Chickenhawk :: Modern Bodies

Brew Records, 2010

Vorig jaar besprak ik al de e.p. ‘A Or Not?‘ van deze
luidruchtige Engelsen. De drie songs van dat schijfje zijn ook
terug te vinden op ‘Modern Bodies’. De rest van de nummers op dit
album zijn, op de openingstrack na, blijkbaar allemaal van nog
vroegere datum. De nummers werden wel opnieuw opgenomen, zodat we
toch min of meer kunnen spreken van een volwaardig album. Behalve
de hoger genoemde e.p. was de rest tot op heden immers nog niet
vlot verkrijgbaar.

De nummers op ‘Modern Bodies’ hebben ter gelegenheid van hun
nieuwe studiopassage allemaal een vrij opmerkelijke productie
meegekregen. Het album klinkt erg ruw en ongepolijst, over de
meeste nummers is een soort milde reverb gedrapeerd alsof
ze werden opgenomen in een betegelde slachtruimte die geluiddicht
werd gemaakt door amateurs. Ik ga er vanuit dat dit de bedoeling
was en vind het ook niet echt een probleem. Het is alleen even
schrikken, want bij dit soort springerige, moderne muziek verwacht
je eigenlijk door een geprotoolde betonmix overmeesterd te
worden.

Toch heeft het wel iets, en de ruimte die aan de basgitaar en de
bombarderende drumsalvo’s wordt gegund vullen die met veel aplomb
in. Zelfs op hun meest freakend kan je nog altijd van
“Chickenhawk-boogie” doen. Dat wordt al vanaf nummer één,
‘Scorpieau’, dik onderstreept. Vooral het refreintje is zonder
scrupules catchy te noemen. De angel zit hem wel in het
feit dat je onder die
laag distortioneffecten weinig kan verstaan van de zanger zijn
geschreeuw.

‘Nasa vs Esa’ gaat op dezelfde weg verder: ook deze song heeft
een refrein, ook al lijkt dat sterk op een soort metalcore
breakdown voor ADHD’ers. In track vier, ‘Son of Cern’, wordt die
-core invloed nog wat duidelijker uitgespeeld, dus ga je mij daar
niet over horen klagen. Ondanks dat geprononceerde gevoel voor
ritme mag je Chickenhawk zeker niet omschrijven als
groovemetal (eh, yuk, nu mond spoelen) of een analoge
beladen term. Dat ritmische gebeuk is trouwens een middel voor hen,
geen doel, net zoals het gepingel en gefreak op de gitaren
een middel zijn. Dit horen we goed in bijvoorbeeld ‘The Letdown’ of
‘The Pin’. De complete chaos à la Converge of Dillinger Escape Plan
loert om het hoekje, maar de teugels worden net strak genoeg
gevierd.

Al die invloeden en stijlen kunnen niet voorkomen dat er zelfs
een potentiële (cult)hit op dit album staat. ‘I Hate This, Do You
Like It’ verenigt een dosis groove, een hoekig melodietje en een
scheut noise in een sympathiek, maar neurotisch geheel met het
herkenbaarste refrein van de hele schijf. Op zo’n moment (maar ook
elders) doet Chickenhawk me wel denken aan een iets hardere versie
van The Hickey
Underworld
. Het zou in ieder geval een erg aanlokkelijke
double bill zijn.

Dit hoogtepunt zit knal in het midden van het album, maar daarna
is het toch een beetje minder. ?y Name Is Egg’ steekt wat af door
zijn tragere ritme en agressievere sfeer, maar is wel nog goed.
Daarna is het echter wachten tot het slotnummer voor nog eens een
uitstekende en herkenbare track. ‘Bottle Rocket’ knalt en bruist en
jaagt ‘Modern Bodies’ met zoveel kracht naar zijn einde, dat het
schijfje bijna uit mijn cd-speler vliegt. Dat zou jammer zijn, want
je kan deze gerust twee keer na elkaar beluisteren. Er valt immers
meer dan genoeg te ontdekken in dit supersonische labyrint van
voluptueuze lage bassen, gillende gitaren en scheurende
stembanden.

Het blijft dus nog wat wachten op een echte stap vooruit voor
deze band, muzikaal dan, maar de collectie songs op ‘Modern Bodies’
zal toch heel wat aandacht trekken. Chickenhawk is verre van de
enige band die moeilijke ritmes mengt met metal en core invloeden,
maar toch hoor ik hier een fris, eigen en – in de bijna
poppy structuur van enkele songs dan – geaccentueerd
geluid. Een aanrader voor iedereen die denkt dat een minder
negatieve Converge, een luidruchtigere Hickey Underworld wel iets
voor hem zou zijn.

http://www.myspace.com/chickenhawk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =