Thor




Het zag er niet al te best uit voor ‘Thor’, de nagelnieuwe
Marvel-verfilming over de schavuitenstreken van de Noorse
dondergod: production hell vertraagde de hele boel, het
scenario bleef te wensen overlaten en de meer cynisch aangelegde
mensen onder u waren zich al luidop aan het afvragen wie the
fuck
stripheld Thor was – en of we ons nu ook aan franchise
starters mochten verwachten van zulke kleppers als Aqualad, The Red
Bee of Dogwelder. Die laatste last (ja ja, last) overigens
zwerfhonden aan de gezichten van superschurken, dus daar zit zeker
potentieel in (waar is Robert Rodriguez als je ‘m nodig hebt?) maar
dit terzijde. We hadden het over ‘Thor’, mindere god van de
Marvel-franchise. Maar wel één die de overstap naar film als bij
wonder overleefd heeft. Great Odin’s Raven!

In Asgard – een mythisch rijk ergens ver in outer space
waar Vikinggoden de plak zwaaien en die het midden houdt tussen de
master bedroom van Prince en een fotoset van David
LaChapelle – regeert Odin Allfather (Anthony Hopkins staat tijdens
het debiteren van zijn monologen zijn loonbriefjes te tellen) met
vredige hand. Van zijn zonen, de arrogante en onstuimige Thor
(Chris Hemsworth) en de rad van tong, euh, zijnde Loki (Tom
Hiddleston), moet er één de troon bestijgen. Een beetje de Laurent
en Filip van Asgard zeg maar. Maar wanneer Thor – Flupke in het
verhaal – een blunder van formaat maakt, wil Odin alsnog wachten
met hem tot koning te kronen. Ook Loki, die eigenlijk het bloed van
een alien ras in zijn aderen heeft stromen – duidelijk
Laurent – is niet klaar. Wanneer Thor naar de aarde wordt
verbannen, beginnen de problemen pas echt: Odin valt in een
godenslaap, Loki begint snode plannen te smeden en een hele planeet
frost giants verklaren Asgard de oorlog, terwijl Thor
rustig zijn tijd neemt om te verdrinken in de kijkers van Natalie
Portman.

In ‘Thor’ zien we dus de evolutie van een arrogante knaap naar
een verantwoordelijke leider, tegen de achtergrond van een stugge
romance en de shakespeareaanse afwikkeling aan het hof van Asgard.
Aan dat laatste zie je misschien nog net de hand van ‘Hamlet’-maker
Kenneth Branagh, al zal je dat voor het overige niet geweten
hebben; de enige “artistieke” pootafdruk die je in de film zou
kunnen ontwaren is een ontstellend aantal scheve kadreringen. Toch
wil dat – tegen alle verwachtingen in – niet zeggen dat ‘Thor’ een
zielloze studioproductie is geworden. Als Branagh zegt dat hij al
van kindsbeen af Thor-fan is, dan moet je dat in schaamteloze
promopraatjes met een korrel zout nemen, maar als je het
eindresultaat bekijkt, zie je wél het soort sympathieke
bevlogenheid dat wij sinds de ‘Star Trek’-reboot van J.J. Abrams
niet meer gezien hebben.

Vooreerst zien de in liefdevolle kitsch gedrapeerde sets van
Asgard er op zijn minst geïnspireerd uit. De decors en de pakjes
zijn zo silly als een redevoering van Showbizz Bart over
de functie van deeltjesversnellers in hedendaagse fysica, maar er
is tenminste iemand mee bezig geweest. Als je moderne franchise
starters bekijkt als ‘I Am Number Four’, ‘Percy Jackson & the
Lightning Thief’ of ‘The Sorcerer’s Apprentice’, dan zie je overal
dezelfde grijze look. Nul de ballen persoonlijkheid kan je daarin
bespeuren. ‘Thor’ heeft wél een eigen smoel, die zich eveneens
doorzet in de speciale effecten. Voor één keer zien die er
behoorlijk cool en overtuigend uit. En ‘t is nu niet dat de 3D
opeens meer diepgang aan de film geeft, maar de personages zien er
tenminste driedimensionaal uit. Dat is voorlopig ook al eens goed.
En die Bifröst-regenboogteleporter (ja ja) is behoorlijk
badass.

Ook de acteurs leveren goed werk. Hopkins staat al een dik
decennium op automatische piloot en ook Stellan Skarsgård blijft
hier een ietwat grijze muis, maar de rest van de cast staat zich
duidelijk te amuseren. Chris Hemsworth (in een ver verleden nog
de Kim in ‘Home & Away’, voor de nu in katzwijm
vallende tienermeisjes onder u) doet het uitstekend in wat
overduidelijk een star making verhicle is voor hem. Net
als Chris Pine in ‘Star Trek’ is hij overtuigend als arrogante
kwal, stoere held én (niet onbelangrijk) als comic relief.
Thor is misschien geen personage om Daniel Plainview tegen te
zeggen, maar toch is het niet evident om in een megaproductie als
deze de titelrol met voldoende stijl en charisma te dragen.
Hemsworth doet het, en geeft (ook na gesmaakte mini-rolletjes in
‘Star Trek’ en ‘A Perfect Getaway’) hoop op een carrière naast
blote bast (eat that, Lautner!). Natalie Portman is dan
weer een overtuigende girl next door, Ray Stevenson zet
een plezierige Obelix neer, Tom Hiddleston doet dat goed als
slechterik en Kat Dennings is gewoon voor elke film een
pluspunt.

Wat ‘Thor’ mist aan geweldige set pieces maakt hij
goed met geslaagde terzijdes en een heel foute, maar niet
onaantrekkelijke look. Het doet deugd dat Marvel, na de eerste
‘Iron Man’, opnieuw kiest voor een zelfrelativerende, niet al te
serieus bedoelde productie. Thor die van zijn koffie slurpt, “goed
spul,” zegt en het kopje op de grond mept met een welluidend
“Another!” of die een dierenwinkel binnenstapt en zelfverzekerd
uitroept “I need a horse!”, dat zijn geslaagde komische momentjes
die in dit soort blockbusters steeds vaker achterwege worden
gelaten ten voordele van overdreven dramatische ontwikkelingen.
‘Thor’ is naïeve, ouderwetse, aanstekelijke fun. Werkelijk niéts
meer dan dat, maar dat is al oneindig veel meer dan wij verwacht
hadden.

N.B. Geweldige promopraat van die ene van Q Music tijdens de
avant-première. Blijkbaar ging het hier om een “fantastiese film”
want er deden “heel veel sterren mee: Natalie Portman, en Samuel L.
Jackson, en ook Hugh Jackman, denk ik!” Keigoeie researchers, daar
bij Q Music. Wauw, fantasties!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + veertien =