DOUR 2011 :: Een pandamuts is maar een kleine moeite

Geen enkele storm kreeg Team Goddeau uitgeput, en het waren er deze Dour nochtans véél. Wij ploeterden door de modder op zoek naar die ene verrassing waarover iedereen maandenlang zou praten, maar vonden die niet. Ondanks de koude temperaturen sijpelde het zweet in onze kleren en verzuurde kuiten dwongen ons bijna te plooien. We bleven echter doorzetten en als dopingcontroleurs onderwierpen (mvs), (jla), (jvb) en (elv) willekeurige bands aan de grote goddeau-test. De afrekening:

Dag Eén: Allemaal Belgen

Het duurt even vooraleer de schrijfmode is ingeschakeld. De line-up is nog niet goed ingeprent, of we krijgen de eerste bands al op ons bord geserveerd. Dag Eén wordt gedomineerd door de Belgen — wij praten niet over Vlamingen of Walen — en drie grote hoofdstukken in het boek der nostalgie worden aangekaart. Het wordt een slepende dag die nooit echt op gang komt.

Deftig op Dour:
Wie meer Dour wil, klikt voor de langere verslagen van de tien beste concerten hieronder.

Eén afwezige op Dour, dit jaar? Mike Patton. Gelukkig is er Romano Nervoso om de geest van de man — andere jaren vaste gast — door het festival te laten waaien. Het viertal uit La Louvière — waar het oké is om blauwe oogschaduw en een witte broek te dragen — dweept met zijn Italiaanse bloed, al zet de band het gelukkig niet op een croonen. De festivalopener ziet meer brood in de rechttoe-rechtaanaanpak van brute rock-‘n-roll. Dour opent met een knal, zoveel is duidelijk. Dat de nummers gaan over wereldlijke zaken als Jezus, spaghetti eten en te veel porno kijken, maakt dit zo’n beetje de juiste band op de juiste plaats: alles behalve fantastisch, maar geweldig genoeg om als overgang te dienen tussen de echte wereld en het festivalleven.

En yup, het is al een eerste keer van dattum: hemelvocht. “It’s raining, but it’s alright”: Great Mountain Fire — u kan hen ooit aan het werk hebben gezien als Nestor!, maar dat is dus verleden tijd — heeft meteen de prijs voor meest gepaste songtekst van het festival te pakken, want het maakt niet uit. Terwijl buiten de eerste echte regenbui van de dag (dat beetje druilen vooraf imponeerde ons niet echt) neerplenst, bouwt de Brusselse groep in de Dance Hall een eerste bescheiden feestje, ergens tussen de hoekige indierock van Franz Ferdinand en de discofixatie van Hockey in. Ze spelen de creativiteit van Ratatat uit, stelen de harmonieën van Empire Of The Sun en werken zorgvuldig af met aardige refreinen. Onze eigen Metronomy, maar dan mét extra ballen.

Als de weergoden genadeloos op het festivalterrein inbeuken, dan zit er voor de aantredende bands maar één ding op: even hard terugslaan. Drums Are For Parades komt met andere woorden geen seconde te vroeg. Het Gentse trio staat dit weekend tweemaal op de affiche. Vandaag heeft de band enkele blazers meegebracht. Niet onmiddellijk een logische keuze gezien het hoge riff power gehalte, maar wonderwel wérkt de combinatie. De walgelijke hoeveelheid decibels die de gitaristen uit hun versterkers blazen, wordt een sinistere dimensie aangemeten door de ongure noten die de in monnikspijen gehulde extra muzikanten aanleveren. Resultaat? Het is gestopt met regenen.

Net wanneer we denken dat het lijstje Belgische bands intussen is uitgeput is een van de sluipendste successen in de vaderlandse rock van de laatste jaren aan zet. Marble Sounds‘ debuut Nice Is Good verscheen al in maart 2010, maar pas afgelopen herfst begon de groep gaandeweg wat meer aandacht te krijgen met het aardige “Sky High”. Er staat dan ook wel wat volk te wachten in La Petite Maison dans la Prairie, wanneer de band aantreedt voor een set die het rustige van de plaat regelmatig laat ontsporen in stevige gitaaruitbarstingen.

Van een teveel aan uitstraling kunnen we de leden van Marble Sounds (foto) nog steeds niet beschuldigen, maar wat een aardig concert serveren ze: laagje wordt boven laagje geweven in “Smoking Was A Day Job”, echo’s van Sigur Rós gemixt met Notwist in “The Time To Sleep”, … en ja hoor, daar is — voor het eerst live meezingend — de Japanse Miwako Shimizu voor dat “Sky High”. Het is een charmant hoogtepuntje van een fijn concert. Marble Sounds zorgde alvast voor het voorlopig mooiste moment van Dour.

