Strand Of Oaks :: HEAL

“I was a headbanging kid,” vertrouwde hij ons toe. Voor het eerst klinkt Strand Of Oaks — het eenmansproject van Timothy Showalter– ook zo. HEAL is het geluid van zijn catharsis, die harder knettert dan de miserie die eraan vooraf ging.

Hij ziet eruit als het type dat je liever niet ’s avonds laat in een donker steegje tegenkomt, maar Timothy Showalter is een ruwe bolster met een blanke pit. Hij is opgegroeid met scheurende gitaren, maar dat was er tot nog toe niet aan te horen. Zijn twee vorige platen parkeren pal tussen J. Tillman en Mark Kozelek — intieme singer-songwriterfolk waarin de onzekerheid van de akkoorden sijpelt en Timothy meer dan eens met zichzelf in een Gordiaanse knoop ligt. Muziek om diep in de nacht verslingerd aan te raken. En dan, opeens, was hij dat kotsbeu.

Resultaat: HEAL, hoofdletters bij wijze van statement. Het album reikt met twee handen naar de andere kant van het americana-spectrum, naar striemende gitaren en psychedelische synths. Op zich niet helemaal nieuw voor Strand Of Oaks — “Sattelite Moon” en “Little Wishes”, vanop zijn laatste EP, flirtten al met synths en stonergejengel à la The War On Drugs, maar toch. Luister naar opener “Goshen ‘97”: niks minder dan een intentieverklaring. Ingezet met pompende drums die drie minuten lang metronoom spelen voor een ruggengraat aan gitaren die klinken alsof Tad Kubler van The Hold Steady zich even kwam moeien — mis: ’t was Dinosaur Jr. voorman J. Mascis. Alleen in de kelder met wat goedkope Casio’s aan het klooien, “singing Pumpkins in the mirror” — het wat geromantiseerde relaas van zijn jeugd, en hij verkondigt het als een lijflied.

Vier nummers lang spant Showalter die gretigheid strak voor zijn kar, en dat levert simpelweg vier kolkende toptracks af. “Same Emotions”: torpedo van broeierige synths en exotische gitaarlijnen. De gitaarloze titeltrack “HEAL” (“I spent ten long years feeling so fucking bad / I know you cheated on me but I cheated on myself”) doet het met postpunksynths — overal naar Depeche Mode gezocht, nergens gevonden — en “Shut In” lonkt naar Kings-Of-Leon-vóór-2008. Grote poëzie staat-ie niet te declameren, maar dat vergeef je hem.

De zes overige nummers doen het iets bedachtzamer. Het hoeft niet allemaal meer op het scherpst van de snee, al blijft Showalter in bloedvorm. “Plymouth” is bombastloze, complexloze U2 volgestouwd met snapshots uit Showalters herinnering, en er is plaats voor een eerbetoon aan de betreurde Jason Molina — een beetje cryptisch weggemoffeld als “JM”, een track waarin geestige zelfspot (“I was an Indiana kid, getting no one in my bed”) snel plaats ruimt voor getormenteerde gitaren om het verlies van zijn held (“Now it’s hard to hear you sing / The crow has lost his wings”).
Ook te vinden op die tweede plaathelft: 2 songs die je na 10 seconden alweer vergeten bent. De soberheid van “Woke Up To The Light” weegt te licht om op te vallen op dit HEAL, en “Mirage Year” neigt te veel naar Coldplay — ook al loopt het uiteindelijk uit in een brutale gitaarsolo waar John Cage of Warren Ellis een hand in zou kunnen hebben gehad.

Gelukkig is er meteen daarna nog een snauwend “For Me” om je nog een keertje wakker te schudden — iets dat Showalter voortreffelijk ligt. Neem het van ons aan: HEAL wordt — is! — de eerste paragraaf van het beste hoofdstuk uit zijn carrière.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =