SuperHeavy :: SuperHeavy

In PowerPointpresentaties op de hoogste verdiepingen van de platenfirma’s staan tussen pijltjes, uitroep- en dollartekens vandaag drie termen om de begroting van het komende jaar toch nog toonbaar te maken: “reissues”, “superbands” en “popmeisjes”. SuperHeavy is een combinatie van die drie. Maar ja.

De spil van deze “superband” (een nog belachelijkere term dan de protserige groepsnaam) zijn de rondwandelende reissue Mick Jagger en de oprichter Dave Stewart die sinds het einde van de Eurythmics al dan niet geslaagde hand- en spandiensten verleent als producer en schrijver (van t.A.T.u tot Bryan Ferry). Hij was het die per se iets wilde doen met de klanken waar hij mee opstaat en gaat slapen in z’n Jamaicaanse thuis. De link met ander bandlid Damian Marley (jongste zoon van) werd zo snel gelegd, net als die met de als bij wonder nog steeds knapper wordende Joss Stone, waar beiden eerder mee samenwerkten. De drang van Jagger en Stewart om reggae te vermengen met oosterse invloeden, leidde tot een telefoontje naar A. R. Rahman, een getalenteerd Indisch filmcomponist.

Op papier is het een interessant gegeven, al is de walm van de typische gelegenheidsband voor een benefiet te ruiken. Zelfgenoegzaamheid verpakt in schreeuwerig engagement (“Zet ons op een podium en we brengen geld op”), terwijl halfbakken en pseudo-geïmproviseerde, rommelige samenwerkingen op den duur de “Zaak” verdringen waar zo’n benefiet voor staat: kijk ons, armen rond de schouders elkaar songs in elkaars oren schreeuwend, getalenteerd wezen. Dat sfeertje.

Weinig tot geen spoor daarvan tijdens de eerste luisterbeurt. Dan is SuperHeavy goed gemaakte, aanstekelijke fun, waarbij iets dat aanvoelt als verbazing het haalt van scepsis. Lang duurt die pret niet: al gauw wordt duidelijk dat het ontbreekt aan echt sterke songs en dat de spoeling wel heel dun is. Dat brengt de onheilstijding dat er tijdens de opnames vooral gejamd is met “songs” van een uur tot gevolg in herinnering. Bovendien blijft het allemaal nogal op de vlakte: de ritmesectie die Damian Marley heeft meegebracht legt een bijwijlen uitstekende fond, maar daar wordt in veel songs te weinig mee gedaan. Halfweg mondt SuperHeavy uit in een veredelde solotrip van Jagger — “One Day One Night” en vooral “Never Gonna Change” waarin “bevrijd van het Stones-juk” een eufemisme blijkt te zijn voor geforceerd “kijk Keith, zonder handen”-gewauwel.

“SuperHeavy” is na een paar luisterbeurten dat feestje dat te lang duurt, die overenthousiaste tafelgenoot die op den duur uw-avond-verklotend irritant wordt. Blijven wel overeind: openings- en titelsong “SuperHeavy” waarin de bonte mayonaise echt pakt. En waarin de sterkste troef van dit collectief, Rahman, uitstekend wordt uitgespeeld. Dat gebeurt ook in de prachtige oosterse arrangementen van “Unbelievable”, niet toevallig ook een van de blijvertjes. Joss Stone voelt zich dan weer iets te hard in haar sas tussen de jongens, beter dan op haar eigen platen alvast. Wat minder vocale geldingsdrang mag, temeer daar het iets wat chemie met Jagger zou moeten zijn, niet ten goede komt.

Waren de reggaetandem achter Marley en de arrangementen van Rahman beter aan elkaar uitgehuwelijkt, dan had SuperHeavy als superband het vuurwerk gegeven dat steevast in aankondigingen rond zulke bands wordt beloofd. Nu zal ook u tijdens “Energy” driftig naar het cd-boekje grissen om te zien of Will.i.am er met z’n poten aan heeft gezeten. Net als tijdens “World Keeps Turning”, een met wereldmuziekdressing overgoten “Where Is The Love?” waar een benefiet voor uitgevonden zou worden, mocht zulks nog niet bestaan. Dat Marley als vrolijke frats “Sweet Dreams” van Eurythmics parafraseert in “I Don’t Mind” is leuk voor de groepssfeer, maar zelfbevlekking waar niemand een boodschap aan heeft voor u en ons.

Fijne singletjes als “Miracle Worker” en zelfs “Satyameva Jayathe” mogen wel in het rond huppelen op de radio tijdens deze indian summer, maar wanneer u rond Kerstmis deze plaat voor een vijftal euro op play.com vindt, kan u beter nog wat verder klikken als u iemand echt een plezier wilt doen. SuperHeavy is voor driekwart een bewijs dat sommige ideeën en jams beter in de kast of de studio blijven als ze niet deftig uitgewerkt worden door artiesten die elk hunner (keel)klanken als een must hear beschouwen. Toch benieuwd of pakweg Bob Geldof hen al eens gepolst heeft ondertussen.

Philippe Nuyts

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 6 =