Een volle tent daarna voor dé vrouw die momenteel qua media-aandacht een trede hoger dan de rest van België staat. Ja, Lara Chedraoui van Intergalactic Lovers is schattig, en de manier waarop ze verlegen “bonjour, comment vas-tu?” giechelt, maakt haar nog liever dan ijsbeer Knut. Het gezelschap opent sterkt met huidige single “Shewolf”. Het “I’ve killed before and I’d do it again” klinkt dreigend, maar dan is het vet meteen van de soep. Daarna wordt immers overgeschakeld op lamlendig stapvoets verkeer dat nauwelijks weet te beroeren. Songs sjokken voorbij, minuten passeren. Impact wordt niet gemaakt.

Eerlijk? Er is nog véél werk aan de winkel. Waar de band op plaat aardig weet te boeien, zorgt enkel Chedraoui’s gehijg — zingen kan je het moeilijk noemen — voor een klein lichtpunt. De oehoes van “Delay” uitschreeuwen? Uitbundig dansen op popnummers die aanleunen bij de meligheid van James Morrison? Wij passen liever; met een ziljoen bands op de affiche, moet er elders iets beters te zien zijn.

Al kan dat soms zoeken zijn. Zelfs afgaan op het verleden biedt niet altijd garanties. Drie jaar geleden zagen wij Alpha 2.1 aan het werk op de Rock Rally. “Urban Dance Squad”, riepen wij toen tevreden uit. Er is veel veranderd. De Alpha 2.1 (en ja, het gaat nog altijd om dezelfde groep) die we vandaag te zien krijgen is getransformeerd tot hoofdzakelijk elektronisch vehikel dat na een wat lang aanslepende aanloop voornamelijk jaren tachtig hitmuziek produceert. We herhalen: jaren.tachtig.hit.muziek. Sorry jongens, dit is niet waarom jullie op onze planning stonden. Dan maar anders. En beter.

Nostalgie dan maar, en niet voor het laatst. Channel Zero komt een brug slaan tussen verleden en toekomst en heeft daarvoor een even eenvoudige als efficiënte tactiek bedacht: hard gaan. Klinkt het gezelschap aanvankelijk, tijdens “Suck My Energy” en “Run WTT”, nog wat mak, dan wordt het publiek niet veel later letterlijk een baksteen door de strot geramd. De nummers van het nieuwe Feed ‘Em With A Brick komen live immers geen klein beetje tot hun recht: waar single “Hot Summer” tijdens zijn passages op de radio nog niet wist te overtuigen, deelt de song live wél kletsen uit. Tijdens “In The City” lijken Franky DSVD en de zijnen zelfs harder te gaan dan ooit. Channel Zero staat er, zoveel is na een uur duidelijk: zelfs zonder de finale — “Help” en een opgepompt “Black Fuel” — was dit pakken beter dan we hadden durven voorspellen. Aanschaffen die plaat!

Terwijl Channel Zero het grote geschut bovenhaalt, is een van dé internethypes van het moment aan zet in La Petite Maison dans la Prairie. Als we de hipsters moeten geloven, is Gold Panda live het van het. Live? Een dj die bij momenten samplet noemen wij geen livemuzikant. We krijgen loops in combinatie met samples en that’s it. Bovendien is het teleurstellend dat Gold Panda vandaag niet als panda gekleed is — een pandamuts is slechts een kleine moeite, toch? Er valt met andere woorden niets te zien, behalve een schim achter de draaitafels. Los daarvan serveert de Brit een frisse mix die halt houdt tussen dance, ambient, electro en Oosterse samples. “You” en “Quitters Raga” zijn de adrenalinebommen die Dour een eerste maal in extase brengen. Achteraf beseffen we dan toch dat de potpourri van Gold Panda ons iets heeft geleerd: hoe een samenwerking tussen Gang Gang Dance en James Blake zou klinken.

Dan maar terug nostalgie met Kyuss Lives!. Het mag eigenlijk een klein wonder heten dat de Kyuss-doorstart hier vandaag verschijnt. Niet alleen kreeg bassist Nick Oliveri eergisteren een SWAT-team op bezoek, met wat de bandleden gedurende al die jaren naar binnen gewerkt hebben, zou Amy Winehouse een leven lang zoet zijn. En waarschijnlijk nog snel ten onder gaan. Maar dat terzijde, want deze nieuwe Kyuss laat een tornado neerdalen over Dour.

Net op het ogenblik dat het KMI laat weten dat het de koudste veertiende juli ooit is, ontbrandt in The Last Arena een vuur dat niet te blussen is. Van de zowaar funky opener “Gardenia” over “Thumb” en “One Inch Man”, waarin Bruno Fevery zijn gitaarkunsten ten volle kan ontplooien, tot een moordzuchtig hakkend “Supa Scoopa And The Mighty Scoop”: Kyuss Lives! laat geen spaander heel van de stelling dat reünies nooit zo goed kunnen zijn als wat eens was. Dit is hard, maar dit is ook dansbaar, melancholisch zowaar (“El Rodeo”), maar bovenal bijna krankzinnig intens. Leek het idee dat Kyuss Lives! na deze tournee de studio zou induiken eerst behoorlijk beangstigend, dan heeft de woestijnband vandaag bewezen zo op scherp te staan dat iets geweldigs niet uit te sluiten valt.

Een portie warmte; dat is wat we op deze kille herfstdag nodig hebben. We krijgen het dan toch van The Bony King Of Nowhere (foto) dat een set als een gezellig brandend haardvuur serveert. Bijna achteloos wandelt Bram Vanparys op, om solo in te zetten. Een song later mag daar al gitarist Gert-Jan Van Hellemont bij, en nog even later hebben we dan toch: een band. Wat voor één overigens: speelt geen noot te veel, en wat er wordt gespeeld, is precies op zijn plek. Perfect gearrangeerd is het, en een “Maria” of “The Sunset” doen langzamerhand het kippenvel rijzen. En dan tóch weer de koude in worden gestuurd.

Niet iedereen is immers zo teder en lief als The Bony King Of Nowhere of Marble Sounds, er lopen namelijk heel wat zwijnen rond. Eén dag ver en we kunnen de prijs voor de meest hyperactieve ADHD-ers van het festival al uitdelen. Alsof ze net een verse dosis hormonen hebben ingespoten, stuiteren die van Foals als een losgeslagen bende over de bühne. Met verdomd veel arrogantie schieten de groepsleden de ene snedige bliksemschicht na de andere af. Een razendsnelle opeenvolging van nerveuze gitaarriffs, een baslijn waarvan we stuiptrekkingen krijgen en stevige drumpartijen die het boeltje ondersteunen. Van een energiebom als “Balloons” maken de Britten moeiteloos de sprong naar het rustigere werk. “Blue Blood” blijkt, doordrenkt in ijle klanken, de perfecte opener, en ook “Spanish Sahara”, een lang uitgesponnen ballad, barst op het juiste moment open. Dit is math rock zoals het hoort te zijn. Foals, de overwinnaars van dag één.

We trekken de dansschoenen uit en halen onze blinkende sneakers en gouden tanden uit de kast voor het derde deel nostalgie. Cypress Hill heeft een serie hits from da bong onder de arm en zorgt daarmee voor de nodige ambiance op het terrein. Meer zelfs: er is zowaar geen doorkomen aan. Nochtans: behalve dat ze mooi synchroon over het podium huppelen, maken de homies bitter weinig indruk. Goed, “Insane In The Brain” en “I Wanna Get High” zijn even leuk meezingen, zeker wanneer zich boven het publiek een marihuanawolk gevormd heeft, maar als de meneer op het podium “Cypress” roept, “Hill” moeten terugroepen, is misschien wat te veel van het goede. Teleurgesteld wisselen we onze gouden tanden in voor enkele ballonnen, maar ook dat blijkt al snel een verkeerde zet.

“I don’t see you as my enemies. You are my friends”, schreeuwt Emmanuel Lundgren, frontman van I’m From Barcelona (foto) vol overtuiging. De groep stond eigenlijk enkele uren eerder op een kleiner podium geprogrammeerd, maar werd door een laattijdige aankomst — de Ryanairvlucht van 11u15 gemist? — ter elfder ure verzet naar een afsluitende stek op het hoofdpodium. Toch wil het in die ideale omstandigheden niet echt werken voor de Zweden. “Ze zijn mààr met zestien vandaag”, werd eerder aangekondigd. “Waarvan zes nutteloze backingvocals”, moest daar nog bij, maar dat werd verzwegen. Nog teleurstellend: géén uitbundig feest zoals we van hen gewoon zijn en een maar beperkte wolk rode en zwarte ballonnen. Het kan het gevolg zijn van de vertraging die de band heeft opgelopen, maar meer dan enkele makke uitvoeringen van “Charlie Parker” en “Get In Line” hebben de Zweden vandaag niet te bieden. De kracht van de euforische trompet blijft achter, de saxofoon wurmt zich slechts met moeite door de versterkers, en ook de frisse gitaarlijnen kunnen zich geen weg banen door de chaos. We missen springerige zomerdeuntjes die in de buurt komen van hitsingle “We’re From Barcelona”, dat toch even de vonk doet overslaan. Een beetje een slinks verworven headlinerspot niet waarmaken, een valse afsluiter van de dag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 19 =