The Hold Steady :: Heaven is Whenever

Vagrant Records, 2010.

The Hold Steady is altijd één van onze meest favoriete great
American Rock bands geweest. Zowel ‘Boys and Girls In America’ uit
2006 als ‘Stay
Positive
‘ uit 2008 haalden het persoonlijke eindejaarslijstje
zonder moeite, en de grandeur van hun ‘Stuck Between Stations’ zou
niet misstaan naast de beste nummers van Bruce Springsteen
himself. Met ‘Heaven is Whenever’ kwamen ze in mei van dit
jaar aanzetten met hun vijfde studioalbum.

Franz Nicolay, de toetsenman van de band, had in januari al
aangekondigd dat hij de band verliet en dat is duidelijk hoorbaar
op dit album. De piano en accordeon waren betrekkelijk tekenend
voor de sound van de band, en die zijn nu duidelijk heel hard naar
de achtergrond verschoven. Ook de stem van Craig Finn klinkt minder
rauw dan vier jaar terug. De man met de bril heeft blijkbaar
zanglessen gevolgd, maar wij hadden hem liever wat ongepolijster.
We hadden het allemaal eigenlijk liever wat ongepolijster.

The Hold Steady heeft nochtans niet gesleuteld aan hun formule:
ze zingen nog steeds over vrouwen, feesten, dronken worden, over de
geneugten van het leven in een rockband en het verwoestende ritme
van grootsteden. Het album opent zeer countryesk met het
slepende ‘The Sweet Part of The City’, waarin Finn ons meeneemt op
een nachtelijke tour door Minneapolis en verzuchtend afsluit met
‘We were bored, so we started a band/ We’d like to play for
you’.

Ook ‘Soft in The Center’ is een voltreffer: metaforen, net
subtiel genoeg om ze zonder moeite te begrijpen, een rockend
refrein en de vertrouwde, beheerste schreeuwen van de leadzanger
zorgen voor één van de hoogtepunten. Met ‘The Weekenders’ tekenen
ze alvast voor de leukste lyric: “She said the theme of the party
was the industrial age/ so you came in dressed like a trainwreck”.
Heel dit nummer ademt The Hold Steady die we altijd in onze armen
hebben gesloten, de band die zingt over de tragiek van een leven
als professionele weekenders.

The Hold Steady verhaalt over antiromantiek, en ze doen het op
zo’n herkenbare manier dat hun (betere) nummers luisterbeurt na
luisterbeurt onder je huid kruipen en je zin hebt om ‘jaaaah,
inderdaad!’ te schreeuwen. Helaas heeft dit album ons veel te
weinig zulke momenten bezorgt. Naast voorgaande nummers is ‘We Can
Get Together’ zeker en vast nog de moeite waard.

Een heerlijk subtiele rockballade vol met referenties naar
muziek. Built To Spill deed het al in ‘You Were Right’, maar The
Hold Steady haalt hier alvast een slag thuis als het gaat over zo
veel mogelijk persoonlijke muziekgeschiedenis in één nummer pompen:
referenties naar Hüsker Dü, Meat Loaf en Heavenly (ja, die hebben
we moeten opzoeken). Het herkenbare ‘heaven is whenever we can get
together/ lock your bedroom door and listen to your records’ en de
neerslag van een gesprek tussen twee mensen die oninteressante
trivia over een bepaalde band uitwisselen: we krijgen het er al
eens koud én warm van.

‘Hurricane J’ kan er nog ook nog best mee door en het is in
‘Rock Problems’ dat de heren de nagel zelf op de kop slaan: “She
said I just can’t sympathize with your rock and roll/ isn’t this
what we wanted, some major rock and roll problems?”. De overige
nummers bleven ons echter nauwelijks bij, we zouden ze bijna saai
durven noemen.

‘Heaven Is Whenever’ is een zeer degelijk album, maar gezien hun
voorgaande prestaties weten we dat The Hold Steady in staat is om
briljante platen te maken. Muzikaal klinkt het album vlakker dan
wat we al gehoord hebben, geen verwoestende refreinen en het gemis
van Nicolay drukt een heel duidelijke stempel op de plaat.
Misschien zijn de heren eindelijk wat volwassener en minder
teleurgesteld in het leven geworden, en klinkt het daarom allemaal
minder oprechter en minder scherp. Voor kerst zullen we gewoon nog
wel eens naar ‘Boys and Girls in America’ luisteren.

http://theholdsteady.net/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zeventien =