The Rolling Stones :: 29 juni 2014, TW Classic

Je wil ze vast niet te eten geven, de lui die in de loop der jaren het einde van de Stones afgekondigd hebben. Ze doen dat al sinds begin jaren zestig en velen onder hen zijn alleen nog te bezoeken tijdens de openingsuren van hun begraafplaats. Ondertussen doen in Werchter enkele (over)grootvaders doodleuk alsof er niks aan de hand is.

Hoewel. Sinds anderhalf jaar, wanneer de jubileumconcerten startten die het 50-jarig bestaan van de band in de kijker zetten, is er sprake van een zekere schaalverkleining in het universum van de Rolling Stones. Ja, de band staat nog in voetbalstadia, maar weg is de over the top productie. Meer zelfs, enkele weken geleden maakte dit gezelschap gewoon deel uit van de line-up van Pinkpop.
Ook TW Classic, dat in 2003 al eerder een Stonesjasje kreeg, is ditmaal enigszins een gewoon festival: geen intergalactische setting ditmaal, het gewone Werchterpodium volstaat voor de heren. Al wil dat niet zeggen dat the greatest rock-‘n-roll band zich tot gewoon rockgroepje laat degraderen. Net zoals Bruce Springsteen vorig jaar de rest van de acts overschaduwde, zo kennen ook de andere bands op de line-up vandaag hun plaats. Het feit dat hun naam op dezelfde affiche mag staan als de Rolling Stones is vast meer eer dan het spelen zelf, want geef toe: wie zit op de belegen eighties pop van Simple Minds te wachten?

Al moet het gezegd dat Seasick Steve flink zijn best doet. De man, waarvan aangenomen wordt dat hij ergens in 1941 geboren werd, waarmee hij, mogelijk op Charlie Watts na, zowaar de oudste is die vandaag op het podium staat, weet als geen ander hoe je een namiddag op het platteland louter met behulp van een zelf in elkaar geknutselde gitaar en een drankje tot een vrolijke boel kan omtoveren. Arno van zijn kant moet flink zijn best doen om enig enthousiasme van de weide los te weken. Pas wanneer onze eigenste veteraan de oude hits in hoog tempo afvuurt, gaan de handjes vlot op elkaar, iets dat Triggerfinger gemakkelijker voor elkaar krijgt, ondanks de afwezigheid van echt beklijvende momenten.

Het maakt ook allemaal niet echt uit. Al de inspanningen die overdag geleverd worden, vervliegen in het niet wanneer Keith Richards met zijn eeuwige grijns het podium opwandelt en de openingsrif van “Jumping Jack Flash” over de wei laat golven en de Rolling Stones hun meest nuchtere concert ooit in Werchter aftrappen. Weinig tot geen valse noten ditmaal, zelfs niet wanneer Richards “You Got The Silver” vocaal voor zijn rekening neemt.

Weinig verrassingen ook; de Stones brengen een set die in het verlengde ligt van wat vorig jaar in Hyde Park gedaan werd, maar erg is dat niet. Met een dwarsdoorsnede van hun carrière tonen de heren dat ze tijdens die halve eeuw genoeg waardevolle songs bij elkaar geschreven hebben om hele festivalaffiches het nakijken te geven. Zo blijkt een scherp gebracht “Out Of Control”, uit Bridges to Babylon, een intense, funky song, waarin Darryl Jones, die ook in “Miss You” een hoofdrol speelt, kan bewijzen dat hij net zo goed als die bleekscheten een Rolling Stone is. Dat geldt eveneens voor Lissa Fisher, die vanavond in bloedvorm verkeert en “Gimme Shelter”, sowieso al een dijk van een song, tot een langgerekt kippenvelmoment maakt. Dezelfde intensiteit kan geproefd worden wanneer vroeg in de set “Wild Horses” de avond naar een eerste hoogtepunt tilt.

Hoewel het soms lijkt dat de Stones gewoon hun nummertje komen afwerken (Jaggers poging tot Nederlandse bindteksten blijft een lachwekkend staaltje rock-‘n-roll-cliché), laat de band zelfs wanneer het script strikt gevolgd wordt soms de teugels vieren. Mick Tayler vervoegt zijn oude makkers op gitaar tijdens “Midnight Rambler”, iets dat diep in de song (na een minuut of 10!) tot een bezwerend samenspel met Richards en Ron Wood leidt. Het voorziene keuzenummer van het publiek wordt bovendien geschrapt ten voordele van een van jeugdige branie barstend “It’s All Over Now”, het nummer van de pas overleden Bobby Womack, waarmee de Stones ooit een van hun eerste hitjes scoorde.

Too weird to live, too rare to die, het zijn woorden die Hunter S. Thompson ooit gebruikte om zijn advocaat te omschrijven, maar ze gaan net zo goed op voor het stel dat hier op het podium stond. Elke keer de Stones-karavaan zich sinds de late jaren zestig op gang getrokken heeft, wordt het de laatste doortocht genoemd. Nu Richards, die niet verondersteld werd ooit 30 te worden, op zijn 70ste fysiek en muzikaal walgelijk vitaal uit de hoek komt, kan niet alleen betwijfeld worden of de Stones überhaupt ooit zullen stoppen, maar kunnen stilaan bedenkingen gemaakt worden bij het concept sterfelijkheid op zich.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =