Jason Stein’s Locksmith Isidore :: Three Kinds Of Happines

De basklarinet is een van de meest bijzondere blaasinstrumenten binnen (en buiten) de jazz. Dat je haar relatief weinig te horen krijgt, is niet enkel omdat de afmetingen van het ding eerder onhandig zijn, maar naar verluidt ook omdat het notoir moeilijk te bespelen is. Het is dan ook mooi om een muzikant als Jason Stein z’n ding te horen doen, swingend en experimenterend, alsof het allemaal niets voorstelt.

Fijne band trouwens, met naast Jason Stein (34), die sinds 2005 in Chicago verblijft, ook Jonge Turken Jason Roebke (bas) en Mike Pride (drums). Vooral die laatste lijkt zich de laatste tijd meer en meer in de kijker te spelen, niet in het minst aan de zijde van o.m. Jamie Saft, Peter Evans en Darius Jones, die ook deel uitmaakt van z’n band From Bacteria To Boys. Maar dit is duidelijk Steins project. Hoewel diens discografie nog redelijk beperkt is, met een soloplaat, wat werk als sideman (o.m. bij Vandermarks Bridge 61) en drie albums met z’’n trio Locksmith Isidore, speelt hij erg boeiende free jazz met een sterke swing en voorkeur voor lekker wegboppende thema’s.

Liet hij op z’n soloplaat vooral de uitersten van de mogelijkheden van zijn instrument horen, dan klinkt Stein hier vaak verrassend klassiek. Het merkwaardige geblaat en excentrieke geneuzel dat velen voortbrengen op het instrument blijft hier vaak achterwege, ten gunste van een sound die erg nauw aansluit bij die van de reguliere klarinet. Hier en daar doet Steins spel dan ook meer denken aan dat van bepaalde klarinettisten. Zo gaat het soms om een werkwijze en sound die niet zo heel veel verschilt van die van klarinetveteraan Rolf Kühn op z’n recente werk, dat eveneens virtuoos die koord tussen lichtvoetige vrijheid en boeiende traditie bewandelt.

Zowel de albumtitel als enkele songtitels stralen een positivisme en comfortabele, huiselijke sfeer uit die zich vaak ook laten voelen in de muziek. Die is nergens melig of hol, maar eerder lichtvoetig en speels, met een charmante air van onbezorgdheid en weemoed die bij het bekijken van familiekiekjes hoort. Mooi voorbeeld daarvan is opener "Crayons For Sammy": Stein introduceert een thema en trekt vervolgens een swingende brok jazz aan de gang die uitblinkt in vloeiende souplesse. Pride houdt het fris met fraai brushesspel, Roebke swingt een eindje weg en Stein onderneemt zo’n lange, meanderende solo met een haast natuurlijke flow, alsof die niet anders uitgevoerd zou kunnen worden.

Een minder alledaagse sound en stijl komt wel even aan bod in "Cash, Couch & Camper", dat abstract van start gaat, maar ook daar wordt het risico op ter plaatse trappelen terzijde geschoven voor een Mingus-achtig stuk, in de roots geworteld en bluesy, met springerig, hoekiger spel. "Little Bird" lijkt aanvankelijk de obligate ballad, en het is ook een bloedmooi staaltje ingetogenheid, maar daarmee wordt voor een stuk gebroken in het zachtjes ontsporende tweede deel, waarin Stein plots een beetje bezopen klinkt en het nummer opzadelt met een zekere ongedurigheid.

Als er al gekozen wordt voor het spelen met geluid, dan gebeurt dat doorgaans in een uitloper van een song ofwel aan het begin. Zo gaat "Arch And Shipp" van start met een strijkstok die grillig over de snaren strijkt en onvoorspelbare percussie, om vervolgens te ontaarden in een grillig staaltje free jazz waarbij vooral Pride zich laat gelden, met gestileerde swing, strakke wendingen en pseudo-chaotisch rammelwerk. Mooi om te horen hoe hij z’n drumkit laat dansen, zingen en rollen. Opnieuw bewijst hij zo veel meer te zijn dan een donderklopper uit de experimentele marge.

"Man Or Ray" is een grappig stuiterend stuk vol starts & stops en plotse uithalen die meer gemeen hebben met Carl Stallings animatiegekte dan conventionele jazz. Stein racet de toonladders op en af, Roebke jaagt de boel mooi op en het resultaat is gedreven free jazz die mooi voortbouwt op de traditie van Dolphy & co. Bonustrack "Miss Izzy", een jaar eerder opgenomen in het legendarische Alchemia in Krakow, is een uitstekende, aan Coltrane’s "Cousin Mary" refererende, euh, bonus, die de band met een iets potigere sound laat horen, waardoor Three Kinds Of Happeniss verrassend krachtig kan afsluiten. En dat mag ook wel, want dit is een trio dat het hele gamma aan kan, van subtiele swing tot kloeke expressie, en dat voortdurende kabaal niet nodig heeft om zijn kunde en avontuurlijkheid te bewijzen.

Jason Stein’s Locksmith Isidore speelt op zaterdag 19 februari in Kc BELGIE (Hasselt), samen met Cinc (Ken Vandermark/Paul Lytton/Phi Wachsmann).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 3 =