Brett Anderson :: Black Rainbows

“Ik was klaar om na zes jaar eindelijk weer te rocken”, toeterde Brett Anderson afgelopen mei over het toen op stapel staande Black Rainbows. Zeker met de vurige Suede-reünie van afgelopen jaar in gedachten, blijkt dat nogal geflatteerd, maar een hardere plaat dan zijn voorgangers werd het wel.

Gek eigenlijk, hoe Anderson, hedendaagse glamrockdiva bij uitstek, na de uitbundige, theatrale jaren bij Suede in zijn solowerk almaar meer de intimiteit opzoekt. En toch is dat wat gebeurde. Klonk debuut Brett Anderson uit 2007 nog als een lightversie van die band, dan waren pianoplaat Wilderness en het verfijnd gearrangeerde Slow Attack (denk de Talk Talk van Colour Of Spring) helemaal ingetogen. Alsof Anderson weg van alle glitter een eigen taal zocht, en ook vond. En toen dat in orde was, mocht er opnieuw even Suede zijn. Een jaartje lang maar, want nauwelijks is de festivalzomer uitgewuifd of het is back to solobusiness.

Ook Black Rainbows sluit aanvankelijk opnieuw aan bij die weemoedige vibe. Opener “Unsung” voelt zoals alleen een net dat tikje te warm gestookte kamer in putje winter kan voelen: buiten ligt de sneeuw centimeters dik, de lucht binnen voelt dik en knus, en Anderson croont “Soar like a love song, yes life is your love song”. ‘t Is goed klinkende nonsens, maar het volstaat om ons vriendelijk deze vierde worp binnen te gidsen.

Waarna Anderson ons aanvankelijk wat verloren achterlaat. “Crash About To Happen” wil met veel aplomb singlekandidaat zijn, maar valt desastreus te licht uit; te fluttig, te tweedehandse melodie, te eighties die harmonie in het refrein. En ook “I Count The Times” heeft weinig om het lijf, is te vroeg in de plaat al absoluut vulsel, nog voor die bewezen heeft dat te kunnen verdragen. Het vraagt dus inspanning om Black Rainbows de kans te geven die het verdient. Maar dan krijgen we toch wat ons beloofd is: rock.

In zekere zin is Black Rainbows immers de antithese van Slow Attack. Waar dat album dreef op intelligente en smaakvolle arrangementen, ontstond deze uit de noodzaak nog eens met een band aan de slag te gaan. Onvoorbereid trok Anderson de studio in met producer/gitarist/bassist/rechterhand Leo Abrahams, gitarist Leopold Ross en improvisatie-jazzdrummer Seb Rochford (Polar Bear, Acoustic Ladyland) en samen schreven ze de songs ter plekke.

Het geeft de songs een erg spontaan karakter. Neem nu “The Exiles”, waarin Rochford behoorlijk aanwezig is: het klettert, het stampt, maar zonder ook maar één moment de glamrockstomp te hebben die het bij Suede zeker had gekregen. Hell, er is zelfs geen virtuoze gitaarlijn te bespeuren; alles is puur functioneel. En dat werkt hier behoorlijk sterk. Niet anders is dat bij de op een krautrockachtig ritme drijvende single “Brittle Heart”, het enige nummer dat zich echt openstelt voor de wereld. Hier horen we nog eens de open armen van de ware frontman, zonder echter in theater te vervallen. Dat soort dingen hoort niet thuis op Black Rainbows.

En ja, dat van dat rocken is wel gelukt, al komt het diep in de tweede helft pas echt goed tot uiting met het trio “Actors”, “In The House Of Numbers” (very U2) en “Thin Men Dancing”. Dan pas vindt Black Rainbows zijn kracht en gaat de mayonaise pakken: meer down to earth dan de rock bij Suede ooit is geweest, maar rauw, ruw, no-nonsense.

Een conclusie is dan ook snel getrokken: ook met de versterkers een pak verder opengedraaid, komt Andersons solotrip neer op een zoektocht naar eenvoud. Benieuwd of dat invloed zal hebben op die nieuwe plaat die Suede zou proberen te schrijven.

Brett Anderson speelt op 5 oktober in STUK in Leuven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =