De grens over!

Het buitenland! Elke beginnende groep wordt het lichtjes wazig voor de ogen bij de vermelding van dat mythische onontgonnen gebied ten noorden van de Moerdijk en ten zuiden van de Ardennen. Toch is het buitenland vooral een slagveld van kapotte dromen en verloren onschuld. "Het lukt alleen maar als je er op het juiste moment bent", zegt Jan Delvaux.

Het heeft iets charmants, de steeds weerkerende verslagen over "Belgen in het Buitenland". Een optreden voor een aardig vol achterafzaaltje in Londen of New York met een appreciërende quote van een lokale boeker toe, en blij zijn we: deze jongens gaan het maken. Steeds weer droomden groepen van die volgende stap, en sinds we met de doorbraak van dEUS in 1994 voor het eerst in jaren nog eens een echte topgroep hadden, dubbel zo. Plots was die grens niet langer een ondoordringbare muur, maar hoogstens een te nemen horde; een klusje dat we wel eens zouden klaren. Niet dus. Ondanks die voorbarige hoeraverhalen van een exclusief meegereisde journalist, zou het tot diep in de jaren 2000 duren voor we echt groepen van internationale betekenis zouden hebben.

"Dat buitenland is ook een rare fetish", zegt Delvaux. "Alsof je daar maar gewoon heen moet trekken en het voor het grijpen ligt. Maar net zoals wij chauvinistisch zijn, zijn de Nederlanders, Duitsers en Fransen dat ook over hun muziek. En als Belg krijg je daar niet meteen een voet tussen de deur. Bekijk het overigens eens omgekeerd: in een programma als De Wereld Draait Door op de Nederlandse tv gaat er geen week voorbij of er staat een Belgische band. Noem eens een Belgisch televisieprogramma dat zo veel Nederlandse groepen een kans geeft? Niets komt er door. Ja, Anouk, dat nog wel omdat we zelf geen rockchick hebben. Borsato, omdat zoiets altijd doorsijpelt. Spinvis wel, maar dat vinden we tof. En dan heb je nog Nederlandstalige hiphop, omdat we dat hier niet echt meer hebben. That’s it. Vier namen op een land waar gigantisch veel muziek wordt gemaakt. Draai dat dan om, en zie wat Guido Belcanto overkomt in Nederland. Hij is daar getekend bij TopNotch, een hiphoplabel, en heeft vorig jaar Eurosonic mogen openen."

"Die openheid die wij pretenderen te hebben, is er dus niet meer. Wij zijn zo goed als enkel Angelsaksisch gericht. Vraag aan de gemiddelde Belg om een Duitse of Franse act van de laatste vijf jaar te noemen en je krijgt stilte. Ok, als we willen dansen, dan kennen we de Fransen nog wel, maar voor de rest zijn we niet echt ontvankelijk. Dus, denk ik, dat het buitenland gevoelsmatig verder en verder is komen te liggen. Voor een bepaalde generatie is dat ook te laat. Daan, Novastar, Ozark Henry, … Ze hebben het allemaal wel een beetje geprobeerd, maar ze konden er bij ons nog niet eens van leven, dus ze zijn er nooit voor kunnen gaan. Dat is een verloren generatie, want ze waren veertig voor ze er hier van konden leven. Ze hebben het geprobeerd, maar het is hen niet gelukt."

"Die nieuwe generatie probeert het wél opnieuw, maar ook dan is het een kwestie van het juiste nummer op het juiste moment. Er moet een nood zijn aan jou in dat buitenland. Dat is gelukt met 2 Many DJ’s, en eigenlijk ook wel met Selah Sue in Frankrijk, omdat ze daar zo geen meisje hadden dat de brug tussen soul en urban legt. En dan heb je het verhaal van Milow die op eigen kracht de grootste Europese singersongwriter is geworden. Dus als het wat meezit, zie je ze er ook voor gaan. Dan krijg je het fenomeen, zoals bij Milow en Selah Sue, dat mensen zich afvragen of die nog wel bestaan. Ja. Ga kijken op hun website: vanavond staan die in pakweg de Poolse AB voor 2 000 man. Ik voel dus iets bewegen, ook met Stromae; er is een andere manier van denken aan het komen. Die nieuwe generatie is nog jong, en ze vinden het ook niet vreemd om er wat inspanning voor te doen."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − dertien =