Norwegian Wood




I once had a girl, or should I say, she once had me…
Aah, ‘Norwegian Wood’. Het is één van de meest onderschatte liedjes
van The Beatles, veel minder bekend dan meestampers als ‘Let It Be’
of (God help ons) ‘Yellow Submarine’, maar wel een pak mooier en
intiemer. Het is ook de titel van een bestseller van Japans auteur
Haruki Murakami; een effenaf zinderend liefdesverhaal over een
driehoeksrelatie tussen studenten aan het einde van de jaren
zestig. Het boek was weinig minder dan een meesterwerk, en werd
destijds zo’n overweldigend succes dat Murakami de plotse en
onwelkome publiciteit ontvluchtte naar de VS. Het duurde meer dan
een decennium voordat hij er gerust op kon zijn dat men hem in
Japan min of meer gerust zou laten, en hij weer naar huis durfde.
‘Norwegian Wood’ had lange tijd de status “onverfilmbaar” te zijn,
hoewel een mens zich kan afvragen waarom. De roman had immers een
lineaire plot en een beperkt aantal personages. Anh Hung Tran, die
destijds het festivalcircuit omver blies met ‘De Geur van de Groene
Papayas’, waagde zich dan toch aan een adaptatie en kwam
uiteindelijk op de proppen met een typische literatuurverfilming:
wie het boek niet gelezen heeft, zal er ongetwijfeld wel van kunnen
genieten. Alle anderen zullen onvermijdelijk voortdurend zitten
denken aan alles wat de film niét is geworden.

Het verhaal draait rond Watanabe (Kenichi Matsuyama), die als
middelbare scholier goed bevriend is met Kizuki (Kengo Kora) en
zijn vriendin Naoko (Rinko Kikuchi). Tot Kizuki op een dag
zelfmoord pleegt, om redenen die nooit helemaal duidelijk worden.
Watanabe vlucht weg naar een universiteit in Tokio, maar wordt toch
teruggesleurd naar het verleden wanneer hij daar, toevallig, Naoko
opnieuw ontmoet. De twee hernieuwen hun vriendschap, die
uiteindelijk zelfs omslaat in een moeizame relatie. Maar vooral
Naoko blijft zwaar gebukt gaan onder de herinneringen aan Kizuki.
Ondertussen ontmoet Watanabe ook Midori (Kiko Mizuhara), een
levendige medestudente die in alles het tegenovergestelde is van
Naoko. Na een tijdje dringt er zich dan ook een keuze op tussen de
twee meisjes, en bij uitbreiding tussen leven en dood.

Dat Tran in de bewerking van dat verhaal bepaalde elementen
moest laten vallen, was wellicht onvermijdelijk. Enkele
nevenpersonages, zoals de militaristisch ingestelde kamergenoot van
Watanabe en een vriend waarmee hij samen wel eens grieten gaat
versieren, krijgen weinig of niets te doen. Een ander belangrijk
personage – een vriendin van Naoko, die haar helpt met haar
psychologische problemen – moet het stellen zonder haar back
story
(en hopla, zo hebben we weer 50 pagina’s van het boek
geschrapt), waardoor haar rol in het verhaal voor een groot deel
zijn betekenis verliest. Wie de roman niet heeft gelezen, zal dit
alles ook niet missen, maar als u me dan toch toestaat om even de
vergelijking te maken: in zijn filmversie verliest ‘Norwegian Wood’
een groot deel van zijn rijkheid. Het vlees en de patatten liggen
er, maar de saus ontbreekt.

De regisseur verandert ook de structuur van het verhaal: het
boek is opgezet als één lange flashback. Watanabe hoort, als
37-jarige, het liedje ‘Norwegian Wood’ en wordt, ‘A la Recherche du
Temps Perdu’-gewijs, ogenblikkelijk teruggeslingerd naar het
verleden. De roman biedt dan ook de blik van een volwassene die
terugkijkt op zichzelf als jongere man. Door die raamvertelling te
verwijderen, wordt de film in zekere zin naïef waar het boek
ironisch was. Opnieuw een dimensie die verloren gaat voor lezers
van het boek, maar die allicht niet gemist zal worden door alle
anderen.

Dus oké, laten we eens proberen naar de film te kijken zoals
iemand dat zou doen die de roman niet kent. Wat zo iemand ziet, is
in eerste instantie een verhaal over jonge mensen die proberen om
contact te leggen met elkaar, om elkaar te bereiken, maar in de
meeste gevallen niet verder komen dan seks. Nadat haar vader
gestorven is, belt Midori naar Watanabe, en het eerste dat ze hem
vraagt, is: “Neem je me mee naar een pornofilm? Liefst een hele
smerige.” De personages verwarren seks met emoties, en moeten er
uiteindelijk mee leren omgaan dat seks dan ook nooit een oplossing
biedt voor een emotioneel probleem. (Dat alles is overigens trouw
aan het boek, zij het dan dat Murakami zijn verhaal veel
duidelijker in de context van de love generation plaatste; een
tijdperk waarin de scheidingslijn tussen seks en gevoelens sowieso
wel eens wazig durfde te worden.) Als thematiek is dat in ieder
geval meer dan genoeg om de film te dragen, en het wordt gekoppeld
aan een mistroostige sfeer, die dan wel voorbij gaat aan de humor
van het boek, maar ontegensprekelijk iets hypnotiserends heeft.
Bovendien heeft Anh Hung Tran nog steeds een visuele flair om u
tegen te zeggen. De manier waarop hij natuurbeelden contrasteert
met het stadsleven van Tokio en zijn smaakvolle enscenering van de
seksscènes mogen er zijn.

Geen slechte film dus, maar wel één die complexiteit en de
gelaagdheid van Murakami’s boek niet weet te vatten. En wat erger
is: het is, enkel als film bekeken, ook nogal een tamme bedoening.
De passie tussen Watanabe en Naoko, die nochtans het hele verhaal
voortstuwt, is nauwelijks ergens voelbaar, behalve ook weer op het
meest oppervlakkige niveau: de seks (want uit het indrukwekkend
aantal decibels dat Rinko Kikuchi tijdens die scènes voortbrengt,
mag een mens rustig afleiden dat die de moeite is). Los van
vergelijkingen met het bronmateriaal, is dat het ene probleem waar
‘Norwegian Wood’ zich nooit boven kan verheffen: de regisseur gaat
intelligent en smaakvol te werk, maar het heilige vuur ontbreekt
een beetje.

Wie vertrouwd is met de roman, kan zich een trip naar de
bioscoop dus net zo goed besparen. Wie hem nog niet heeft gelezen,
kan ik alleen aanraden om te gaan kijken en daarna even langs de
boekenwinkel te lopen. U zult het zich niet beklagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × twee =