), een symfonie van 16 minuten die eveneens start
met heerlijk hinkend koper – een pluim voor het Trondheim Jazz
Orchestra – en ontaardt in storm op zee, met tegentijdse grooves,
nerveuze strijkers, onheilspellende trompetten en zwaar overstuurde
gitaren. Na de eerste grote golven gaat het even op fluistertoon
verder. De storm is gaan liggen, maar de donderwolken zijn nog niet
verdwenen. De bemanning is moe, vermoeid en verveeld, en beseft dat
er weinig hoop op redding is.

De wanhoop nabij roept Saether de hulp in van de Griekse zeegod
Proteus. De grote dramatiek van de storm, de uitzichtloosheid en de
mentale onrust worden heel af en toe doorbroken door berusting,
waarbij het orkest en de strijkers ruimte krijgen. Daarin wordt
opnieuw duidelijk dat het Trondheim Jazz Orchestra, dat tekent voor
enkele van de beste momenten van de plaat, vooral begeestert zonder
gitaar, bas en drums.

Het gebed loopt uit in een jammerklacht. Sludgeriffs komen
aanscheuren tegen wanhopige violen, een weemoedige saxofoon, van
oudsher een onheilsbode, zondert zich af van de rest. De horizon
tekent zich af met een brij van glam- en progrock die op en
neergaat als een onstuimige oceaan. “Although I hate these memories
so, I’ll take them with me when I go.” De luisteraar blijft versuft
en half verzopen achter.

Het is weinig rockbands gegeven om tot een geslaagd huwelijk te
komen met strijkers en koperblazers. Samen één goed nummer maken is
vaak al op de tenen lopen, laat staan een dubbelaar met een
concept. Met ‘The Death Defying Unicorn’ bewijst Motorpsycho dat ze
het kunnen. Hoed u echter voor een impulsaankoop. De muzikanten
spelen op hoog niveau en de composities zijn vakkundig in elkaar
geknutseld, maar de overdaad aan bombast, soms ellendig lange
bijna-stiltes en de niet altijd even boeiende overgangspassages
zorgen ervoor dat enkel de diehards de volle twee uur aan hun
luisterzetel gekluisterd blijven. Voer voor liefhebbers met een
sterke maag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × een =