Real Steel

Als breed denkende filmliefhebber probeer je altijd wat te
variëren in je kijkgedrag. Want hoe verleidelijk het ook is, je kan
niet elke dag naar ‘Die Hard’, ook wel gekend als ‘de allerbeste
film aller tijden’, kijken. Een stevige brok Italiaans neorealisme
verorberen. Waarom niet? Rustig op adem komen met een steppefilm
die zich voortbeweegt op het tempo van een mijmerende kameel.
Graag. Eindelijk die stapel John Cassevetes-klassiekers inhalen die
al maanden stof liggen te verzamelen op het dvd-rek? We doen ons
best. Maar soms heb je net iets minder zin om dat cinefiel spectrum
scherp te houden. Soms wil je onderuit zakken en genieten van twee
robots die het tegen elkaar opnemen in een uitzinnige arena. Soms
heb je gewoon zin in ‘Real Steel’, een even voorspelbare als
genietbare blockbuster over een vader, zijn zoon en de
badass vechtrobot die hen dichter bij elkaar brengt. Nu
even de hersens op sluimerstand, maar morgen is het de beurt aan ‘a
Woman Under the Influence’. Beloofd!

In 2020 hebben robots de mensen vervangen in de boksring. “The
human body can only take so much, but the steel never stops” moet
je weten. Charlie Kenton (Hugh Jackman) is een gefaalde bokser die
de kost verdient met het promoten van goedkope robotgevechten. Zijn
uitzichtloze leventje krijgt een onverwachte wending wanneer hij
een paar maanden opgezadeld zit met zijn vervreemde zoon Max
(Dakota Goyo). De twee moeten aanvankelijk niet veel van elkaar
weten, tot ze een oude vechtrobot op de schroothoop vinden en hem
trainen tot een echte contender.

Neen, voor originele ideeën moet je niet bij ‘Real Steel’ zijn.
Deze kruisbestuiving tussen tranerig familiedrama en viriele
boksfilm voor de gamegeneratie legt van de eerste tot de laatste
minuut een wel zeer vertrouwd parcours af. Iedereen die ook maar
iets van ‘Rocky’, de sequels of afkooksels (eervolle vermelding
voor Sly-classic ‘Over the Top’!) heeft gezien, zal perfect kunnen
voorspellen wat er allemaal kan én zal gebeuren. “Gooi er dan nog
wat coole transformers bij om het jonge volkje koest te
houden en we zitten gegarandeerd veilig” hoor je Shawn Levy en zijn
producer Steven Spielberg nog denken. ‘Real Steel’ is niks meer dan
een Hollywoodproduct dat met veel overgave de regels opvolgt om een
feelgoodfilm af te leveren. Van de bordkartonnen personages over de
slaafse overname van de ‘from zero to hero’-blauwdruk tot
de emotionele climax, het is allemaal nadrukkelijk en in overvloed
aanwezig. Het enige verrassende aan ‘Real Steel’ is dan ook dat
het, ondanks de standaardformule, verbazend goed werkt. Go
figure
. Belachelijk voorspelbaar, maar tegen het einde zit je
dus wel met gebalde vuisten mee te juichen tijdens het ultieme
gevecht waarin vader en zoon eindelijk elkaar emotioneel
terugvinden. 1- 0 voor Shawn Levy, potnonde.

‘Real Steel’ grossiert in genreclichés en goedkope meligheid,
maar het overtroeft zonder problemen de overladen bombast van
pakweg ‘Transformers’ en consoorten. Geen eindeloos over the
top
-spektakel dat eerder verveelt dan opwindt, maar strakke
actiescènes die steeds overzichtelijk blijven. Bovendien zijn de
robots – een combo van overtuigende CGI en oldskool
animatronics –
een lust om naar te kijken. De ‘vader zoekt
toenadering tot zoon’- insteek tikt dan weer schaamteloos op de
manipulatieve knopjes, maar er hangt een aangename
chemistry tussen Hugh Jackman en Dakota Goyo om het
suikergehalte verteerbaar te maken. En zo worden de vele minpunten
op de één of andere manier opgevangen, waardoor ‘Real Steel’ zich
ontpopt tot een kleurrijk spektakel met weinig diepgang, maar met
voldoende jongensachtig enthousiasme om twee uur te
entertainen.

Het helpt ook dat Shawn Levy (‘Night at the Museum’, ‘Date
Night’) het allemaal met veel pretentieloze schwung
verkoopt. Zo is de openingsscène, een rodeogevecht tussen een stier
en een robot, plezant cartoongeweld dat onmiddellijk de toon zet:
neem het alstublieft allemaal met een knipoog. Want dat is ‘Real
Steel’ uiteindelijk, een liveaction-tekenfilm. Zo kan je met de
ogen rollen bij de zeer stereotype benadering van de Amerikaanse
underdogs tegenover de rijke Russische bitch en
de arrogante Japanner, maar eigenlijk moet je gewoon gniffelen van
plezier omdat het er zo dubbel en dik is opgelegd en je spontaan
flashbacks krijgt naar eighties-films met Van Damme en
Stallone. Vooral het moment waarop de anders zo stoïcijns koele
Japanner geschokt zijn zonnebril afneemt tijdens de climax is er
eentje om in te kaderen. En gegarandeerd dat je zal meejoelen
in your fucking face, jij arrogante kakker!”. Zeer bizar,
maar zo werkt het wel.

Veel verantwoordelijkheid rust op de nog steeds zeer brede
schouders van Hugh Jackman. Soms vergeet hij zijn Australisch
accent eens te filteren, maar voor de rest zorgt Wolverine voor het
nodige charisma om ‘Real Steel’ door de moeilijke momenten te
sleuren. Is dit een grootste acteerprestatie? Bijlange niet, maar
hij amuseert zich geweldig (Brrrrring it!) en het
werkt verdomd aanstekelijk. Dakota Goyo kruipt dan weer door het
oog van de naald als het veel te schattige jongetje dat zo
vertederend is dat het weer ergerlijk irritant wordt. Op het moment
dat hij in marcelleke zijn robot uitdaagt voor een
dansduel wil je hem bijna van het scherm meppen, tot je beseft dat
het eigenlijk perfect thuishoort in een familievriendelijke
actiefilm als ‘Real Steel’.

Je kan klagen en zagen
over het voorspelbare parcours, het overgekookte sentiment en de
berekende manier waarop ‘Real Steel’ zich naar de eindmeet knokt,
maar uiteindelijk is dat allemaal bijzaak. De actie knalt
enthousiast op de tonen van een opgefokte soundtrack, Hugh Jackman
grijnst en Shawn Levy laat het allemaal vlot en overzichtelijk
passeren. De jongens zullen genieten en de vaders zullen zich met
plezier laten meesleuren. En dat allemaal zonder er barstende
koppijn of hyperactieve koters aan over te houden. Watch and
learn
, Michael Bay.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 11 =