EMA :: Past Life Martyred Saints

Meisje ziet haar groepje en relatie imploderen, weet het even allemaal niet meer en zoekt op haar solodebuut de weg in het Inland Empire in haar hoofd. De luisteraar wordt voyeur op een indringende, haast therapeutische plaat vol labiele weemoed.

Met dit materiaal had Erica M. Anderson haar debuut kunnen laten uitmonden in een verbale en mentale snuff movie waar niemand een boodschap aan heeft, maar dat doet ze niet, en dat is een van de sterktes van deze fantastisch rauwe plaat: aanstellerig wordt het nooit. Dat is te danken aan een verrassende dosering, die al van de eerste luisterbeurt een zeldzame ervaring maakt. Net die juiste melodie of instrumentale wending katapulteert u van ongemak naar verbazing en terug. En doet u angstaanjagend veel naar deze plaat teruggrijpen.

Anderson lijkt haar pen — of mes waarmee ze de teksten op papier kerfde — in haar bloed en de zwarte gal van pakweg Trent Reznor gedipt te hebben. Zoals in de weliswaar fantastische rant “California” (“Fuck California, you made me boring/I’ve bled all my blood out/But these red pants don’t show that”) of in het welgemikte citaat uit Bo Diddley’s “Who Do You Love” (“I’m just 22/I don’t mind dying”). Het manische “Butterfly Knife” neigt dan weer naar zelfverminking (“20 kisses with a butterfly knife”), “Marked” (“My arms they are a see-through plastic/They are a bloodless skinless mess”) naar verminking tout court. Muziektherapie wordt op een plaat als deze een wel heel rekbaar begrip: “Ik wil gewoon geen fles whisky meer leegzuipen en op het podium huilend in elkaar zakken” geeft Anderson als een van de bestaansredenen van haar debuut. Tja.

Wanneer Anderson in “Marked” “I wish that everytime he touched me he left a mark” ad nauseam met schorgeschreeuwde stem lijkt te ijlen in een emotionele schuilkelder waar het vocht van de muren druipt, komt een warm orgeltje net op tijd het ongemak wegblazen. Het is het begin van enkele minuten ontdooiing, wanneer de bloedmooie gospel “Breakfast” van iets gebrokens iets prachtig breekbaars maakt — “You’re just like a breeze to me” krijgt u na enkele luisterbeurten niet meer uit uw hoofd, als u dat al wilt. Volgt de puurste schoonheid uit de dofste ellende? Deze plaat maakt die vraag in ieder geval al wat retorischer.

Op dat gebied zet de zelfs ietwat epische opener “The Grey Ship” de toon: een drieluik dat u ingetogen de plaat in fluistert, maar eens u binnen bent de deur achter u onomkeerbaar dichtsmijt en middels een van Warren Ellis geleende viool opbouwt naar een opgeruide tempeest die lelijk huishoudt in Andersons — en uw — hoofd. Toch blijft de chaos gestructureerd, wat bij haar vorige noisegroepje Gowns allerminst het geval was. Met voorsprong mee van de meest indrukwekkende openingsminuten van een plaat uit 2011, dat voorzeker wel.

Elk debuut is een cv waarop referenties steeds minder kunnen ontbreken, maar daar leent PLMS zich niet meteen toe. Anderson kan misschien nog het best omschreven worden als iemand die verzwelgt in een Bermudadriehoek tussen Patti Smith (slotnummer “Red Star”), Sonic Youth en Cat Power, iemand die de fles van de vroege Courtney Love wijselijk in de kast laat staan en het brutaalste van PJ Harvey’s begindagen heeft onthouden. Door “Anteroom” waart dan weer de geest van Kristin Hersh. Maar het zijn allemaal slechts vage echo’s: Anderson slaagt erin een eigen draai te geven aan haar feminiene muzikale invloeden uit de late jaren tachtig en vroege jaren negentig. Onthechting is niet voor niets een van de meest geschikte kernwoorden voor deze plaat.

“If you won’t love me, someone will” zingt Anderson schijnbaar zelfverzekerd aan het einde van de plaat. Dat staat zonder meer vast. Past Life Martyred Saints is van een doodsbenauwende eerlijkheid en koortsige schoonheid. En laat een litteken achter telkens wanneer u de plaat beluistert, als a kiss from a butterfly knife.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 14 =